Spreekt God buiten de Bijbel?
In evangelische en charismatische kringen wordt veel gezegd over Gods stem verstaan. Gelovigen zouden moeten leren luisteren naar God, Zijn stem tussen hun eigen gedachten leren herkennen en persoonlijke boodschappen van Hem ontvangen. Wie geestelijk groeit, zou steeds duidelijker horen wat God tegen hem zegt.
Daarom zijn er cursussen, trainingen en profetische scholen waarin mensen leren stil te worden, beelden te ontvangen, gedachten op te schrijven en woorden over anderen uit te spreken. Sommige christelijke leiders beweren zelfs hele gesprekken met God te voeren.
Het klinkt wellicht geestelijk, persoonlijk en indrukwekkend.
Maar de vraag is niet hoe het klinkt. De vraag zou moeten zijn: is het Bijbels?
God hééft gesproken. Hij heeft Zijn Woord gegeven.
Christus wordt Zelf het Woord genoemd.
Waarom bestaat er dan toch zo’n sterke behoefte aan een aanvullend, persoonlijk en exclusief lijntje met God?

God heeft gesproken door Zijn Zoon
De Schrift begint niet met de opdracht om stil te worden en te wachten totdat er een stem in onze gedachten opkomt. Zij wijst ons op de wijze waarop God daadwerkelijk gesproken heeft:
“God, voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.” Hebreeën 1:1-2 (STV)
God sprak door de profeten. Vervolgens sprak Hij door de Zoon. Dat spreken vond niet plaats in de verborgen binnenwereld van iedere afzonderlijke gelovige, maar in de geschiedenis en in de openbaring die Hij heeft laten vastleggen.
De Here Jezus Christus is bovendien niet slechts iemand die woorden van God doorgaf. Hij is Zelf het Woord:
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)
Wie God wil kennen en Gods stem wil verstaan, moet daarom niet allereerst naar binnen kijken. Hij moet zien op Christus zoals Hij in de Schrift wordt geopenbaard.
De echte Christus is niet de Jezus van onze fantasie, dromen, gevoelens of innerlijke gesprekken. Het is de Christus van de Schriften.
Gods stem verstaan begint bij de Bijbel
De Here Jezus Christus bevestigde voortdurend het gezag van de Schriften. Hij verwees naar Mozes, de Profeten en de Psalmen. Hij verklaarde:
“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)
Ook wees Hij bepaalde getuigen aan door wie de nieuwtestamentische openbaring zou worden doorgegeven. De woorden van de apostelen kregen gezag omdat zij door Christus waren geroepen en gezonden. Zij hadden dat gezag niet omdat zij gevoelige, mystieke of bijzonder ontvankelijke mensen waren.
Het Bijbelse uitgangspunt is daarom helder: God heeft gesproken en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Woord werd overgeleverd.
Toch ontstaat in veel gemeenten de indruk dat de Bijbel niet voldoende persoonlijk is. Men wil niet alleen weten wat God in de Schrift heeft gezegd. Men wil weten wat God nu speciaal tegen mij zegt.
Daarmee verschuift het zwaartepunt van het geschreven Woord naar de persoonlijke ervaring.
Men verlangt naar een woord van God, maar ontwijkt het Woord van God
Het is opvallend dat sommige mensen voortdurend zeggen dat zij naar een woord van God verlangen, terwijl zij het Woord van God nauwelijks bestuderen.
De Bijbel vindt men moeilijk. De Bijbel zou te oud, te ingewikkeld of te leerstellig zijn. Grondige Schriftstudie vraagt concentratie, geduld en bereidheid om Schrift met Schrift te vergelijken. Men moet rekening houden met de context, de geadresseerden en de plaats van een Bijbelgedeelte in Gods heilsplan.
Een innerlijke stem is eenvoudiger.
Men sluit de ogen, wordt stil en wacht af welke gedachte opkomt.
Die gedachte sluit dikwijls opvallend goed aan bij wat iemand zelf al verlangde, vreesde of van plan was. Zij spreekt zijn eigen taal en bevestigt regelmatig zijn eigen voorkeur.
De Schrift doet dat niet altijd.
De Schrift staat buiten ons. Zij spreekt ons tegen. Zij ontmaskert onze motieven. Zij vraagt niet of wij haar woorden prettig vinden, maar of wij bereid zijn ons eraan te onderwerpen.
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timótheüs 3:16-17 (STV)
De mens die in God gelooft wordt door de Schrift toegerust tot alle goed werk.
Niet tot een gedeelte van zijn geestelijke leven, waarna innerlijke stemmen de ontbrekende informatie moeten aanvullen. Tot alle goed werk.
Wanneer de Schrift de gelovige volledig kan toerusten, welk noodzakelijk geestelijk tekort moet dan nog worden aangevuld door persoonlijke boodschappen?
Kan men Gods stem leren horen via een cursus?
Rondom het onderwerp Gods stem horen is inmiddels een complete geestelijke bedrijfstak ontstaan.
Er zijn cursussen stemverstaan, profetische scholen, luistertrainingen, activaties en oefeningen waarbij deelnemers woorden over elkaar moeten uitspreken. Zij krijgen de opdracht stil te worden, een vraag aan God te stellen en vervolgens op te schrijven wat als eerste in hen opkomt.
Maar wat komt daar werkelijk in gedachten?
Eigen verlangens?
Angsten?
Herinneringen?
Suggesties van de cursusleider?
Gedachten die door de sfeer in de groep worden opgeroepen?
De behoefte om niet achter te blijven bij anderen die wel iets zeggen te ontvangen?
Of werkelijk woorden van God?
Dat onderscheid kan niemand op een objectieve en controleerbare wijze maken. De menselijke innerlijke wereld is geen zuivere ontvangstkamer die alleen maar op de juiste hemelse frequentie hoeft te worden afgestemd.
De Schrift waarschuwt juist voor de onbetrouwbaarheid van het hart:
“Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen?” Jeremia 17:9 (STV)
Een training die mensen leert om spontane gedachten als mogelijke woorden van God te behandelen, leert hun niet noodzakelijk om Gods stem te verstaan. Zij kan hun vooral leren om hun eigen gedachten van een goddelijk etiket te voorzien.
“Mijn schapen horen Mijn stem”
Een van de meest gebruikte teksten bij het onderwerp Gods stem verstaan is Johannes 10:
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.” Johannes 10:27 (STV)
Daaruit wordt afgeleid dat iedere gelovige een persoonlijke stem van Jezus in zijn hoofd zou moeten leren herkennen.
Maar dat staat er niet.
De Here Jezus Christus gebruikt het beeld van een herder en zijn schapen. Zijn schapen herkennen Hem, behoren Hem toe en volgen Hem. Zij luisteren niet naar dieven, rovers en vreemdelingen.
Het gaat in Johannes 10 om het herkennen van de ware Herder tegenover valse herders. Het gaat niet over het ontvangen van persoonlijke boodschappen over een baan, woning, relatie, bediening of financiële beslissing.
De tekst zegt niet:
Mijn schapen ontvangen dagelijks nieuwe informatie in hun gedachten.
Wie dat ervan maakt, gebruikt Johannes 10 als kapstok voor een praktijk die al vooraf is aangenomen.
Paulus schrijft:
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” Romeinen 10:17 (STV)
Het geloof ontstaat door het Woord Gods, niet door het trainen van een mystiek innerlijk gehoor.
De Heilige Geest is niet de concurrent van de Schrift
Sommigen werpen tegen dat de Heilige Geest toch nog steeds spreekt, overtuigt en leidt.
Zeker. Maar de Heilige Geest staat niet tegenover de Schrift. Hij is de Geest Die de Schrift heeft voortgebracht:
“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)
De Geest verlicht ons verstand. Hij overtuigt ons. Hij past de waarheid toe op ons geweten en onze wandel. Hij vormt ons denken door het Woord dat Hij Zelf gegeven heeft.
Dat een Bijbelgedeelte tijdens het lezen krachtig tot ons spreekt, betekent niet dat er een nieuwe openbaring is ontstaan. Het is de toepassing van het reeds gegeven Woord.
Dat iemand na gebed tot een bepaalde overtuiging komt, betekent evenmin automatisch dat God woorden in zijn gedachten heeft uitgesproken.
Wij mogen spreken over wijsheid, overtuiging, gebed, verantwoordelijkheid en voorzienige leiding. Maar dat is iets anders dan verklaren:
God zei tegen mij dat ik dit moest doen.
Wie dat zegt, doet een openbaringsclaim.
“God zei tegen mij” is geen onschuldige formulering
Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de volgende uitspraken:
Ik heb sterk de indruk dat ik dit moet doen.
Ik denk dat dit wijs is.
Na gebed ben ik tot deze overtuiging gekomen.
En:
God heeft tegen mij gezegd dat ik dit moet doen.
De eerste uitspraken erkennen menselijke feilbaarheid. De laatste uitspraak legt de oorsprong van de boodschap bij God.
God spreekt niet onzeker. God gokt niet. God vergist Zich niet en hoeft Zijn woorden later niet te corrigeren.
“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?” Numeri 23:19 (STV)
Wanneer iemand niet zeker weet of een gedachte van God afkomstig is, mag hij niet zeggen dat God gesproken heeft.
Wie zegt: God zei, kan zich niet tegelijk beroepen op de mogelijkheid dat hij het verkeerd heeft aangevoeld.
Dan was de claim eenvoudig te groot.
Hedendaagse profetie wil wel gezag, maar geen verantwoordelijkheid
Binnen charismatische kringen wordt daarom dikwijls gezegd dat hedendaagse profetie feilbaar kan zijn. God spreekt volmaakt, maar mensen zouden Zijn woorden gebrekkig kunnen ontvangen of doorgeven.
Dat lijkt een oplossing, maar het maakt het probleem alleen groter.
Een boodschap wordt eerst met Gods gezag gebracht. Wanneer zij niet uitkomt, beroept men zich op menselijke zwakheid.
Zo krijgt men wel het gezag van openbaring, maar niet de verantwoordelijkheid die bij spreken namens God hoort.
Komt een profetisch woord toevallig uit, dan heeft God gesproken.
Komt het niet uit, dan was de timing anders, werd het verkeerd geïnterpreteerd, ontbrak het de ontvanger aan geloof of is de vervulling uitgesteld.
De zogenaamde profeet behoudt zijn positie. De ontvanger blijft achter met verwarring, schuldgevoel of teleurstelling.
Gods Naam wordt zo gebruikt als een geestelijk vangnet voor menselijke vermoedens.
Profetische woorden maken mensen afhankelijk
Rondom het ontvangen van persoonlijke boodschappen ontstaat gemakkelijk een geestelijke rangorde.
Onderaan staan de gewone gelovigen die alleen hun Bijbel lezen.
Daarboven staan degenen die indrukken, beelden en woorden ontvangen.
Nog hoger staan degenen die dagelijks Gods stem zeggen te horen.
En helemaal bovenaan staan leiders die beweren complete gesprekken met God te voeren.
Zij weten niet alleen wat in de Schrift geschreven staat. Zij beschikken ook over actuele informatie uit de hemel.
Dat verleent status en macht.
Gelovigen worden afhankelijk van iemand die een persoonlijk woord voor hen zou kunnen ontvangen. In plaats van zelf de Schrift te onderzoeken, wijsheid te zoeken en verantwoordelijkheid te dragen, wachten zij op een profetische bevestiging.
De Bijbel wordt niet officieel afgeschaft. Praktisch raakt hij echter op de achtergrond.
Niemand reist uren naar een conferentie omdat hij hoopt dat een spreker hem zal adviseren Romeinen of Efeze grondig te bestuderen. Men komt omdat men verlangt naar een bijzonder en persoonlijk woord.
Het gewone Woord is blijkbaar niet bijzonder genoeg.
Wanneer “God zei” geestelijke manipulatie wordt
Het wordt nog ernstiger wanneer iemand niet alleen zegt dat God tot hem heeft gesproken, maar ook beweert dat God iets over een ander heeft gezegd.
God zei dat jij je aan mijn leiderschap moet onderwerpen.
God heeft mij laten zien dat jij deze gemeente niet mag verlaten.
God zei dat jij geld aan deze bediening moet geven.
God heeft gezegd dat jij met deze persoon moet trouwen.
God zei dat jij deze taak moet aanvaarden.
Op dat moment is geen sprake meer van een onschuldige persoonlijke indruk. Dan wordt Gods Naam gebruikt om invloed en macht uit te oefenen.
Hoe kan de ontvanger nog vrij antwoorden?
Wanneer hij weigert, lijkt hij God ongehoorzaam te zijn. Wanneer hij twijfelt, zou hij de Heilige Geest bedroeven. Wanneer hij de boodschap afwijst, zou hij zich tegen Gods leiding verzetten.
Zo wordt een menselijke mening onttrokken aan normale toetsing.
Een leider hoeft geen argumenten meer te geven. Hij hoeft zijn beslissing niet zorgvuldig uit de Schrift te onderbouwen. Hij hoeft alleen te zeggen:
God heeft mij gezegd…
Daarmee wordt het gesprek feitelijk beëindigd.
Dit is geestelijke manipulatie in vrome verpakking.
Hele gesprekken met God creëren een geestelijke elite
Sommige populaire sprekers vertellen uitvoerig over hun gesprekken met God. God zou hun vragen beantwoorden, grappen maken, persoonlijke details onthullen en zeggen wat Hij van andere personen of gemeenten vindt.
Zulke verhalen maken indruk. Zij suggereren een bijzondere intimiteit met God.
Maar zij roepen ook ernstige vragen op.
Wanneer God werkelijk zulke gesprekken voert, is de inhoud dan waar?
Heeft de boodschap gezag?
Moeten anderen haar gehoorzamen?
Kan zij fouten bevatten?
En wanneer zij fouten bevat, waarom werd Gods Naam eraan verbonden?
Wie beweert hele gesprekken met God te voeren, doet een openbaringsclaim. Men kan niet tegelijkertijd zeggen dat God uitvoerig gesproken heeft en dat de inhoud slechts een persoonlijke, feilbare indruk is.
De gewone gelovige heeft dan de Bijbel.
De bijzondere leider heeft de Bijbel én rechtstreekse hemelse informatie.
Zo ontstaat een geestelijke elite die moeilijk controleerbaar wordt.
De Bijbel wordt gedegradeerd tot controlemiddel
Voorstanders zeggen vaak dat ieder persoonlijk woord aan de Bijbel moet worden getoetst.
Dat klinkt zorgvuldig, maar ondertussen is de positie van de Bijbel veranderd.
De Schrift is dan niet langer de plaats waar God voldoende en gezaghebbend spreekt. Zij wordt een controlemiddel waarmee achteraf wordt onderzocht of een andere boodschap misschien van God afkomstig was.
De belangstelling ligt niet meer bij wat geschreven staat, maar bij de aanvullende boodschap.
Bovendien gaan veel profetische woorden over zaken waarover de Bijbel geen persoonlijke en concrete uitspraak doet. De Schrift noemt niet de naam van de persoon met wie iemand moet trouwen. Zij vertelt niet welk huis hij moet kopen of welke baan hij moet aannemen.
Juist op dat terrein kan de vermeende stem nauwelijks worden gecontroleerd.
Zolang een boodschap geen duidelijke zonde voorschrijft, kan bijna alles worden voorgesteld als leiding van God.
Gods leiding is niet hetzelfde als een hoorbare of innerlijke stem
Dat God door Zijn voorzienigheid leidt, staat niet ter discussie.
Hij kan deuren openen en sluiten. Hij kan omstandigheden gebruiken. Hij kan door Zijn Woord, door wijze raad en door praktische mogelijkheden onze weg bepalen.
Maar Gods leiding betekent niet automatisch dat Hij zinnen in ons hoofd uitspreekt.
Gelovigen hoeven niet over iedere beslissing een persoonlijk woord te ontvangen. Voor veel keuzes geeft God ruimte om in wijsheid en verantwoordelijkheid te handelen.
Wij mogen bidden.
Wij mogen Bijbelse beginselen toepassen.
Wij mogen advies vragen.
Wij mogen omstandigheden afwegen.
Wij mogen een beslissing nemen.
En wij mogen erkennen dat wij ons kunnen vergissen.
Dat is geen gebrek aan geloof. Dat is nuchterheid.
De uitspraak God zei tegen mij wordt soms gebruikt om de last van persoonlijke verantwoordelijkheid te vermijden. Wanneer de beslissing verkeerd uitpakt, heeft men immers niet zelf gekozen. Men meende slechts Gods stem te volgen.
Maar geestelijke volwassenheid betekent ook dat wij leren beslissingen te nemen zonder iedere keuze tot een rechtstreekse opdracht uit de hemel te verheffen.
Het probleem is niet dat God zwijgt
De geestelijke crisis van onze tijd is niet dat God te weinig spreekt.
De crisis is dat veel christenen niet tevreden zijn met de wijze waarop God gesproken heeft.
Wij willen geen Schrift die zorgvuldig moet worden bestudeerd, maar een stem die direct antwoord geeft.
Wij willen niet groeien in wijsheid, maar onmiddellijke zekerheid ontvangen.
Wij willen niet zelf verantwoordelijkheid dragen, maar kunnen zeggen dat God de beslissing heeft genomen.
Wij willen niet slechts samen met andere gelovigen onder het Woord staan. Wij willen iets persoonlijks en exclusiefs horen wat niet iedereen in zijn Bijbel kan lezen.
Maar geestelijke volwassenheid blijkt niet uit het aantal stemmen dat iemand zegt te horen.
Zij blijkt uit kennis van het Woord, nederigheid, onderscheidingsvermogen en bereidheid om door de Schrift gecorrigeerd te worden.
Gods stem verstaan zonder mystiek toneel
Echt Gods stem verstaan betekent niet dat wij ons hoofd leegmaken en wachten welke gedachte bovenkomt.
Het betekent dat wij Gods Woord openen.
Dat wij lezen wat er werkelijk staat.
Dat wij de context respecteren.
Dat wij Schrift met Schrift vergelijken.
Dat wij onderscheiden tot wie een Schriftgedeelte gericht is.
Dat wij onze leer niet bouwen op ervaringen, maar onze ervaringen toetsen aan de leer van de Schrift.
Dat wij onze beslissingen nemen in gebed, wijsheid en verantwoordelijkheid.
Dat wij niet vragen welke tekst ons gevoel bevestigt, maar wat God werkelijk heeft bekendgemaakt.
Petrus verwijst de gelovigen niet naar fluisteringen in hun binnenste:
“En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats.” 2 Petrus 1:19 (STV)
Het profetische Woord is zeer vast.
Onze gedachten zijn dat niet.
Onze gevoelens zijn dat niet.
Onze indrukken zijn dat niet.
Profetische sprekers zijn dat niet.
God heeft geen concurrentie nodig van onze verbeelding.
God heeft gesproken, luisteren wij ook?
Wij spreken tot God in het gebed. God spreekt gezaghebbend tot ons door Zijn Woord. De Heilige Geest verlicht ons verstand, overtuigt ons hart en past dat Woord toe op onze wandel.
Dat is minder spectaculair dan een verslag van een persoonlijk gesprek met God.
Het geeft minder geestelijke status.
Het trekt minder bezoekers naar een profetische conferentie.
Maar het is vast, controleerbaar en veilig.
De vraag is daarom niet:
Hoor ik een bijzondere stem van God?
De vraag is:
Ben ik bereid te luisteren naar wat God duidelijk heeft laten opschrijven?
Lees ook op de website van mijn vrouw:

