De Kanaänitische vrouw. Groot geloof wanneer alles tegen lijkt te zitten

YouTube player

 

Wat is werkelijk groot geloof? Is dat geloven dat God altijd zal doen wat wij vragen? Is geloof afhankelijk van wat wij voelen? Of blijkt geloof juist wanneer God zwijgt en onze omstandigheden niet veranderen? In deze preek staat de bijzondere ontmoeting van de Here Jezus Christus met de Kanaänitische vrouw uit Mattheüs 15:21-28 centraal. Haar dochter verkeert in grote nood. Zij roept tot de Here, maar aanvankelijk antwoordt Hij haar niet. De discipelen willen haar zelfs wegsturen. Toch keert deze vrouw zich niet teleurgesteld van Christus af. Integendeel: zij komt dichterbij, aanbidt Hem en bidt eenvoudig: “Heere, help mij!” (Mattheüs 15:25, STV)

Wanneer de Here Jezus vervolgens spreekt over het brood van de kinderen en de hondjes, antwoordt zij niet verontwaardigd, maar in diepe afhankelijkheid: “Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokskens die er vallen van de tafel hunner heren.” (Mattheüs 15:27, STV)

Daarop spreekt Christus die prachtige woorden: “O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.” (Mattheüs 15:28, STV) Deze boodschap gaat over geloof in plaats van gevoel, volharding wanneer God lijkt te zwijgen, genade in plaats van rechten opeisen en vertrouwen op Christus wanneer gebeden niet worden beantwoord zoals wij hadden gehoopt.

Ook komt een belangrijke vraag aan de orde: geneest Jezus altijd? De Bijbel leert ons niet dat iedere ziekte verdwijnt wanneer wij maar genoeg geloof hebben. Sommige “doornen” worden weggenomen, andere blijven. Maar Gods genade blijft genoeg. Een bemoedigende en tegelijk confronterende boodschap over groot geloof, Gods soevereiniteit en de zekerheid die uiteindelijk niet in onze omstandigheden ligt, maar in de Here Jezus Christus Zelf. Wat dan nog? Jezus is er toch?

 

Jezus is de Messias, óók in de Koran, maar…..

Wat dat betekent?

Een moslim zal zonder aarzeling zeggen dat Jezus de Messias is. Dat is geen christelijke claim die de islam van buitenaf is opgedrongen. De Koran zelf noemt Jezus ook:

المسيح “al-Masih”: de Messias. Wat betekent: de Gezalfde.

Maar stel je de eenvoudige vraag:

Wat betekent het volgens de Koran dat Jezus de Messias is?

Dan wordt het ineens muisstil.

Want de Koran gebruikt een titel die eeuwen ouder is dan de islam, maar legt niet uit wat die titel inhoudt.

Waarom is Jezus de Messias? Waarvoor is Hij gezalfd? Tot welk ambt? Welke beloften vervult Hij? Waarom draagt Jezus deze titel en Mohammed niet?

Dat zijn geen randzaken. Wanneer men iemand “de Messias” noemt, gebruikt men een titel met een voorgeschiedenis. En juist die voorgeschiedenis brengt ons niet naar Mekka of Medina, maar naar Mozes, de Psalmen, de Profeten en uiteindelijk naar het Evangelie.

Jezus is de Messias ook in de Koran. Wat betekent dat?
Jezus is de Messias, ook in de Koran

De Koran noemt Jezus uitdrukkelijk de Messias

In Soera 3:45 wordt aan Maria aangekondigd:

“Allah geeft u een blijde tijding van een Woord van Hem, wiens naam de Messias is, Jezus, zoon van Maria.”

Ook Soera 4:171 spreekt over:

“de Messias, Jezus, zoon van Maria.”

Soera 5:72 en 5:75 gebruiken opnieuw dezelfde titel.

Er bestaat dus geen discussie over de vraag óf de Koran Jezus de Messias noemt. Dat doet hij herhaaldelijk.

De vraag is veel lastiger:

Wat bedoelt de Koran ermee?

 

“Messias” is geen achternaam van Jezus

Soms lijkt het binnen de Koran bijna alsof “Messias” slechts een eretitel bij de naam Jezus is geworden. Maar historisch en Bijbels kan dat niet zo zijn.

Het Arabische “al-Masih” staat in dezelfde traditie als het Hebreeuwse “Mashiach”: de gezalfde. Het Griekse equivalent is “Christos”, waarvan ons woord “Christus” afkomstig is.

Daarom lezen we in Johannes 1:42:

“Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.” (STV)

“Messias” en “Christus” verwijzen dus naar dezelfde Persoon: de Gezalfde.

Maar daarmee begint de vraag pas.

Gezalfd waarvoor?

Een titel zonder inhoud zegt immers heel weinig.

 

Waarvoor is Jezus volgens de Koran gezalfd?

Hier ligt het probleem.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar geeft geen uitwerking van Zijn messiaanse ambt.

Waar lezen we in de Koran waarom Jezus de Messias is?

Waar wordt uitgelegd tot welk ambt Hij gezalfd werd?

Waar wordt Zijn Messias-schap verbonden met de beloften aan David?

Waar vinden we een uitgewerkte messiaanse verwachting?

Waar wordt verklaard waarom deze titel juist aan Jezus toebehoort?

En misschien nog opvallender:

Waarom is Mohammed niet de Messias?

Als “Messias” eenvoudig “een belangrijke boodschapper van Allah” zou betekenen, waarom krijgt Mohammed, volgens de islam de laatste en belangrijkste profeet, die titel dan niet?

Mozes wordt niet “de Messias” genoemd.

Abraham wordt niet “de Messias” genoemd.

Mohammed wordt niet “de Messias” genoemd.

Jezus wel.

Dat vraagt om een verklaring.

 

De Koran leent een titel uit een eerdere openbaringsgeschiedenis

En precies hier ontstaat de controverse.

De islam kan het begrip “Messias” niet zelf hebben voortgebracht. De titel bestond eeuwen vóór Mohammed en komt voort uit de geschiedenis en verwachting van Israël.

Wie echt wil weten wat “Messias” betekent, moet daarom terug naar de Schriften waarin deze verwachting ontwikkeld wordt.

En daar begint het voor de islam ongemakkelijk te worden.

Want de Messias van de Schrift is veel meer dan alleen ‘een profeet die een boodschap komt brengen.’

 

De beloofde Zoon van David

God beloofde David:

“Ik zal uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.” (2 Samuel 7:12, STV)

En:

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” (2 Samuel 7:16, STV)

De Messiasverwachting is daardoor onlosmakelijk verbonden met het koningschap van David.

Jesaja bouwt daarop verder:

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jesaja 9:5, STV)

En vervolgens:

“Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk.” (Jesaja 9:6, STV)

Dit is geen inhoudsloze titel.

Dit is een Koning.

 

Psalm 2 maakt het nog scherper

Psalm 2 spreekt uitdrukkelijk over Gods Gezalfde:

“De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE en tegen Zijn Gezalfde.” (Psalm 2:2, STV)

Dan zegt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.” (Psalm 2:6, STV)

En dan:

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” (Psalm 2:7, STV)

Let op hoe die begrippen bij elkaar komen:

Gezalfde. Koning. Zoon.

Dat is de Bijbelse achtergrond van de titel die de Koran vervolgens zonder uitgebreide verklaring aan Jezus geeft.

 

De Messias is óók de lijdende Knecht

Daar houdt het verhaal niet op.

Jesaja spreekt over de Knecht Die om de zonden van anderen lijdt:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5, STV)

En:

“de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier wordt zichtbaar waarom het Evangelie niet slechts vertelt dat Jezus een profeet was die goede dingen onderwees.

Hij kwam om Zijn leven te geven.

De Here Jezus Christus zegt Zelf:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mattheüs 20:28, STV)

Dat raakt precies aan iets wat de Koran later ontkent: de kruisiging van Jezus.

 

De Koran behoudt de titel maar verwerpt de inhoud

En daarmee wordt de Messiascontroverse echt scherp.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar verwerpt tegelijkertijd centrale elementen van de Bijbelse boodschap over Hem.

Soera 4:157 ontkent dat de Joden Jezus daadwerkelijk hebben gedood en gekruisigd.

Tegelijkertijd bestrijdt de Koran de christelijke belijdenis omtrent Zijn Goddelijke identiteit.

Maar daarmee ontstaat een fundamentele vraag:

Kun je de titel “Messias” uit de Bijbelse openbaringsgeschiedenis overnemen en vervolgens de inhoud waarmee die titel in diezelfde openbaringsgeschiedenis wordt gevuld grotendeels terzijde schuiven?

Dat is de kern van het probleem.

 

De Koran vertelt ons bovendien dat Jezus “Zijn Woord” is

Het wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar de manier waarop de Koran Jezus omschrijft.

Soera 4:171 noemt Hem niet alleen de Messias, maar ook:

“Zijn Woord, dat Hij aan Maria gaf, en een geest van Hem.”

En Soera 3:45 spreekt eveneens over “een Woord van Hem”.

We moeten daar niet meer in lezen dan wat de Koran zelf zegt. De Koran leert hiermee niet automatisch de christelijke leer van Johannes 1.

Maar de vergelijking is desondanks opmerkelijk.

Want het Evangelie zegt:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” (Johannes 1:14, STV)

De Koran wil de christelijke belijdenis over Jezus corrigeren, maar gebruikt tegelijkertijd buitengewone titels voor Hem.

Hij is de Messias.

Hij is een Woord van Allah.

Hij wordt geboren uit Maria zonder menselijke vader.

Hij verricht uitzonderlijke wonderen.

En toch wordt de lezer gewaarschuwd vooral niet de conclusies over Jezus te trekken die het Evangelie trekt.

Dat verdient op zijn minst onderzoek.

 

Waarom Jezus?

Dit is misschien wel de eenvoudigste apologetische vraag die je een moslim kunt stellen:

Waarom Jezus?

Waarom wordt Mohammed niet uit een maagd geboren?

Waarom heet Mohammed niet “de Messias”?

Waarom wordt Mohammed niet “Zijn Woord” genoemd zoals Jezus in Soera 4:171?

Waarom staat juist Jezus zo uitzonderlijk in de Koran?

Het antwoord kan niet eenvoudig zijn: “Omdat Jezus een profeet was.”

Er staan immers veel profeten in de Koran.

De vraag is waarom deze Profeet zulke uitzonderlijke aanduidingen krijgt.

Ga terug naar de eerdere Schriften

Een moslim zou kunnen antwoorden dat wij de Koran zelf moeten laten bepalen wat “Messias” betekent.

Prima.

Waar doet de Koran dat dan?

Waar vinden we een duidelijke definitie?

Waar wordt het messiaanse ambt uitgelegd?

Waar wordt verklaard waarom Jezus en niemand anders “de Messias” is?

Wanneer de Koran dat niet uitlegt, ligt de volgende stap voor de hand: kijk naar de eerdere Schriften waaruit het begrip afkomstig is.

En dan komen we terecht bij de Torah, de Profeten, de Psalmen en het Evangelie.

Niet bij een hypothetisch verdwenen boek waarvan niemand een manuscript kan tonen.

Maar bij geschriften waarvan de messiaanse verwachting al eeuwen vóór de islam aantoonbaar bestond.

 

Jezus Zelf stelt de beslissende vraag

De Here Jezus Christus stelde Zijn discipelen niet de vraag of zij Hem als één profeet uit een lange rij profeten beschouwden.

Hij vroeg:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Mattheüs 16:15, STV)

Petrus antwoordde:

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16, STV)

Let opnieuw op: ‘de Christus.’

De Messias.

Maar Petrus stopt daar niet.

“De Zoon des levenden Gods.”

Daar ligt uiteindelijk het verschil.

De Koran behoudt voor Jezus de titel “Messias”, maar het Nieuwe Testament vertelt ons Wie deze Messias is.

 

Een vraag aan de islamitische lezer

Ik wil niet eindigen met spot, of “gotcha”maar met een eenvoudige uitnodiging.

Als jij als moslim gelooft dat Jezus inderdaad de Messias is, neem die belijdenis dan serieus.

Vraag niet wat christenen ervan gemaakt zouden hebben.

Vraag:

Wat betekent “Messias”?

Waarom draagt Jezus die titel?

Waar komt die titel vandaan?

Wat beloofden de eerdere Schriften over deze Messias?

En vooral:

Wie zegt Jezus Zelf dat Hij is?

Lees vervolgens de geschriften waarin de Messiasverwachting daadwerkelijk wordt uitgelegd.

Lees Psalm 2.

Lees Jesaja 9.

Lees Jesaja 53.

Lees Micha 5.

Lees het Evangelie naar Mattheüs.

Lees het Evangelie naar Johannes.

En stel dan opnieuw de vraag die al tweeduizend jaar niet aan kracht heeft verloren:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

De Koran noemt Hem de Messias.

De echt beslissende vraag is:

Weet je wat je daarmee over Jezus belijdt?

De Koran kan Jezus wel ‘de Messias’ noemen, maar voor de betekenis van die belijdenis moet hij lenen bij de Schriften die hij vervolgens op beslissende punten tegenspreekt.

lees ook:

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk? – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten – Bijbelse basis

extern:

Bijbelstudie: De betekenis van de naam Jezus Christus

Wat is de Gemeente van Jezus Christus?

Vreemde vraag, denk je wellicht. Maar het zal je gedacht zijn wat sommige mensen hier allemaal onder verstaan. Om een goed en helder antwoord  te kunnen vinden op deze vraag schrijf ik dit blog.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

Het Lichaam van Christus volgens de Bijbel

Als het woord “gemeente” valt, denken veel mensen onmiddellijk aan de kerk, een kerkgebouw, een plaatselijke geloofsgemeenschap, een denominatie of een organisatie met voorgangers, oudsten en ledenlijsten. Maar wie vanuit de Schrift vraagt wat de Gemeente van Jezus Christus echt is, komt bij iets veel fundamentelers terecht.

De Gemeente is geen menselijke organisatie die rondom Jezus Christus is opgebouwd. Deze is het Lichaam van Christus, waarvan de opgestane en verheerlijkte Here Jezus Christus Zelf het Hoofd is.

Dat verschil is niet maar een kwestie van woorden. Het bepaalt hoe we kijken naar de positie van de gelovige, naar kerkelijk leiderschap, naar Israël, naar onze hemelse roeping en uiteraard naar Christus Zelf.

Het lichaam van Christus colgens de Bijbel
Wat is de gemeente van Jezus Christus?

Christus bouwt Zijn Gemeente

De eerste belangrijke aanwijzing vinden we in de woorden van de Here Jezus Christus:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Let op de woorden:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

De Here Jezus sprak niet over iets wat vanaf Adam altijd al had bestaan. Hij sprak over iets dat Hij zou bouwen. De Gemeente heeft daarom een bijzondere plaats in Gods heilsplan.

En minstens zo belangrijk: Christus zegt niet dat mensen Zijn Gemeente zullen bouwen. Hij bouwt haar.

Dat zet gelijk een streep door het idee dat de Gemeente in essentie een menselijke instelling zou zijn. Mensen kunnen kerkgenootschappen oprichten, gebouwen neerzetten, statuten schrijven en organisaties besturen.

Maar alleen Christus kan Zijn Gemeente bouwen.

 

De Gemeente is het Lichaam van Christus

Paulus geeft de meest directe omschrijving:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23, STV)

De Gemeente is dus zoals we hier zien: Zijn Lichaam.

Dat is veel meer dan een mooi beeld voor christelijke samenwerking. Christus is het Hoofd en de gelovigen vormen gezamenlijk Zijn Lichaam.

Dat betekent ook dat het leven van de Gemeente niet voortkomt uit menselijke structuren, programma’s of leiders. Haar leven komt voort uit Christus.

Zoals een lichaam niet onafhankelijk van het hoofd kan functioneren, zo heeft de Gemeente geen zelfstandig geestelijk bestaan naast Christus. Haar positie, identiteit, leven en toekomst zijn allemaal verbonden met Hem.

Dat maakt de Gemeente in de eerste plaats christocentrisch. (Christocentrisch = gericht op Christus als Hoofd, fundament, levensbron en middelpunt.)

Niet de voorganger staat centraal.

Niet een bediening.

Niet een kerkverband.

Niet een bepaalde beweging.

Christus.

 

Wie hoort tot de Gemeente?

Ook hierover laat de Schrift weinig ruimte voor menselijke definities.

Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De Gemeente wordt dus gevormd door mensen die door de Heilige Geest tot één Lichaam zijn gemaakt.

Dat is iets anders dan lid worden van een kerk.

Je kunt op een ledenlijst staan zonder dat daarmee bewezen is dat je tot het Lichaam van Christus behoort. Omgekeerd kan iemand tot Christus behoren zonder aangesloten te zijn bij het kerkgenootschap dat anderen misschien als het enige juiste beschouwen.

De bepalende vraag is niet:

Bij welke kerk hoor je?

Maar:

Ben je in Christus?

De Gemeente bestaat uit mensen die door geloof deel gekregen hebben aan het nieuwe leven in Christus.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Christelijk geloof is daarom niet in de eerste plaats het aannemen van een ‘christelijke levensstijl’. Wat je daar ook onder mag verstaan. Het gaat om nieuw leven.

 

Christus gaf niet alleen Zijn leven voor ons

Hier ligt een belangrijk onderscheid.

Het Evangelie verkondigt dat Christus voor onze zonden gestorven is. Maar behoud houdt niet op bij vergeving.

De gelovige ontvangt leven in Christus.

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.” (1 Johannes 5:11-12, STV)

Eeuwig leven is daarom niet slechts eindeloos blijven bestaan. Het is leven dat in Gods Zoon gevonden wordt.

Christus gaf Zijn leven voor ons tot verlossing, maar Hij geeft ook Zijn leven aan ons.

Daarom zegt Paulus:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” (Galaten 2:20, STV)

Dáár ligt het geheim van de Gemeente.

Het is niet een verzameling mensen die allemaal proberen Jezus na te doen. Het is een Lichaam van mensen die hun nieuwe leven in Christus ontvangen hebben.

 

Jood en heiden worden één nieuw Lichaam

Een ander wezenlijk kenmerk van de Gemeente is dat daarin het vroegere onderscheid tussen Jood en heiden geen basis vormt voor de positie in Christus.

Paulus noemt dit onderdeel van de verborgenheid:

“Dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” (Efeze 3:6, STV)

Let op die woorden:

“van hetzelfde lichaam.”

De heiden wordt niet eerst Jood om vervolgens bij Gods volk te mogen horen. Evenmin wordt de Jood heiden.

God doet iets nieuws.

Gelovigen uit Joden en heidenen worden in Christus samengevoegd tot één Lichaam.

Dat is van groot belang, omdat hierover tegenwoordig veel verwarring bestaat.

 

De Gemeente is niet Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid tussen Israël en de Gemeente voorkomt veel leerstellige verwarring.

Israël heeft in de Schrift een eigen roeping, geschiedenis, beloften en toekomst. De Gemeente heeft eveneens een eigen roeping, positie en toekomst.

De Gemeente is daarom niet eenvoudig een nieuwe naam voor Israël.

Evenmin heeft de Gemeente Israël vervangen.

Paulus zegt over Israël:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre…” (Romeinen 11:1, STV)

En later:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.” (Romeinen 11:29, STV)

De Bijbel geeft ons daarom geen reden om de beloften die God aan Israël deed stilzwijgend naar de Gemeente over te hevelen.

Dat gebeurt helaas nog steeds vaak. Beloften die betrekking hebben op Israël, het land, Jeruzalem en het toekomstige Koninkrijk worden dan “vergeestelijkt” en op de kerk toegepast.

Maar daarmee wordt niet alleen Israël van zijn beloften beroofd; ook de unieke positie van de Gemeente raakt uit beeld.

De Gemeente hoeft helemaal niet Israël  te worden om een buitengewoon heerlijke positie te hebben.

Haar roeping is namelijk hemels.

 

Een hemelse roeping

Paulus schrijft:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” (Filippenzen 3:20, STV)

En:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3, STV)

De positie van de Gemeente wordt dus niet bepaald door aardse macht, politieke invloed of maatschappelijke status.

Dat is een belangrijke correctie op allerlei vormen van christendom waarin men leert dat de kerk geroepen zou zijn om de wereld over te nemen, maatschappelijk te domineren of het Koninkrijk van God op aarde te vestigen.

De Gemeente heeft een andere, hogere roeping.

Zij behoort bij de verworpen maar inmiddels verheerlijkte Christus.

Het Hoofd bevindt Zich in de hemel.

Het burgerschap is in de hemel.

De zegeningen zijn in Christus in de hemel.

En de verwachting is vanuit de hemel.

Dat is een radicaal ander perspectief.

 

De Gemeente was een verborgenheid

Paulus spreekt meerdere malen over een “verborgenheid”. Een begrip dat bij sommigen voor veel onbegrip zorgt.

Daarmee bedoelt hij niet iets geheimzinnigs of mystieks, maar eenvoudig een waarheid die God eerder niet bekendgemaakt had zoals Hij die later heeft geopenbaard.

Paulus schrijft:

“En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;” (Efeze 3:9, STV)

Dit verklaart waarom de Gemeente niet eenvoudig gezocht en gevonden kan worden in alle oudtestamentische profetieën over Israël.

Gods voornemen met de Gemeente was in Hem verborgen en werd later geopenbaard.

Juist daarom is het gevaarlijk om Israël en de Gemeente zonder onderscheid in elkaar te schuiven.

Dan verdwijnt namelijk precies dat bijzondere karakter waarvan Paulus zegt dat het een verborgenheid was.

 

De Gemeente is een woonplaats van God

De Gemeente is niet alleen een Lichaam. Zij wordt ook voorgesteld als een geestelijke tempel.

“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” (Efeze 2:21-22, STV)

Ook hier is het verschil met menselijke religie enorm.

Onder het oude verbond stond de tempel op een geografische plaats.

In de huidige bedeling woont God door Zijn Geest in Zijn Gemeente.

Daarom is een kerkgebouw op zichzelf nooit “het huis van God” in dezelfde betekenis waarin de tempel dat onder Israël was.

Het huis van God bestaat uit levende stenen.

“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” (1 Petrus 2:5, STV)

Dat heeft verstrekkende gevolgen voor onze kijk op kerk-zijn.

 

Geen geestelijke elite binnen het Lichaam

Als we goed begrijpen wat het Lichaam van Christus is, wordt ook duidelijk hoe vreemd een systeem van geestelijke rangen en standen eigenlijk is.

Paulus vergelijkt de Gemeente met één lichaam waarin vele leden verschillende functies hebben.

Niet ieder lid doet hetzelfde. Niet iedere gave is hetzelfde. Niet iedere taak is hetzelfde.

Maar verschil in functie betekent geen verschil in geestelijke waarde.

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.” (1 Korinthe 12:12, STV)

Dat laat geen ruimte voor profileringsdrang.

De Gemeente heeft één Hoofd.

Niet een apostel.

Niet een profeet.

Niet een voorganger.

Niet een gezalfde leider.

Maar Christus.

Menselijke bedieningen hebben alleen betekenis voor zover zij het Lichaam dienen en de leden helpen groeien tot geestelijke volwassenheid.

Zodra gelovigen structureel afhankelijk worden gemaakt van bijzondere leiders, “gezalfden” of geestelijke specialisten, wordt het Bijbelse beeld omgedraaid

Bediening behoort het Lichaam op te bouwen, niet zichzelf.

De Gemeente leeft onder, door en uit Genade

Ook dit behoort tot de identiteit.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dat betekent niet dat het leven van de gelovige er niet toe doet. Integendeel.

Genade redt niet alleen; genade onderwijst.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld;” (Titus 2:11-12, STV)

De Gemeente wordt daarom niet gevormd door mensen die door nauwgezette wetsbetrachting en inspanning proberen God gunstig te stemmen.

Zij bestaat uit mensen die uit genade behouden zijn en vanuit die genade leren wandelen.

 

Waarom dit onderscheid vandaag zo belangrijk is

Dit is geen abstract leerstellig onderwerp.

Als niet meer duidelijk is wat de Gemeente eigenlijk is, ontstaan vrijwel vanzelf allerlei verschuivingen.

Dan wordt de Gemeente een organisatie die succes moet hebben.

Leiders worden bestuurders of geestelijke beroemdheden.

Gemeenteopbouw wordt organisatiegroei.

Geestelijke vrucht wordt meetbaar gemaakt in bezoekersaantallen.

Roeping wordt invloed.

Dienstbaarheid wordt profilering.

En het Hoofd raakt langzaam maar zeker uit beeld.

Maar het Nieuwe Testament tekent een heel ander beeld.

Christus is het Hoofd.

De gelovigen zijn Zijn leden.

De Heilige Geest vormt hen tot één Lichaam.

Genade is de grondslag waarop zij staan.

De hemel bepaalt hun positie en verwachting.

Dan wordt de vraag niet langer:

Hoe maken wij onze kerk groot?

De vraag wordt:

Hoe wordt Christus verheerlijkt?

 

De Gemeente is eigendom van Christus

Misschien ligt daarin uiteindelijk de eenvoudigste en tegelijk diepste waarheid.

De Gemeente is Zijn Gemeente.

Hij heeft haar lief.

Hij heeft Zich voor haar gegeven.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;” (Efeze 5:25, STV)

Daarom mag niemand, onder geen voorwaarde, zich de Gemeente toe-eigenen.

Geen leider kan zeggen:

“mijn gemeente”

alsof zij van hem is.

Geen denominatie bezit het Lichaam van Christus.

Geen beweging heeft het alleenrecht op Gods werk.

Christus kocht.

Christus bouwt.

Christus voedt

Christus heiligt.

Christus is het Hoofd.

En te Zijner tijd zal Christus haar tot Zich nemen.

 

Wat is dan wél de Gemeente van Jezus Christus

Samengevat kunnen we daarom zeggen:

De Gemeente van Jezus Christus is het door God gevormde hemelse volk, de Gemeente der eerstgeborenen, wedergeboren gelovigen uit Jood en heiden, die door de Heilige Geest tot één Lichaam met de opgestane en verheerlijkte Christus zijn verbonden. Christus is het Hoofd en de levensbron van dit Lichaam. De Gemeente leeft onder Genade, is een woonplaats van God door de Geest, deelt in Christus’ hemelse positie en verwachting en moet onderscheiden worden van Israël.

Dat is vele malen rijker dan “naar de kerk gaan”.

Wie in Christus is, behoort tot iets dat mensen nooit zouden kunnen bouwen.

Tot Zijn Lichaam.

En daarom hoort in de Gemeente uiteindelijk maar Eén centraal te staan:

de Here Jezus Christus.

zie ook:

Jezus alleen: Christus bouwt Zijn Gemeente – Bijbelse basis

gemeente van Jezus Christus – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights