Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

En wie zou daar nou tegen kunnen zijn?

Dat is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

Kwamen de dreigingen van de Koran ooit uit?

Mohammed onder de profetische toets

De Koran dreigt veel.

Met hellevuur. Met oordeel. Met vernietiging. Met vernedering. Met rampspoed. Met oorlog.

Maar de belangrijkste vraag is niet hoe vaak de Koran dreigt.

De veel belangrijkere vraag is:

kwamen die dreigingen ook uit?

Want iemand kan eindeloos zeggen dat God zijn tegenstanders zal straffen. Hij kan vuur, vernietiging en catastrofes aankondigen. Hij kan daarbij beweren dat hij slechts doorgeeft wat God hem heeft geopenbaard.

Maar zodra iemand zegt namens God te spreken, mag hij ook aan zijn woorden worden getoetst.

Dat principe is door en door Bijbels.

“Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet; dat is het woord, dat de HEERE niet gesproken heeft…”
Deuteronomium 18:22, STV

Leg Mohammed daarom eens niet naast tedere gevoelens over religie.

Leg hem naast de toets van het Woord van God.

Dan wordt het ongemakkelijk.

Kwamen de dreigingen van de koran ook ooit uit

De dreiging staat er gewoon zwart op wit

Neem Soera 4:47.

Daar worden degenen die de Schrift hebben ontvangen opgeroepen om te geloven in hetgeen aan Mohammed is geopenbaard.

En wanneer zij dat niet doen?

Dan klinkt deze waarschuwing:

“…voordat Wij gezichten verminken en op hun achterkant aanbrengen…”
Soera 4:47 — vertaling Sofian S. Siregar

Dit is geen christelijke karikatuur van de islam.

Dit staat zwart op wit in een Nederlandse islamitische Koranvertaling.

De dreiging is ernstig.

Geloof hetgeen nu is neergezonden, anders kan Allah gezichten verminken.

Maar waar is de vervulling?

De mensen van het Boek verdwenen niet uit de geschiedenis. Joden en christenen verwierpen Mohammed massaal en bleven bestaan.

De dreiging staat in de Koran.

Een overeenkomstige historische vervulling wordt niet gegeven.

Dat mag benoemd worden.

Zelfs moslims krijgen oorlog aangezegd

Ook moslims zelf blijven niet buiten schot.

In Soera 2 gaat het over rente. Gelovigen moeten daarvan afzien. Wanneer zij dat weigeren, volgt een uitzonderlijk zware formulering:

“…weest op de hoogte van de oorlog van Allah en Zijn Boodschapper.”
Soera 2:279 — vertaling Sofian S. Siregar

Let op de combinatie:

Allah én Zijn boodschapper.

Hier begint al zichtbaar te worden hoe goddelijke autoriteit en het handelen van Mohammed met elkaar verbonden worden.

Ook Soera 9:24 bevat een ernstige waarschuwing. Wanneer familie, bezit, handel en woningen belangrijker worden dan Allah, zijn boodschapper en de strijd op zijn weg, luidt het:

“…wacht dan tot Allah met Zijn beschikking komt.”
Soera 9:24 — vertaling Sofian S. Siregar

Wacht maar.

Allah komt met Zijn beschikking.

Het oordeel komt.

De dreiging hangt boven het hoofd.

Maar dreiging alleen bewijst nog geen goddelijke oorsprong.

“Wij zullen hem brandmerken op zijn snuit”

In Soera 68 wordt een tegenstander beschreven die rijkdom en zonen bezit en de geopenbaarde verzen afdoet als:

“Fabels van de vroegeren.”
Soera 68:15 — vertaling Sofian S. Siregar

Het volgende vers luidt:

“Wij zullen hem brandmerken op zijn snuit.”
Soera 68:16 — vertaling Sofian S. Siregar

Ook hier zien we het patroon:

een tegenstander verwerpt Mohammeds boodschap en er volgt een dreiging.

Dat patroon wordt tijdens Mohammeds optreden steeds belangrijker.

Want er is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar:

eerst hellevuur, vervolgens dreiging met goddelijke calamiteiten en uiteindelijk menselijke militaire macht.

In Mekka: het vuur wacht op de ongelovige

Een bekend Mekkaans voorbeeld is Soera 111.

Daar wordt Abu Lahab zelfs persoonlijk bij naam veroordeeld:

“Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij.”
Soera 111:1 — vertaling Sofian S. Siregar

Vervolgens wordt hem het vuur aangekondigd.

De boodschap is onmiskenbaar:

Abu Lahab verwerpt Mohammed en Allah zal hem daarvoor straffen.

Maar Mohammeds tegenstanders in Mekka laten zich hierdoor niet overtuigen.

Zij blijven zijn aanspraak afwijzen.

En vervolgens wordt de dreiging aardser.

Niet alleen het hiernamaals wordt genoemd.

Allah kan hen volgens de Koran ook hier vernietigen.

Allah zal jullie treffen zoals ‘Âd en Tsamôed

Soera 41:13 is bijzonder belangrijk.

Mohammed krijgt daar de opdracht zijn tegenstanders te waarschuwen:

“Ik heb jullie gewaarschuwd voor een bliksemslag als de bliksemslag die de ‘Âd en de Tsamôed trof.”
Soera 41:13 — vertaling Sofian S. Siregar

Dat is stevige praat.

Niet slechts:

ooit zullen jullie voor God verschijnen.

Nee.

Er wordt verwezen naar volken die door een vernietigend oordeel werden getroffen.

De boodschap aan Mohammeds tegenstanders is helder genoeg:

pas op dat jullie niet hetzelfde overkomt.

Alleen reageren die tegenstanders niet zoals je misschien zou verwachten.

Ze vluchten niet.

Ze vallen niet op hun knieën.

Ze zeggen feitelijk:

laat het dan gebeuren.

Laat de hemel dan maar naar beneden vallen

Dat brengt ons bij een van de scherpste teksten in deze hele discussie.

In Soera 17 stellen Mohammeds tegenstanders allerlei eisen voordat zij hem zullen geloven.

Een daarvan luidt:

“Of jij de hemel in stukken op ons neer doet vallen, zoals jij ons beweert…”
Soera 17:92 — vertaling Sofian S. Siregar

Lees die woorden nog eens:

“zoals jij ons beweert.”

De dreiging wordt Mohammed dus voor de voeten geworpen.

Jij beweert dit?

Laat het dan gebeuren.

En wat is het antwoord?

Het volgende vers eindigt met:

“…ik ben niets anders dan een menselijke Boodschapper.”
Soera 17:93 — vertaling Sofian S. Siregar

Dat antwoord roept een fundamentele vraag op.

Eerst wordt gewaarschuwd voor vernietigende goddelijke calamiteiten.

Wanneer de tegenstanders vervolgens zeggen:

laat het dan zien,

volgt het antwoord dat Mohammed slechts een menselijke boodschapper is.

Maar daarmee is de oorspronkelijke vraag niet beantwoord.

Waar blijft het aangekondigde goddelijke oordeel?

Een waarschuwing is nog geen bewijs

Hier moet iets zorgvuldig worden onderscheiden.

Niet iedere waarschuwing voor oordeel betekent automatisch dat het oordeel onmiddellijk moet plaatsvinden. Ook de Bijbel kent oproepen tot bekering waarbij aangekondigd oordeel kan worden afgewend.

Maar daar gaat het argument hier niet om.

Het gaat om de profetische aanspraak.

Mohammed beroept zich voortdurend op goddelijke autoriteit. Zijn tegenstanders worden gewaarschuwd met gebeurtenissen waarmee vroegere volken volgens de Koran daadwerkelijk vernietigd zouden zijn geweest

Diezelfde tegenstanders dagen hem vervolgens openlijk uit.

En de aangekondigde catastrofe valt niet op hen neer.

Dat is ten minste voldoende reden om verder te toetsen.

Want de Bijbel zegt niet:

als iemand maar vaak genoeg zegt dat God gesproken heeft, moet je hem geloven.

Integendeel.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
1 Thessalonicenzen 5:21, STV

Religieuze aanspraken zijn geen verboden terrein voor onderzoek.

Juist niet.

Dan verhuist Mohammed naar Medina

En vervolgens verandert de situatie drastisch.

Mohammed beschikt niet langer uitsluitend over woorden.

Hij krijgt politieke invloed.

Hij krijgt volgelingen.

Hij krijgt militaire macht.

En nu verandert ook de toon.

Waar eerder werd gewaarschuwd voor hetgeen Allah met de ongelovigen zou doen, lezen we vervolgens opdrachten over hetgeen Mohammed en zijn volgelingen zelf moeten doen.

Daar ligt een van de scherpste vragen van het hele betoog:

waarom moet menselijke militaire macht uiteindelijk bereiken wat eerder als goddelijke vergelding werd aangekondigd?

Soera 9: nu wordt er daadwerkelijk gedood

Soera 9 bevat bijzonder harde teksten.

Soera 9:5 zegt:

“…doodt dan de veelgodenaanbidders waar jullie hen ook aantreffen…”
Soera 9:5 — vertaling Sofian S. Siregar

Het vers spreekt vervolgens ook over grijpen, omsingelen en hinderlagen.

Dit is niet langer slechts:

Allah zal oordelen.

Hier moeten mensen handelen.

Hier worden wapens menselijke instrumenten van vergelding.

En het houdt daar niet op.

De mensen van het Boek komen in beeld

Soera 9:29 richt zich uitdrukkelijk op mensen aan wie de Schrift is gegeven.

De Nederlandse vertaling van Sofian S. Siregar begint buitengewoon scherp:

“Doodt hen dan die niet in Allah en het Hiernamaals geloven…”
Soera 9:29 — vertaling Sofian S. Siregar

De tekst loopt door tot het betalen van de djizyah terwijl zij “onderdanigen zijn.”

Nogmaals: dit zijn niet mijn woorden.

Het is niet nodig de tekst polemischer te maken dan hij is.

Lees hem gewoon.

“Bevecht de ongelovigen”

Soera 9:73 is al even rechtstreeks:

“O Profeet, bevecht de ongelovigen en de huichelaars en treed hard tegen hen op.”
Soera 9:73 — vertaling Sofian S. Siregar

Daar ligt dus de ontwikkeling die niet genegeerd mag worden.

In Mekka:

Allah zal jullie straffen.

Dan:

Allah kan jullie treffen zoals eerdere volken werden getroffen.

De tegenstanders antwoorden:

laat het gebeuren.

Later beschikt Mohammed over militaire macht.

En dan:

doodt.

bevecht.

treed hard op.

Wanneer de hemel niet valt, verschijnt het zwaard

Dat is de kern.

De Mekkanen werden gewaarschuwd voor bovennatuurlijke vernietiging.

Zij daagden Mohammed uit.

De hemel viel niet in stukken op hen neer.

Maar zodra Mohammed over militaire macht beschikt, kunnen tegenstanders wel worden gedood, bevochten en onderworpen.

Wanneer de aangekondigde calamiteit niet uit de hemel komt, verschijnt uiteindelijk het zwaard op aarde.

Wie Mohammed echt als profeet van God wil toetsen, kan die ontwikkeling niet zomaar overslaan.

Een militaire overwinning bewijst namelijk niet dat een eerdere goddelijke dreiging is uitgekomen.

Mensen kunnen oorlog voeren.

Mensen kunnen steden innemen.

Mensen kunnen tegenstanders doden.

Mensen kunnen belasting opleggen.

Maar dat is iets anders dan aantonen dat de God van hemel en aarde Zelf de eerder aangekondigde calamiteit heeft uitgevoerd.

Maar de God van de Bijbel oordeelt toch ook?

Zeker.

En dat is ook helemaal niet het verschil.

De God van de Bijbel oordeelt.

Soms verschrikkelijk zwaar.

Wie probeert het Oude Testament te gebruiken om het probleem weg te poetsen met:

“Jullie God doodt toch ook mensen?”

mist daarom het punt.

De vraag is niet:

kent de Bijbel oordeel?

Natuurlijk kent de Bijbel oordeel.

De vraag is:

is God betrouwbaar in hetgeen Hij aankondigt?

En precies daar wordt het contrast interessant.

God waarschuwde Israël

Deuteronomium 28 bevat ernstige verbondsoordelen.

Wanneer Israël de HEERE verlaat, zal het volk onder de heidenen verstrooid worden.

“En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken…”
Deuteronomium 28:64, STV

Dat oordeel bleef niet hangen als eeuwige religieuze dreiging.

Israël en Juda hebben de ernst van Gods verbondsoordeel in hun geschiedenis ondervonden.

De Bijbelse profeten verwijzen daar voortdurend naar.

God dreigt niet omdat dreiging retorisch handig is.

Zijn Woord staat.

De Here Jezus waarschuwde Jeruzalem

Nog duidelijker wordt het bij de Here Jezus Christus.

Hij zei:

“Maar wanneer gij zien zult dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan dat haar verwoesting nabij gekomen is.”
Lukas 21:20, STV

Jeruzalem zou door legers omsingeld worden.

Er zou verwoesting komen.

Degenen die in Judea waren, moesten vluchten.

Christus gebruikte geen leger om die woorden zelf af te dwingen.

Hij kondigde aan wat komen zou.

En Christus kondigde Zijn eigen dood en opstanding aan

Maar de grootste tegenstelling ligt nog ergens anders.

De Here Jezus Christus kondigde niet alleen oordeel aan.

Hij kondigde Zijn eigen lijden, dood en opstanding aan.

“Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden… en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.”
Mattheüs 16:21, STV

En later opnieuw:

“En zij zullen Hem overleveren den heidenen, om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij wederopstaan.”
Mattheüs 20:19, STV

Christus hoefde geen leger bijeen te brengen om Zijn woorden geloofwaardig te maken.

Hij doodde Zijn tegenstanders niet om Zijn aanspraak te bewijzen.

Hij liet Zichzelf doden.

En Hij stond op.

Dat is een wereld van verschil.

Mohammed nam het zwaard, Christus droeg het kruis

Daarom is de vergelijking tussen Mohammed en Christus zoveel fundamenteler dan een discussie over wie de mooiste religieuze spreuken heeft.

Mohammed krijgt uiteindelijk politieke en militaire macht.

Zijn tegenstanders worden bevochten.

De Here Jezus Christus wordt door Zijn tegenstanders gegrepen.

Bespot.

Geslagen.

Gekruisigd.

Mohammeds beweging verkrijgt macht door overwinning.

Christus behaalt overwinning door Zijn eigen dood en opstanding.

De Here Jezus zei:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.”
Mattheüs 20:28, STV

Daar ligt het Evangelie.

Niet:

onderwerp je aan mijn zwaard.

Maar:

Ik geef Mijn leven voor verlorenen.

Toets Mohammed dan ook echt

Wie moslims vraagt Mohammed te onderzoeken, beledigt hen niet.

Integendeel.

Wanneer Mohammed werkelijk een profeet van God is, heeft hij niets te vrezen van ernstig onderzoek.

Dus stel de vragen.

Waarom waarschuwt de Koran voor een vernietigende calamiteit zoals ‘Âd en Tsamôed trof?

Waarom antwoorden Mohammeds tegenstanders vervolgens dat hij de hemel dan maar op hen moet laten vallen?

Waarom komt daarop het antwoord dat Mohammed slechts een menselijke boodschapper is?

Waarom zien we later bevelen om tegenstanders te doden, te bevechten en te onderwerpen?

En vooral:

waar is de goddelijke vervulling van de aangekondigde dreigingen, los van hetgeen Mohammed en zijn volgelingen zelf militair konden uitvoeren?

Dat zijn geen haatvragen.

Het zijn waarheidsvragen.

Een cirkelredenering is geen bewijs

Daarbij is er nog een fundamenteel probleem.

Waarom moeten wij Mohammed als profeet aannemen?

Omdat de Koran zegt dat hij boodschapper is?

Maar waarom moeten wij de Koran geloven?

Omdat Mohammed zegt dat die van Allah afkomstig is?

Dan draaien we in een cirkel.

Mohammed bewijst de Koran en de Koran bewijst Mohammed.

Dat is geen onafhankelijke toets.

Iedere religieuze leider kan een boek presenteren waarin staat dat hij gelijk heeft.

De vraag is juist of zijn aanspraken buiten die cirkel standhouden.

Daarom is de Bijbelse oproep zo gezond:

toets.

Onderzoek.

Vergelijk.

Wees niet bang voor een dreiging ,onderzoek of deze waar is

Religieuze dreiging kan een mens jarenlang gevangenhouden.

Als ik twijfel, straft Allah mij.

Als ik Mohammed afwijs, ga ik naar de hel.

Als ik de Koran onderzoek, pleeg ik een verschrikkelijke zonde.

Maar angst bewijst niets.

Een dreiging is geen bewijs van waarheid.

Duizend dreigingen maken een onware boodschap niet waar.

Als Mohammed werkelijk Gods boodschapper is, moet zorgvuldig onderzoek dat bevestigen.

Als hij dat niet is, mag angst niemand verhinderen die conclusie te trekken.

Kijk uiteindelijk naar de Here Jezus Christus

Het christelijke antwoord eindigt niet met:

Mohammed deugt niet.

Dat zou veel te mager zijn.

De werkelijke vraag is:

Wie is de Here Jezus Christus?

Hij kwam niet slechts met woorden over God.

Hij is Degene van Wie de Schriften getuigen.

Hij kondigde Zijn lijden aan.

Hij stierf.

Hij werd begraven.

Hij stond op.

Hij gaf Zijn leven als losprijs.

En daarom roept het Evangelie een mens niet op om zich door angst aan een religie vast te klampen.

Het roept een zondaar tot Christus.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.”
Efeziërs 2:8, STV

Niet het zwaard.

Niet religieuze dwang.

Niet angst voor een menselijke boodschapper.

Genade.

In de Here Jezus Christus.

De vraag blijft staan

Dus nog eenmaal:

kwamen de dreigingen van de Koran uit?

De Koran zegt:

een vernietigende slag zoals die van ‘Âd en Tsamôed.

De tegenstanders antwoorden:

laat de hemel dan maar op ons vallen.

Vervolgens lezen we:

Mohammed is slechts een menselijke boodschapper.

Later lezen we:

doodt.

bevecht.

treed hard op.

De verschuiving is te duidelijk om niet onderzocht te worden.

En daarom verdient Mohammed geen vrijstelling van de profetische toets alleen omdat meer dan een miljard mensen hem tegenwoordig als profeet erkennen.

Waarheid wordt niet bepaald door aantallen.

 

Waarheid kan onderzocht worden.

Toets Mohammed.

Toets de Koran.

Lees de Bijbel.

En vooral:

onderzoek de Here Jezus Christus.

Want uiteindelijk gaat het niet om het winnen van een debat met een moslim.

Het gaat om waarheid.

Om zonde.

Om oordeel.

Om verzoening.

Om eeuwig leven.

En om Hem Die niet kwam om Zijn tegenstanders met het zwaard tot onderwerping te brengen, maar Die Zijn eigen leven gaf als losprijs voor verlorenen:

de Here Jezus Christus.

zie ook:

https://www.genade.info/?s=islam

Kolossenzen 3 : leven uit Christus, niet onder de Wet 

Kolossenzen 3 nader bekeken

Wie Kolossenzen 3 zorgvuldig leest, ontdekt iets dat in hedendaagse prediking merkwaardig genoeg nauwelijks tot niet wordt onderwezen: Paulus motiveert de levenswandel van de gelovige niet vanuit de Wet, maar vanuit zijn positie in Christus.

Paulus zegt niet:

houd de geboden zodat God u zal aannemen.

Hij zegt ook niet:

Christus heeft u gered, en nu moet u alsnog terug naar Sinaï om daar te leren hoe u als christen moet leven.

Zijn vertrekpunt is:

De gelovige is met Christus gestorven, is met Christus opgewekt, heeft de oude mens uitgedaan, heeft de nieuwe mens aangedaan en heeft leven ontvangen dat met Christus verborgen is in God.

Daaruit vloeit de christelijke levenswandel voort.

Dat maakt Kolossenzen 3 tot een van de duidelijkste gedeelten over leven uit genade, de oude en nieuwe mens en de vraag wat de leefregel van de gelovige eigenlijk is.

Kolossenzen 3 leven uit Genade
Kolossenzen 3 nader bekeken

 

Eerst wat God gedaan heeft, daarna onze wandel

Paulus begint Kolossenzen 3 niet met een wetboek.

Hij begint met Christus.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Dat woord dan is belangrijk.

Paulus bouwt namelijk verder op wat hij eerder heeft uitgelegd. De gelovige is door het geloof verbonden met Christus. Zijn positie wordt bepaald door Christus’ dood en opstanding.

Daarom volgt:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

De volgorde is dus niet:

doe het goede en misschien zult u daardoor geestelijk leven ontvangen.

De volgorde is:

u hebt in Christus leven ontvangen; leef daarom overeenkomstig dat leven.

Dat is het cruciale verschil tussen een wettische benadering en leven uit genade.

Genade begint bij wat God heeft gedaan.

Daarna volgt de verantwoordelijkheid van de gelovige.

 

“Gij zijt gestorven”

Paulus doet vervolgens een opmerkelijke uitspraak:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Let erop wat er niet staat.

Paulus zegt niet:

Streef ernaar te sterven.

Hij zegt:

“gij zijt gestorven.”

Dat is een vaststaand feit als het gaat om de positie van de gelovige.

Wie in Christus is, wordt door God niet langer beschouwd vanuit zijn natuurlijke afkomst in Adam. In Christus is er een nieuwe positie gekomen.

En die nieuwe positie is zelfs verborgen.

Het zichtbare leven hier op aarde vertelt niet het hele verhaal.

Daarom vervolgt Paulus:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Hier staat iets veel groters dan dat Christus ons helpt om beter te leven.

Christus is ons Leven

Het christelijke leven is daarom niet in de eerste plaats Christus proberen na te doen, maar leven vanuit het leven dat God ons in Christus heeft geschonken.

 

De oude mens wordt niet opgelapt

Dat is zó essentieel.

Het Evangelie is geen renovatieproject van Adam.

God probeert de oude mens niet stap voor stap op te knappen totdat hij uiteindelijk acceptabel wordt.

Paulus zegt:

“Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken.” — Kolossenzen 3:9 (STV)

Opnieuw staat er niet:

probeer de oude mens uit te doen.

Er staat:

“gij uitgedaan hebt.”

De oude mens is geen project waaraan de gelovige zijn hele leven moet blijven sleutelen.

Daartegenover staat:

“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen Die hem geschapen heeft.” — Kolossenzen 3:10 (STV)

Dat is wedergeboorte in zijn volle betekenis.

Niet: een beter exemplaar van de oude mens.

Maar: nieuw leven.

Niet: Adam christelijk maken.

Maar: leven vanuit Christus.

 

Waarom zegt Paulus dan: “Doodt dan”?

Nu ontstaat een interessante vraag.

Als Paulus in vers 3 zegt:

“gij zijt gestorven” (Kolossenzen 3:3, STV)

waarom zegt hij dan twee verzen later:

“Doodt dan uw leden die op de aarde zijn…” — Kolossenzen 3:5 (STV)

Is dat dan geen tegenstelling?

Integendeel.

Het is juist een prachtig voorbeeld van het onderscheid tussen positie en wandel.

Voor God is de gelovige met Christus gestorven.

Nu behoort die waarheid praktisch zichtbaar te worden.

Wat in Christus reeds waar is, moet in het dagelijkse leven worden uitgewerkt.

Daarom noemt Paulus vervolgens onder andere hoererij, onreinheid, kwade begeerlijkheid en gierigheid.

Genade zegt dus nooit:

Zonde doet er niet meer toe.

Genade zegt juist:

u hoort niet meer bij dat oude leven; wandel daarom niet alsof er niets veranderd is.

 

Genade is geen vrijbrief voor zonde

Dit wordt vaak verkeerd begrepen.

Zodra wordt gezegd dat de gelovige niet onder de Wet staat, komt soms het verwijt:

Dus dan mag alles?

Kolossenzen 3 maakt duidelijk hoe oppervlakkig en vleselijk dat bezwaar is.

Paulus behandelt hier zeer concreet de levenswandel.

Hij spreekt over seksuele zonde, begeerte, hebzucht, boosheid, lastering, vuil spreken, liegen, onderlinge omgang, vergeving, liefde, vrede en dankbaarheid.

Hij is bepaald niet vrijblijvend.

Maar opmerkelijk genoeg motiveert Paulus dit alles niet door de gelovige opnieuw onder Mozes te plaatsen.

Hij zegt niet:

Ga terug naar de stenen tafelen.

Hij zegt:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt…” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Daar begint het.

Niet Sinaï, maar Christus.

Niet de oude positie onder de Wet, maar de nieuwe positie in de opgewekte Heer.

De christelijke leefregel is veel hoger dan wetticisme

Dat betekent niet dat goed en kwaad zijn verdwenen.

Integendeel.

Paulus is heel concreet. Hij zegt niet:

“Kijk maar, doe nu maar wat je goeddunkt”

maar:

“Maar nu, legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.” — Kolossenzen 3:8 (STV)

Daarna volgt de positieve kant:

“Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid.” — Kolossenzen 3:12 (STV)

Let opnieuw op de motivatie.

Paulus noemt hen eerst:

uitverkorenen Gods, heiligen en beminden.

Dáárom volgt:

doet dan aan.

Hun gedrag moet overeenkomen met hun positie.

Ze worden niet geliefd omdat ze goed leven.

Ze behoren goed te leven omdat ze geliefd zijn.

Dat is Genade.

 

Eerst vergeven worden, daarna zelf vergeven

Kolossenzen 3:13 is hiervan een prachtig voorbeeld:

“Verdragende elkander en vergevende de een den ander, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.” — Kolossenzen 3:13 (STV)

De volgorde is glashelder.

Niet:

vergeef, zodat Christus u zal vergeven.

Maar:

Christus heeft u vergeven; handel daarom zelf vanuit die vergeving.

De gehoorzaamheid van de gelovige is dus antwoord op ontvangen genade.

Niet betaling voor toekomstige genade.

Niet een poging om behouden te blijven.

Niet een methode om Gods gunst te verdienen.

De Genade komt eerst.

Daarna volgt de wandel.

 

Dat maakt het verschil met Mattheüs 6 des te opvallender

Vergelijk dit eens met de woorden:

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” — Mattheüs 6:14 (STV)

Daar staat een voorwaardelijke formulering.

In Kolossenzen schrijft Paulus daarentegen:

“gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft” — Kolossenzen 3:13 (STV)

Het gaat hier niet om een tegenspraak in de Schrift, maar om de noodzaak om Schriftgedeelten zorgvuldig in hun verband te lezen.

Wie zonder onderscheid alles rechtstreeks op dezelfde wijze op de Gemeente toepast, loopt onvermijdelijk vast.

Paulus maakt aan de Gemeente bekend vanuit welke positie zij leeft:

vergeving is ontvangen.

Vanuit die ontvangen vergeving wordt vervolgens de gelovige opgeroepen zelf te vergeven.

 

Waar blijven de Tien Geboden?

Hier wordt het bijzonder interessant.

Kolossenzen 3 behandelt ongeveer alles wat wij tegenwoordig onder “christelijke ethiek” zouden rangschikken.

Gedrag.

Seksualiteit.

Begeerte.

Gierigheid.

Boosheid.

Taalgebruik.

Waarheid.

Relaties.

Vergeving.

Liefde.

Vrede.

Dankbaarheid.

Als Paulus de Tien Geboden als formele leefregel aan de Gemeente had willen voorschrijven, dan had hij hier een uitgelezen gelegenheid.

Maar hij doet het niet.

Hij voert de gelovige niet terug naar Sinaï.

Hij wijst omhoog:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

Omdat de gelovige een hemelse positie in Christus heeft.

Zijn gedrag wordt niet beheerst door de vraag:

Welke regel moet ik afvinken?

maar door:

Wat past bij iemand van wie Christus het leven is?

Dat is geen lagere norm.

Dat is juist een veel hogere.

 

Christus is alles en in allen

Paulus komt vervolgens bij een van de krachtigste uitspraken van dit gedeelte:

“Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije, maar Christus is alles en in allen.” — Kolossenzen 3:11 (STV)

Alle natuurlijke onderscheidingen die mensen zo belangrijk vinden, verdwijnen als grondslag van onze positie voor God.

Afkomst redt niet.

Inspanning redt niet.

Religieuze achtergrond redt niet.

Besnijdenis redt niet.

Sociale positie redt niet.

Cultuur redt niet.

Christus is alles.

Dat is niet alleen een mooie geloofsuitspraak.

Het is de leerstellige kern van het hele hoofdstuk.

Christus is onze positie.

Christus is ons leven.

Christus is het voorbeeld en de bron van onze wandel.

Christus bepaalt onze onderlinge verhouding.

Christus is het middelpunt.

 

Het Woord van Christus moet rijkelijk wonen

Dan zegt Paulus:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” — Kolossenzen 3:16 (STV)

Ook dit is vandaag bijzonder actueel.

Paulus verwijst de gelovige niet naar het najagen van ‘nieuwe openbaringen’, ‘bijzondere stemmen’ of een exclusief persoonlijk lijntje met God.

Hij zegt:

het Woord van Christus moet rijkelijk in u wonen.

Daaruit ontstaat wijsheid.

Daaruit komt onderwijs.

Daaruit komt vermaning.

Daaruit ontstaat aanbidding.

Daarom is Bijbelkennis geen droge intellectuele hobby.

Het Woord vormt het denken van de nieuwe mens.

Wie geestelijk wil wandelen, maar het Woord verwaarloost, probeert vrucht te produceren terwijl hij de door God gegeven bron van kennis en voeding negeert.

 

Alles in de Naam van de Here Jezus

Paulus sluit dit gedeelte af met een bijzonder brede leefregel:

“En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.” — Kolossenzen 3:17 (STV)

Al wat gij doet.

Dat gaat veel verder dan een lijst verboden en regels.

Het omvat woorden én werken.

Privé én openbaar.

Relaties én arbeid.

Gedachten die tot woorden worden én beslissingen die tot daden worden.

De vraag wordt dan niet slechts:

Mag dit volgens een gebod?

maar:

kan ik dit doen in de Naam van de Here Jezus Christus?

Dat is een hogere toets.

 

De grote fout van wettische prediking

Het merkwaardige van veel christelijke prediking is dat men genade gebruikt om iemand binnen te krijgen en vervolgens de Wet gebruikt om hem binnen te houden.

Eerst klinkt:

U wordt uit genade behouden.

Maar daarna volgt:

Nu moet u bewijzen dat u het waard bent.

Daarmee wordt de gelovige praktisch weer teruggebracht naar het systeem waarvan Christus hem juist heeft vrijgemaakt.

Kolossenzen 3 volgt een totaal andere lijn.

Paulus zegt niet:

word wat God verlangt en misschien zal Hij u aannemen.

Hij zegt:

zie wie u in Christus geworden bent en wandel overeenkomstig die positie.

Dat is geen semantisch verschil.

Het bepaalt de hele verhouding tussen God en de gelovige.

 

Geen Wet, maar ook geen wetteloosheid

We moeten dus twee valkuilen vermijden.

Enerzijds de gedachte dat de gelovige toch weer onder de Wet moet worden gebracht om hem heilig te laten leven.

Anderzijds de gedachte dat genade betekent dat onze wandel niet belangrijk is.

Kolossenzen 3 vernietigt beide misvattingen.

De gelovige staat niet onder de Wet.

Maar hij hoort ook niet naar het vlees te leven.

Waarom niet?

Niet omdat Sinaï hem veroordeelt.

Maar omdat Christus zijn leven is.

Daarom zegt Paulus:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Daar ligt onze zekerheid en onze verantwoordelijkheid.

 

Leven uit Christus

De boodschap van Kolossenzen 3 kan uiteindelijk in enkele woorden worden samengevat:

eerst positie, dan praktijk.

eerst genade, dan wandel.

eerst ontvangen, dan beantwoorden.

eerst Christus, dan de vrucht.

De oude mens wordt niet verbeterd.

De nieuwe mens wordt aangedaan.

De gelovige probeert zichzelf niet door goede werken geschikt te maken voor Christus.

Christus is zijn leven.

En daarom klinkt de oproep:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn…” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Dat is de christelijke wandel.

Niet leven om een positie te verdienen.

Maar leven vanuit een positie die God in Christus reeds geschonken heeft.

Niet terug naar Sinaï.

Maar zien op de opgewekte Christus, gezeten aan de rechterhand Gods.

En daaruit leven.

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights