Gods stem verstaan

Spreekt God buiten de Bijbel?

In evangelische en charismatische kringen wordt veel gezegd over Gods stem verstaan. Gelovigen zouden moeten leren luisteren naar God, Zijn stem tussen hun eigen gedachten leren herkennen en persoonlijke boodschappen van Hem ontvangen. Wie geestelijk groeit, zou steeds duidelijker horen wat God tegen hem zegt.

Daarom zijn er cursussen, trainingen en profetische scholen waarin mensen leren stil te worden, beelden te ontvangen, gedachten op te schrijven en woorden over anderen uit te spreken. Sommige christelijke leiders beweren zelfs hele gesprekken met God te voeren.

Het klinkt wellicht geestelijk, persoonlijk en indrukwekkend.

Maar de vraag is niet hoe het klinkt. De vraag zou moeten zijn: is het Bijbels?

God hééft gesproken. Hij heeft Zijn Woord gegeven.

Christus wordt Zelf het Woord genoemd.

Waarom bestaat er dan toch zo’n sterke behoefte aan een aanvullend, persoonlijk en exclusief lijntje met God?

Gods stem verstaan

 God heeft gesproken door Zijn Zoon

De Schrift begint niet met de opdracht om stil te worden en te wachten totdat er een stem in onze gedachten opkomt. Zij wijst ons op de wijze waarop God daadwerkelijk gesproken heeft:

“God, voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.” Hebreeën 1:1-2 (STV)

God sprak door de profeten. Vervolgens sprak Hij door de Zoon. Dat spreken vond niet plaats in de verborgen binnenwereld van iedere afzonderlijke gelovige, maar in de geschiedenis en in de openbaring die Hij heeft laten vastleggen.

De Here Jezus Christus is bovendien niet slechts iemand die woorden van God doorgaf. Hij is Zelf het Woord:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Wie God wil kennen en Gods stem wil verstaan, moet daarom niet allereerst naar binnen kijken. Hij moet zien op Christus zoals Hij in de Schrift wordt geopenbaard.

De echte Christus is niet de Jezus van onze fantasie, dromen, gevoelens of innerlijke gesprekken. Het is de Christus van de Schriften.

Gods stem verstaan begint bij de Bijbel

De Here Jezus Christus bevestigde voortdurend het gezag van de Schriften. Hij verwees naar Mozes, de Profeten en de Psalmen. Hij verklaarde:

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

Ook wees Hij bepaalde getuigen aan door wie de nieuwtestamentische openbaring zou worden doorgegeven. De woorden van de apostelen kregen gezag omdat zij door Christus waren geroepen en gezonden. Zij hadden dat gezag niet omdat zij gevoelige, mystieke of bijzonder ontvankelijke mensen waren.

Het Bijbelse uitgangspunt is daarom helder: God heeft gesproken en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Woord werd overgeleverd.

Toch ontstaat in veel gemeenten de indruk dat de Bijbel niet voldoende persoonlijk is. Men wil niet alleen weten wat God in de Schrift heeft gezegd. Men wil weten wat God nu speciaal tegen mij zegt.

Daarmee verschuift het zwaartepunt van het geschreven Woord naar de persoonlijke ervaring.

Men verlangt naar een woord van God, maar ontwijkt het Woord van God

Het is opvallend dat sommige mensen voortdurend zeggen dat zij naar een woord van God verlangen, terwijl zij het Woord van God nauwelijks bestuderen.

De Bijbel vindt men moeilijk. De Bijbel zou te oud, te ingewikkeld of te leerstellig zijn. Grondige Schriftstudie vraagt concentratie, geduld en bereidheid om Schrift met Schrift te vergelijken. Men moet rekening houden met de context, de geadresseerden en de plaats van een Bijbelgedeelte in Gods heilsplan.

Een innerlijke stem is eenvoudiger.

Men sluit de ogen, wordt stil en wacht af welke gedachte opkomt.

Die gedachte sluit dikwijls opvallend goed aan bij wat iemand zelf al verlangde, vreesde of van plan was. Zij spreekt zijn eigen taal en bevestigt regelmatig zijn eigen voorkeur.

De Schrift doet dat niet altijd.

De Schrift staat buiten ons. Zij spreekt ons tegen. Zij ontmaskert onze motieven. Zij vraagt niet of wij haar woorden prettig vinden, maar of wij bereid zijn ons eraan te onderwerpen.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timótheüs 3:16-17 (STV)

De mens die in God gelooft wordt door de Schrift toegerust tot alle goed werk.

Niet tot een gedeelte van zijn geestelijke leven, waarna innerlijke stemmen de ontbrekende informatie moeten aanvullen. Tot alle goed werk.

Wanneer de Schrift de gelovige volledig kan toerusten, welk noodzakelijk geestelijk tekort moet dan nog worden aangevuld door persoonlijke boodschappen?

 

Kan men Gods stem leren horen via een cursus?

Rondom het onderwerp Gods stem horen is inmiddels een complete geestelijke bedrijfstak ontstaan.

Er zijn cursussen stemverstaan, profetische scholen, luistertrainingen, activaties en oefeningen waarbij deelnemers woorden over elkaar moeten uitspreken. Zij krijgen de opdracht stil te worden, een vraag aan God te stellen en vervolgens op te schrijven wat als eerste in hen opkomt.

Maar wat komt daar werkelijk in gedachten?

Eigen verlangens?

Angsten?

Herinneringen?

Suggesties van de cursusleider?

Gedachten die door de sfeer in de groep worden opgeroepen?

De behoefte om niet achter te blijven bij anderen die wel iets zeggen te ontvangen?

Of werkelijk woorden van God?

Dat onderscheid kan niemand op een objectieve en controleerbare wijze maken. De menselijke innerlijke wereld is geen zuivere ontvangstkamer die alleen maar op de juiste hemelse frequentie hoeft te worden afgestemd.

De Schrift waarschuwt juist voor de onbetrouwbaarheid van het hart:

“Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen?” Jeremia 17:9 (STV)

Een training die mensen leert om spontane gedachten als mogelijke woorden van God te behandelen, leert hun niet noodzakelijk om Gods stem te verstaan. Zij kan hun vooral leren om hun eigen gedachten van een goddelijk etiket te voorzien.

 

“Mijn schapen horen Mijn stem”

Een van de meest gebruikte teksten bij het onderwerp Gods stem verstaan is Johannes 10:

“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.” Johannes 10:27 (STV)

Daaruit wordt afgeleid dat iedere gelovige een persoonlijke stem van Jezus in zijn hoofd zou moeten leren herkennen.

Maar dat staat er niet.

De Here Jezus Christus gebruikt het beeld van een herder en zijn schapen. Zijn schapen herkennen Hem, behoren Hem toe en volgen Hem. Zij luisteren niet naar dieven, rovers en vreemdelingen.

Het gaat in Johannes 10 om het herkennen van de ware Herder tegenover valse herders. Het gaat niet over het ontvangen van persoonlijke boodschappen over een baan, woning, relatie, bediening of financiële beslissing.

De tekst zegt niet:

Mijn schapen ontvangen dagelijks nieuwe informatie in hun gedachten.

Wie dat ervan maakt, gebruikt Johannes 10 als kapstok voor een praktijk die al vooraf is aangenomen.

Paulus schrijft:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” Romeinen 10:17 (STV)

Het geloof ontstaat door het Woord Gods, niet door het trainen van een mystiek innerlijk gehoor.

 

De Heilige Geest is niet de concurrent van de Schrift

Sommigen werpen tegen dat de Heilige Geest toch nog steeds spreekt, overtuigt en leidt.

Zeker. Maar de Heilige Geest staat niet tegenover de Schrift. Hij is de Geest Die de Schrift heeft voortgebracht:

“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)

De Geest verlicht ons verstand. Hij overtuigt ons. Hij past de waarheid toe op ons geweten en onze wandel. Hij vormt ons denken door het Woord dat Hij Zelf gegeven heeft.

Dat een Bijbelgedeelte tijdens het lezen krachtig tot ons spreekt, betekent niet dat er een nieuwe openbaring is ontstaan. Het is de toepassing van het reeds gegeven Woord.

Dat iemand na gebed tot een bepaalde overtuiging komt, betekent evenmin automatisch dat God woorden in zijn gedachten heeft uitgesproken.

Wij mogen spreken over wijsheid, overtuiging, gebed, verantwoordelijkheid en voorzienige leiding. Maar dat is iets anders dan verklaren:

God zei tegen mij dat ik dit moest doen.

Wie dat zegt, doet een openbaringsclaim.

“God zei tegen mij” is geen onschuldige formulering

Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de volgende uitspraken:

Ik heb sterk de indruk dat ik dit moet doen.

Ik denk dat dit wijs is.

Na gebed ben ik tot deze overtuiging gekomen.

En:

God heeft tegen mij gezegd dat ik dit moet doen.

De eerste uitspraken erkennen menselijke feilbaarheid. De laatste uitspraak legt de oorsprong van de boodschap bij God.

God spreekt niet onzeker. God gokt niet. God vergist Zich niet en hoeft Zijn woorden later niet te corrigeren.

“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?” Numeri 23:19 (STV)

Wanneer iemand niet zeker weet of een gedachte van God afkomstig is, mag hij niet zeggen dat God gesproken heeft.

Wie zegt: God zei, kan zich niet tegelijk beroepen op de mogelijkheid dat hij het verkeerd heeft aangevoeld.

Dan was de claim eenvoudig te groot.

 

Hedendaagse profetie wil wel gezag, maar geen verantwoordelijkheid

Binnen charismatische kringen wordt daarom dikwijls gezegd dat hedendaagse profetie feilbaar kan zijn. God spreekt volmaakt, maar mensen zouden Zijn woorden gebrekkig kunnen ontvangen of doorgeven.

Dat lijkt een oplossing, maar het maakt het probleem alleen groter.

Een boodschap wordt eerst met Gods gezag gebracht. Wanneer zij niet uitkomt, beroept men zich op menselijke zwakheid.

Zo krijgt men wel het gezag van openbaring, maar niet de verantwoordelijkheid die bij spreken namens God hoort.

Komt een profetisch woord toevallig uit, dan heeft God gesproken.

Komt het niet uit, dan was de timing anders, werd het verkeerd geïnterpreteerd, ontbrak het de ontvanger aan geloof of is de vervulling uitgesteld.

De zogenaamde profeet behoudt zijn positie. De ontvanger blijft achter met verwarring, schuldgevoel of teleurstelling.

Gods Naam wordt zo gebruikt als een geestelijk vangnet voor menselijke vermoedens.

 

Profetische woorden maken mensen afhankelijk

Rondom het ontvangen van persoonlijke boodschappen ontstaat gemakkelijk een geestelijke rangorde.

Onderaan staan de gewone gelovigen die alleen hun Bijbel lezen.

Daarboven staan degenen die indrukken, beelden en woorden ontvangen.

Nog hoger staan degenen die dagelijks Gods stem zeggen te horen.

En helemaal bovenaan staan leiders die beweren complete gesprekken met God te voeren.

Zij weten niet alleen wat in de Schrift geschreven staat. Zij beschikken ook over actuele informatie uit de hemel.

Dat verleent status en macht.

Gelovigen worden afhankelijk van iemand die een persoonlijk woord voor hen zou kunnen ontvangen. In plaats van zelf de Schrift te onderzoeken, wijsheid te zoeken en verantwoordelijkheid te dragen, wachten zij op een profetische bevestiging.

De Bijbel wordt niet officieel afgeschaft. Praktisch raakt hij echter op de achtergrond.

Niemand reist uren naar een conferentie omdat hij hoopt dat een spreker hem zal adviseren Romeinen of Efeze grondig te bestuderen. Men komt omdat men verlangt naar een bijzonder en persoonlijk woord.

Het gewone Woord is blijkbaar niet bijzonder genoeg.

 

Wanneer “God zei” geestelijke manipulatie wordt

Het wordt nog ernstiger wanneer iemand niet alleen zegt dat God tot hem heeft gesproken, maar ook beweert dat God iets over een ander heeft gezegd.

God zei dat jij je aan mijn leiderschap moet onderwerpen.

God heeft mij laten zien dat jij deze gemeente niet mag verlaten.

God zei dat jij geld aan deze bediening moet geven.

God heeft gezegd dat jij met deze persoon moet trouwen.

God zei dat jij deze taak moet aanvaarden.

Op dat moment is geen sprake meer van een onschuldige persoonlijke indruk. Dan wordt Gods Naam gebruikt om invloed en macht uit te oefenen.

Hoe kan de ontvanger nog vrij antwoorden?

Wanneer hij weigert, lijkt hij God ongehoorzaam te zijn. Wanneer hij twijfelt, zou hij de Heilige Geest bedroeven. Wanneer hij de boodschap afwijst, zou hij zich tegen Gods leiding verzetten.

Zo wordt een menselijke mening onttrokken aan normale toetsing.

Een leider hoeft geen argumenten meer te geven. Hij hoeft zijn beslissing niet zorgvuldig uit de Schrift te onderbouwen. Hij hoeft alleen te zeggen:

God heeft mij gezegd…

Daarmee wordt het gesprek feitelijk beëindigd.

Dit is geestelijke manipulatie in vrome verpakking.

 

Hele gesprekken met God creëren een geestelijke elite

Sommige populaire sprekers vertellen uitvoerig over hun gesprekken met God. God zou hun vragen beantwoorden, grappen maken, persoonlijke details onthullen en zeggen wat Hij van andere personen of gemeenten vindt.

Zulke verhalen maken indruk. Zij suggereren een bijzondere intimiteit met God.

Maar zij roepen ook ernstige vragen op.

Wanneer God werkelijk zulke gesprekken voert, is de inhoud dan waar?

Heeft de boodschap gezag?

Moeten anderen haar gehoorzamen?

Kan zij fouten bevatten?

En wanneer zij fouten bevat, waarom werd Gods Naam eraan verbonden?

Wie beweert hele gesprekken met God te voeren, doet een openbaringsclaim. Men kan niet tegelijkertijd zeggen dat God uitvoerig gesproken heeft en dat de inhoud slechts een persoonlijke, feilbare indruk is.

De gewone gelovige heeft dan de Bijbel.

De bijzondere leider heeft de Bijbel én rechtstreekse hemelse informatie.

Zo ontstaat een geestelijke elite die moeilijk controleerbaar wordt.

 

De Bijbel wordt gedegradeerd tot controlemiddel

Voorstanders zeggen vaak dat ieder persoonlijk woord aan de Bijbel moet worden getoetst.

Dat klinkt zorgvuldig, maar ondertussen is de positie van de Bijbel veranderd.

De Schrift is dan niet langer de plaats waar God voldoende en gezaghebbend spreekt. Zij wordt een controlemiddel waarmee achteraf wordt onderzocht of een andere boodschap misschien van God afkomstig was.

De belangstelling ligt niet meer bij wat geschreven staat, maar bij de aanvullende boodschap.

Bovendien gaan veel profetische woorden over zaken waarover de Bijbel geen persoonlijke en concrete uitspraak doet. De Schrift noemt niet de naam van de persoon met wie iemand moet trouwen. Zij vertelt niet welk huis hij moet kopen of welke baan hij moet aannemen.

Juist op dat terrein kan de vermeende stem nauwelijks worden gecontroleerd.

Zolang een boodschap geen duidelijke zonde voorschrijft, kan bijna alles worden voorgesteld als leiding van God.

 

Gods leiding is niet hetzelfde als een hoorbare of innerlijke stem

Dat God door Zijn voorzienigheid leidt, staat niet ter discussie.

Hij kan deuren openen en sluiten. Hij kan omstandigheden gebruiken. Hij kan door Zijn Woord, door wijze raad en door praktische mogelijkheden onze weg bepalen.

Maar Gods leiding betekent niet automatisch dat Hij zinnen in ons hoofd uitspreekt.

Gelovigen hoeven niet over iedere beslissing een persoonlijk woord te ontvangen. Voor veel keuzes geeft God ruimte om in wijsheid en verantwoordelijkheid te handelen.

Wij mogen bidden.

Wij mogen Bijbelse beginselen toepassen.

Wij mogen advies vragen.

Wij mogen omstandigheden afwegen.

Wij mogen een beslissing nemen.

En wij mogen erkennen dat wij ons kunnen vergissen.

Dat is geen gebrek aan geloof. Dat is nuchterheid.

De uitspraak God zei tegen mij wordt soms gebruikt om de last van persoonlijke verantwoordelijkheid te vermijden. Wanneer de beslissing verkeerd uitpakt, heeft men immers niet zelf gekozen. Men meende slechts Gods stem te volgen.

Maar geestelijke volwassenheid betekent ook dat wij leren beslissingen te nemen zonder iedere keuze tot een rechtstreekse opdracht uit de hemel te verheffen.

 

Het probleem is niet dat God zwijgt

De geestelijke crisis van onze tijd is niet dat God te weinig spreekt.

De crisis is dat veel christenen niet tevreden zijn met de wijze waarop God gesproken heeft.

Wij willen geen Schrift die zorgvuldig moet worden bestudeerd, maar een stem die direct antwoord geeft.

Wij willen niet groeien in wijsheid, maar onmiddellijke zekerheid ontvangen.

Wij willen niet zelf verantwoordelijkheid dragen, maar kunnen zeggen dat God de beslissing heeft genomen.

Wij willen niet slechts samen met andere gelovigen onder het Woord staan. Wij willen iets persoonlijks en exclusiefs horen wat niet iedereen in zijn Bijbel kan lezen.

Maar geestelijke volwassenheid blijkt niet uit het aantal stemmen dat iemand zegt te horen.

Zij blijkt uit kennis van het Woord, nederigheid, onderscheidingsvermogen en bereidheid om door de Schrift gecorrigeerd te worden.

Gods stem verstaan zonder mystiek toneel

Echt Gods stem verstaan betekent niet dat wij ons hoofd leegmaken en wachten welke gedachte bovenkomt.

Het betekent dat wij Gods Woord openen.

Dat wij lezen wat er werkelijk staat.

Dat wij de context respecteren.

Dat wij Schrift met Schrift vergelijken.

Dat wij onderscheiden tot wie een Schriftgedeelte gericht is.

Dat wij onze leer niet bouwen op ervaringen, maar onze ervaringen toetsen aan de leer van de Schrift.

Dat wij onze beslissingen nemen in gebed, wijsheid en verantwoordelijkheid.

Dat wij niet vragen welke tekst ons gevoel bevestigt, maar wat God werkelijk heeft bekendgemaakt.

Petrus verwijst de gelovigen niet naar fluisteringen in hun binnenste:

“En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats.” 2 Petrus 1:19 (STV)

Het profetische Woord is zeer vast.

Onze gedachten zijn dat niet.

Onze gevoelens zijn dat niet.

Onze indrukken zijn dat niet.

Profetische sprekers zijn dat niet.

God heeft geen concurrentie nodig van onze verbeelding.

 

God heeft gesproken, luisteren wij ook?

Wij spreken tot God in het gebed. God spreekt gezaghebbend tot ons door Zijn Woord. De Heilige Geest verlicht ons verstand, overtuigt ons hart en past dat Woord toe op onze wandel.

Dat is minder spectaculair dan een verslag van een persoonlijk gesprek met God.

Het geeft minder geestelijke status.

Het trekt minder bezoekers naar een profetische conferentie.

Maar het is vast, controleerbaar en veilig.

De vraag is daarom niet:

Hoor ik een bijzondere stem van God?

De vraag is:

Ben ik bereid te luisteren naar wat God duidelijk heeft laten opschrijven?

Lees ook op de website van mijn vrouw:

Spreekt God nog steeds? – de Bijbel overdenken

Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

Het probleem ligt niet bij de Bijbel

Is de Bijbel echt een moeilijk boek? Dat wordt vaak beweerd. Zelfs sommige christenen zeggen dat zij de Schrift ingewikkeld, tegenstrijdig of ontoegankelijk vinden.

Ze lezen losse gedeelten, begrijpen de samenhang niet en besluiten uiteindelijk dat diepgaande Bijbelstudie alleen iets is voor predikanten, theologen of bijzonder begaafde mensen.

Maar misschien moeten we de vraag omdraaien.

Is de Bijbel onbegrijpelijk, of hebben we geleerd hem verkeerd te lezen?

Het probleem ligt vaak niet bij de Schrift, maar bij de bril waardoor we hem bekijken. Kerkelijke tradities, menselijke leerstellingen, populaire preken en vertrouwde uitlegmodellen hebben ons denken soms zo sterk gevormd, dat we nauwelijks nog onbevangen lezen wat er echt staat.

We komen dan niet naar de Bijbel om te leren, maar om bevestigd te worden.

We onderzoeken niet wat God zegt, maar zoeken teksten die ondersteunen wat we al geloven.

Dat is geen Bijbelstudie. Dat is het gebruiken van de Bijbel als kapstok voor onze eigen overtuigingen.

De Bijbel is geen moeilijk boek
Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

De Bijbel wordt moeilijk wanneer we hem niet laten spreken

Veel vermeende tegenstrijdigheden ontstaan doordat teksten uit hun verband worden gehaald. Een vers wordt geciteerd zonder te vragen:

  • Wie spreekt hier?
  • Tot wie wordt gesproken?
  • Onder welke omstandigheden?
  • Over welke tijd gaat het?
  • Wat staat er vóór en na deze tekst?
  • Hoe wordt hetzelfde onderwerp elders in de Schrift behandeld?

Wie deze vragen overslaat, kan de Bijbel vrijwel alles laten zeggen.

De Schrift wordt dan een verzameling losse spreuken, morele lessen en inspirerende gedachten. Iedere prediker kiest enkele passende teksten, voegt daar een eigen boodschap aan toe en noemt het vervolgens Bijbelverkondiging.

Maar een tekst is geen stukje klei dat wij naar eigen wens mogen vormen.

De Bijbel heeft een eigen boodschap, een eigen opbouw en een eigen woordgebruik. Wie die samenhang negeert, maakt het Boek niet eenvoudiger, maar juist onbegrijpelijker.

 

Traditie kan het Woord verduisteren

Kerkelijke traditie wordt vaak behandeld alsof zij onaantastbaar is. Wat generaties lang geleerd is, wordt niet meer onderzocht. Men veronderstelt dat iets Bijbels is omdat het vertrouwd klinkt.

Maar vertrouwd is niet hetzelfde als Bijbels.

De Heere Jezus waarschuwde al voor het gevaar van menselijke overleveringen:

“Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt” (Markus 7:13, STV).

Dat is scherpe taal.

Menselijke traditie kan Gods Woord krachteloos maken. Niet omdat het Woord werkelijk zijn kracht verliest, maar omdat de betekenis ervan wordt bedekt door verklaringen die men belangrijker is gaan vinden dan wat er geschreven staat.

Een kerkelijke belijdenis kan behulpzaam zijn. Een commentaar kan inzicht geven. Een prediker kan helpen. Maar géén van deze staat boven de Schrift.

Zodra een systeem bepaalt wat een tekst mág betekenen, is de Bijbel niet langer de hoogste autoriteit. Dan is het systeem de autoriteit geworden en dient de Schrift slechts als bewijsboek.

 

De Bijbel is niet geschreven voor een geestelijke elite

Sommigen wekken de indruk dat alleen theologisch geschoolde mensen de Bijbel goed kunnen begrijpen. Natuurlijk kunnen kennis van taal, geschiedenis en achtergrond behulpzaam zijn. Maar de Schrift is niet gegeven aan een kleine academische bovenlaag.

Paulus schreef niet aan hoogleraren, maar aan gemeenten. Zijn brieven moesten worden gelezen, onderzocht en toegepast door gewone gelovigen.

Ook de gelovigen in Beréa worden geprezen omdat zij zelf controleerden of de prediking overeenkwam met de Schrift:

“En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren” (Handelingen 17:11, STV).

Zij namen zelfs het onderwijs van Paulus niet klakkeloos aan.

Zij onderzochten dagelijks of zijn woorden juist waren.

Dát is gezonde Bijbelstudie. Niet blind vertrouwen op de spreker, maar alles toetsen aan het geschreven Woord.

Wie vandaag zegt dat gewone gelovigen niet zelf mogen beoordelen wat er gepredikt wordt, spreekt niet in de geest van Beréa. Geestelijk gezag ontslaat niemand van toetsing.

 

Onderzoekt de Schriften

De Heere Jezus zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen” (Johannes 5:39, STV).

Hij zei niet slechts: lees af en toe selectief een vers.

Hij zei: onderzoek.

Onderzoeken vraagt aandacht, inspanning en volharding. Het betekent dat wij teksten vergelijken, woorden volgen en onderwerpen door de gehele Schrift heen bestuderen.

Dat wordt ook wel Schrift met Schrift vergelijken genoemd.

Een Bijbels begrip moet in de eerste plaats door de Bijbel zelf worden verklaard. Niet door modern taalgebruik, niet door kerkelijke gewoonte en niet door onze persoonlijke associaties.

Wanneer wij willen weten wat de Schrift bedoelt met begrippen als Koninkrijk, gemeente, wet, genade, oordeel, profetie of de dag des Heeren, moeten wij onderzoeken hoe die begrippen in de Schrift gebruikt worden.

Daarbij geldt:

Een losse tekst kan een indruk geven. De gezamenlijke Schriftplaatsen geven de leer.

 

De dag des Heeren is niet zomaar de zondag

Een aansprekend voorbeeld is de uitdrukking “de dag des Heeren”.

Sommige christenen denken daarbij automatisch aan de zondag. Maar wanneer we de plaatsen onderzoeken waar deze uitdrukking voorkomt, zien we iets anders.

De profeten spreken over de dag des Heeren als een tijd van oordeel, duisternis, verbolgenheid en Gods openlijke ingrijpen in de geschiedenis. Paulus schrijft dat deze dag komt als een dief in de nacht. Petrus verbindt hem met ingrijpende oordelen over hemel en aarde.

“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht” (1 Thessalonicenzen 5:2, STV).

“Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden” (2 Petrus 3:10, STV).

De Schrift gebruikt deze uitdrukking dus niet als een eenvoudige benaming voor de wekelijkse zondag.

Toch kan een kerkelijk gebruik zo ingeburgerd raken, dat bijna niemand meer onderzoekt of het werkelijk overeenkomt met de Bijbel.

Dit voorbeeld laat precies zien waarom de Bijbel moeilijk lijkt. Niet omdat de Schrift onduidelijk spreekt, maar omdat wij een betekenis hebben meegekregen die wij niet meer toetsen.

 

Geestelijke dingen worden geestelijk onderscheiden

De Bijbel is geen gewoon boek. Dat betekent niet dat de woorden geen normale betekenis hebben, maar wel dat geestelijk inzicht niet uitsluitend het product is van menselijke intelligentie.

Paulus schrijft:

“Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden” (1 Korinthe 2:14, STV).

Een mens kan buitengewoon geleerd zijn en toch de kern van Gods openbaring missen. Hij kan Hebreeuws en Grieks beheersen, historische achtergronden kennen en dikke commentaren schrijven, terwijl hij de Persoon en het werk van Christus niet werkelijk verstaat.

Daartegenover kan een eenvoudige gelovige, afhankelijk van God en bereid om Schrift met Schrift te vergelijken, diep inzicht ontvangen.

Dat is geen pleidooi tegen studie. Het is een waarschuwing tegen hoogmoed.

Kennis zonder geloof kan analyseren, maar niet geestelijk verstaan.

 

Christus is de sleutel tot de Schrift

De Bijbel is geen verzameling losstaande godsdienstige verhalen. De Schrift getuigt van Christus.

Na Zijn opstanding sprak de Heere Jezus met de Emmaüsgangers:

“En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was” (Lukas 24:27, STV).

Hij liet zien dat Wet, Profeten en Psalmen over Hem spraken.

Wie Christus uit het centrum verwijdert, maakt de Bijbel tot een boek van menselijke prestaties. Dan gaan de geschiedenissen vooral over dapper zijn als David, volhouden als Job en vertrouwen als Abraham.

Maar de Schrift is niet maar een verzameling voorbeelden waarmee wij onszelf moeten verbeteren.

Hjj openbaart Gods heilsplan in Christus.

Hij is de sleutel tot de Schrift. Hij is het onderwerp van de profetie, de vervulling van de beloften, de inhoud van de typen en het middelpunt van Gods voornemen.

 

Niet alles is rechtstreeks tot ons geschreven

Een belangrijke oorzaak van verwarring is dat men ervan uitgaat dat iedere Bijbeltekst rechtstreeks over de christelijke gemeente spreekt.

Maar de Bijbel richt zich tot verschillende groepen en spreekt over verschillende tijden, verbonden en verantwoordelijkheden.

Israël is niet hetzelfde als de Gemeente.

De wet van Mozes is niet de leefregel voor het lichaam van Christus.

Profetieën over het land, Jeruzalem en de troon van David mogen niet zomaar op de kerk worden toegepast.

Alles in de Bijbel is voor ons onderwijs geschreven, maar niet alles is rechtstreeks aan ons gericht.

Paulus vermaant Timotheüs:

“Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2 Timotheüs 2:15, STV).

Het Woord recht snijden betekent onderscheid maken waar de Schrift onderscheid maakt.

Wanneer alles op één hoop wordt gegooid, ontstaan tegenstrijdigheden. Geboden aan Israël worden aan de Gemeente opgelegd. Aardse beloften worden vergeestelijkt. Profetische oordelen worden op het persoonlijke geloofsleven toegepast. Verzen over het Koninkrijk worden gebruikt voor kerkelijke ambities.

Daarna zegt men dat de Bijbel moeilijk is.

Maar de verwarring is niet door de Schrift veroorzaakt.

De Bijbel corrigeert ook

Echte Bijbelstudie kan confronterend zijn. Wie werkelijk onderzoekt wat er staat, zal ontdekken dat sommige vertrouwde overtuigingen niet houdbaar zijn.

Dat kan pijn doen.

Mensen zijn vaak emotioneel verbonden met hun kerkelijke achtergrond, geliefde predikers en aangeleerde leerstellingen. Wanneer een Bijbeltekst daarmee botst, ontstaat de verleiding om de tekst aan te passen.

Men vergeestelijkt wat er letterlijk staat.

Men verklaart een duidelijke uitspraak tijdgebonden.

Men zegt dat de oorspronkelijke taal eigenlijk iets anders bedoelt.

Men beroept zich op traditie.

Men beweert dat het onderwerp te ingewikkeld is.

Maar soms is de tekst niet ingewikkeld. Soms is hij vooral ongewenst duidelijk.

De vraag is dan niet of wij de Bijbel begrijpen, maar of wij bereid zijn hem te geloven.

 

Begin gewoon bij wat geschreven staat

Wie de Bijbel wil begrijpen, moet eenvoudig beginnen:

Lees wat er staat.

Lees het in zijn verband.

Vergelijk het met andere Schriftplaatsen.

Let op tot wie gesproken wordt.

Maak onderscheid tussen Israël, de volkeren en de Gemeente.

Maak onderscheid tussen wet en genade.

Maak onderscheid tussen profetie en verborgenheid.

Laat duidelijke Schriftplaatsen licht werpen op moeilijkere gedeelten.

En wees bereid om menselijke tradities los te laten wanneer zij met de Schrift in strijd blijken te zijn.

De Bijbel hoeft geen gesloten boek te blijven.

God heeft Zijn Woord niet gegeven om Zijn waarheid voor gelovigen te verbergen. Hij heeft het gegeven om Zichzelf, Zijn Zoon en Zijn voornemen bekend te maken.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad” (Psalm 119:105, STV).

Een lamp is niet bedoeld om duisternis te veroorzaken.

Een licht is niet bedoeld om mensen te laten verdwalen.

 

Niet de Bijbel, maar onze bril is vaak het probleem

Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

Sommige gedeelten vragen zeker zorgvuldige studie. Niet iedere tekst is onmiddellijk eenvoudig. Maar dat is iets anders dan beweren dat de Bijbel als geheel onbegrijpelijk is.

De grootste hindernis is vaak niet de tekst, maar onze houding tegenover de tekst.

Wij willen bevestigd worden, maar niet gecorrigeerd.

Wij willen troost, maar geen leer.

Wij willen toepassingen, maar geen nauwkeurige uitleg.

Wij willen een krachtige boodschap, maar niet altijd weten wat er werkelijk geschreven staat.

Zolang die houding niet verandert, blijft de Bijbel voor ons gesloten.

Niet omdat God niet duidelijk gesproken heeft, maar omdat wij weigeren werkelijk te luisteren.

Leg daarom de kerkelijke bril af. Leg populaire slogans terzijde. Laat menselijke systemen niet bepalen wat de Schrift mag zeggen.

Open de Bijbel.

Lees aandachtig.

Onderzoek dagelijks.

Vergelijk Schrift met Schrift.

En laat het Woord van God het laatste woord hebben.

 

Christus niet meer naar het vlees kennen

Waarom 2 Korinthe 5:16 veel modern christendom ontmaskert

 

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Wat betekent het dat wij Christus niet meer naar het vlees kennen?

Het is een van de scherpste en meest ingrijpende uitspraken van de apostel Paulus. Toch wordt 2 Korinthe 5:16 opvallend weinig uitgelegd. Dat is niet zo vreemd. Dit vers past namelijk slecht binnen een christendom dat vooral oproept om “Jezus te volgen”, “te leven zoals Jezus” en “te doen wat Jezus deed”.

Paulus zegt niet dat wij Christus steeds beter naar het vlees moeten leren kennen. Hij zegt precies het tegenovergestelde:

“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Dat is geen terloopse opmerking. Het is de noodzakelijke consequentie van Christus’ dood, opstanding en verhoging.

De Here Jezus Christus is niet meer in de vernederde positie waarin Hij tijdens Zijn aardse bediening verkeerde. Hij is opgewekt uit de doden, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.

Wie uitsluitend blijft spreken over de aardse Jezus van Nazareth, maar weinig weet te zeggen over de opgestane en verheerlijkte Christus, blijft halverwege het Evangelie steken.

Christus niet meer naar het vlees kennen
Christus niet meer naar het vlees kennen

 

“Zo dan”: de conclusie van dood en opstanding

Vers 16 begint met de woorden “Zo dan”. Paulus trekt een conclusie uit wat hij in de voorgaande verzen heeft gezegd:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:14-15, STV)

De gedachte is duidelijk.

Christus is gestorven. Daarom en daarmee is het oordeel over de oude mens voltrokken.

Christus is opgewekt. Daarom leven degenen die door het geloof aan Hem deelhebben niet langer voor zichzelf, maar voor Hem Die gestorven en opgewekt is.

Het christenleven wordt niet geleefd voor een gestorven godsdienststichter of een inspirerende rabbi uit het verleden. Het wordt geleefd voor en door de levende en verheerlijkte Christus.

Paulus wijst niet alleen terug naar Golgotha. Hij richt onze blik omhoog, naar Christus aan de rechterhand Gods.

Daarom volgt onmiddellijk:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

De opstanding van Christus heeft alles veranderd.

 

Wat betekent Christus naar het vlees kennen?

Iemand naar het vlees kennen, betekent dat wij hem beoordelen vanuit zijn natuurlijke en aardse positie. Wij kijken dan naar afkomst, uiterlijk, maatschappelijke status, prestaties, menselijke relaties en zichtbare omstandigheden.

Paulus kende deze manier van beoordelen maar al te goed. Naar het vlees kon hij zich beroemen op zijn afkomst, zijn besnijdenis, zijn godsdienstige ijver en zijn gehoorzaamheid aan de wet.

Maar nadat hij de verheerlijkte Christus had leren kennen, verloor al die natuurlijke roem haar waarde.

Ook Christus kon naar het vlees gekend worden.

Hij werd geboren uit een vrouw en geboren onder de wet. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. Hij wandelde door het land Israël, sprak tot de verloren schapen van het huis Israëls en presenteerde Zich aan dat volk als de beloofde Messias.

Hij werd veracht, verworpen, bespot en gekruisigd.

Dat is echt gebeurd. Maar dat is niet meer Zijn huidige positie.

De verworpen Jezus van Nazareth is opgewekt uit de doden. De Man van smarten is met eer en heerlijkheid gekroond. Hij is verhoogd tot de rechterhand Gods en is het Hoofd van Zijn Gemeente.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36, STV)

Dezelfde Jezus Die gekruisigd werd, is nu de verheerlijkte Heer.

Wie Christus niet meer naar het vlees kent, ontkent Zijn aardse leven niet. Hij erkent juist waar dat leven op uitliep: het kruis, de opstanding, de hemelvaart en de verhoging.

 

Vers 16 maakt de Evangeliën niet onbelangrijk

Sommigen zullen tegenwerpen dat deze uitleg de aardse bediening van de Here Jezus Christus minder belangrijk maakt. Dat is niet het geval.

De vier Evangeliën zijn geïnspireerd Woord van God. Zij openbaren Wie de Here Jezus is, tonen de vervulling van de profetieën en beschrijven Zijn lijden, sterven en opstanding.

Maar de Evangeliën eindigen niet bij Bethlehem, de Bergrede of de wonderen. Zij werken doelgericht naar het kruis en het geopende graf.

Wie uit de Evangeliën slechts een tijdloze verzameling leefregels maakt en vervolgens de opstanding en de apostolische brieven naar de achtergrond schuift, leest de Evangeliën verkeerd.

De aardse bediening van Christus vond plaats binnen een concrete Bijbelse context.

Hij kwam tot Israël.

Hij stond onder de wet.

Hij verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk.

Hij werd als Messias aan Israël voorgesteld.

Na Zijn verwerping, dood, opstanding en hemelvaart is een nieuwe situatie aangebroken. De verheerlijkte Christus bouwt Zijn Gemeente en vormt uit gelovigen één lichaam.

Wie dit onderscheid negeert, haalt Israël en de Gemeente, wet en genade, Koninkrijk en Lichaam van Christus onvermijdelijk hopeloos door elkaar.

 

Het probleem met “doen wat Jezus deed”

Binnen evangelische en vooral charismatische kringen klinkt voortdurend de oproep om “te doen wat Jezus deed”.

Dat klinkt geestelijk. Het is echter leerstellig buitengewoon slordig.

Jezus genas zieken. Dus zouden gelovigen zieken moeten genezen.

Jezus dreef demonen uit. Dus zou iedere christen demonen moeten uitdrijven.

Jezus verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk. Dus zou de Gemeente het Koninkrijk op aarde moeten vestigen, uitbreiden of zichtbaar maken.

Jezus wandelde ook op water. Merkwaardig genoeg wordt juist dat onderdeel meestal niet als algemene opdracht gepresenteerd.

Men selecteert uit de aardse bediening van Christus precies die onderdelen waarmee moderne bedieningen, machtsaanspraken en wonderclaims kunnen worden gelegitimeerd.

Het probleem is niet dat men de Here Jezus te serieus neemt. Het probleem is dat men Zijn aardse bediening uit haar Bijbelse verband trekt.

Paulus zegt niet dat wij de aardse bediening van Jezus moeten kopiëren. Hij schrijft:

“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

De gelovige leeft niet door een uitwendige imitatie van Christus’ aardse optreden. Hij leeft uit de gemeenschap met de opgestane Christus.

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” (Galaten 2:20, STV)

Dat is iets heel anders dan religieus gedrag of nog erger toneelspel.

Het christelijke leven is niet het vlees dat zo goed mogelijk probeert Jezus na te doen. Het is nieuw leven dat voortkomt uit de opgestane Christus.

 

De vele zelfgemaakte Jezussen

Tweede Korinthe 5:16 ontmaskert de vele vervormingen van Jezus die binnen kerk en samenleving populair zijn geworden.

Er is een sociale Jezus, Die voornamelijk wordt voorgesteld als activist en wereldverbeteraar.

Er is een therapeutische Jezus, Die vooral zou bestaan om mensen zelfvertrouwen, emotionele bevestiging en een prettig gevoel te geven.

Er is een charismatische Jezus, Wiens tekenen uit hun Messiaanse verband worden losgemaakt om moderne genezers, apostelen en profeten van een Bijbels aureool te voorzien.

Er is een historische Jezus, Die door Schriftkritiek wordt teruggebracht tot een Joodse prediker over Wie Zijn volgelingen later overdreven verhalen zouden hebben verteld.

Er is zelfs een sentimentele Jezus, Die eeuwig als Kind in de kribbe ligt of machteloos aan het kruis blijft hangen.

 

Maar de Schrift laat Hem niet in Bethlehem, Nazareth of op Golgotha achter.

Hij is opgewekt.

Hij leeft.

Hij is verheerlijkt.

Hij is Hogepriester.

Hij is het Hoofd van Zijn Gemeente.

Hij zal wederkomen.

Wie Hem uitsluitend beschouwt als de vriendelijke rabbi, de revolutionaire leraar, een belangrijke profeet, de morele voorbeeldfiguur of de wonderdoener uit Galiléa, kent Christus nog steeds voornamelijk naar het vlees.

 

Waarom ‘rodeletterchristendom’ tekortschiet

Sommige christenen spreken over de rechtstreeks uitgesproken woorden van Jezus in de Evangeliën alsof die belangrijker zouden zijn dan de rest van het Nieuwe Testament.

De woorden van Jezus worden in sommige Bijbels rood afgedrukt. Dat kan typografisch handig zijn, maar er schuilt een leerstellig gevaar in wanneer men denkt dat deze woorden meer gezag  zouden hebben dan de apostolische brieven.

De woorden die de Here Jezus Christus tijdens Zijn aardse bediening sprak, zijn het Woord van God.

Maar de woorden die Hij na Zijn hemelvaart door de apostelen bekendmaakte, zijn dat ook.

Paulus heeft zijn Evangelie niet zelf bedacht. Hij ontving zijn boodschap door openbaring van de verheerlijkte Christus.

“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:11-12, STV)

Wie zegt dat hij “alleen de woorden van Jezus” wil volgen en daarom Paulus relativeert, luistert juist niet naar de Here Jezus.

Hij verwerpt de openbaring die Christus na Zijn hemelvaart Zelf heeft gegeven.

Christus niet meer naar het vlees kennen betekent daarom ook dat wij Hem niet opsluiten in de periode van Zijn aardse omwandeling.

 

Wij kennen ook niemand meer naar het vlees

Paulus zegt niet alleen dat hij Christus niet meer naar het vlees kent. Hij schrijft eerst:

“Wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Ook onze kijk op andere gelovigen verandert dus fundamenteel.

Binnen de Gemeente zijn natuurlijke afkomst, maatschappelijke positie, bezit, opleiding, welsprekendheid en menselijk aanzien niet bepalend voor iemands positie voor God.

De wereld beoordeelt mensen naar het vlees. Helaas doet veel kerkelijk christendom hetzelfde.

Men kijkt naar diploma’s, functies, titels, charisma, bezoekersaantallen, mediabereik en organisatorisch succes. Zo ontstaan christelijke beroemdheden, onaantastbare leiders en religieuze machtsstructuren.

Maar God ziet de gelovige in Christus.

De gelovige is niet waardevol omdat hij indrukwekkend is naar het vlees. Hij is begenadigd in de Geliefde. Hij is met Christus levend gemaakt en opgewekt.

Dat sluit menselijke roem uit.

“Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.” (1 Korinthe 1:29, STV)

De Gemeente is geen podium waarop indrukwekkende mensen hun natuurlijke talenten etaleren. Zij is het Lichaam waarvan Christus het Hoofd is.

 

Een nieuwe schepping

Vers 16 loopt rechtstreeks over in vers 17:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Opnieuw gebruikt Paulus de woorden “Zo dan”.

Omdat wij Christus niet meer naar het vlees kennen, gaat het niet om de verbetering van de oude schepping. Het gaat om een nieuwe schepping.

God probeert de oude mens niet wat godsdienstiger, fatsoenlijker of geestelijker te maken. De oude mens is met Christus gekruisigd.

Het vlees wordt niet opgevoed tot geestelijkheid. Wat uit het vlees geboren is, blijft vlees.

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.” (Johannes 3:6, STV)

Het Evangelie is daarom geen programma voor zelfverbetering.

Het is de bekendmaking dat God in Christus iets volkomen nieuws tot stand heeft gebracht.

De gelovige is niet maar een verbeterde versie van zijn oude bestaan. Hij is een nieuw schepsel in Christus.

Zijn positie wordt niet langer bepaald door wat hij in Adam was, maar door Wie Christus nu is.

 

Niet terug naar Nazareth, maar omhoog naar Christus

De Bijbelse richting is niet terug naar de aardse bediening van Jezus, alsof kruis en opstanding slechts de tragische afsluiting van Zijn levensverhaal waren.

De richting is omhoog:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1, STV)

Dáár is Christus.

Niet meer in de kribbe.

Niet meer wandelend langs het meer van Galiléa.

Niet meer onder de wet.

Niet meer hangend aan het kruis.

Hij is opgestaan en verheerlijkt.

Wij kijken niet terug naar een aardse Jezus om Zijn bediening na te spelen. Wij zien omhoog naar het Hoofd, uit Wie het gehele Lichaam leeft.

Dat is geen ontkenning van Zijn mensheid. Ook nu is Hij de Mens Christus Jezus:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5, STV)

Maar Hij bevindt Zich niet meer in Zijn vroegere vernederde positie. Hij is de verheerlijkte Mens aan de rechterhand Gods.

 

Veel christendom blijft bij het kruis staan

Een groot deel van het christendom weet veel te zeggen over de geboorte en de dood van Christus, maar opvallend weinig over Zijn huidige werk.

Men spreekt over wat Hij tweeduizend jaar geleden deed, maar nauwelijks over wat Hij nu doet als Hoofd, Hogepriester en Voorspraak.

Daardoor blijft de gelovige voortdurend rond het kruis cirkelen. Hij blijft zichzelf aanklagen, probeert zijn vlees te verbeteren en zoekt telkens opnieuw verzoening alsof Christus steeds opnieuw zou moeten sterven.

Maar Christus is eenmaal gestorven en voor altijd opgewekt.

Hij leeft om de Zijnen te dienen, te bewaren en tot volwassenheid te brengen.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25, STV)

Het Evangelie eindigt niet bij de woorden: Christus is gestorven.

Het verkondigt ook dat Christus is opgewekt, verhoogd en leeft.

 

Welke Jezus kennen wij?

De beslissende vraag is niet alleen of wij in Jezus geloven.

De vraag is ook: Welke Jezus kennen wij?

Kennen wij Hem uitsluitend als het Kind van Bethlehem?

Als de rabbi uit Nazareth?

Als de genezer uit Galiléa?

Als de lijdende Man aan het kruis?

Of kennen wij Hem als de opgestane en verheerlijkte Heer, het Hoofd van een nieuwe schepping?

Wie Christus uitsluitend naar het vlees kent, zal ook proberen het christelijke leven naar het vlees te leven. Hij zal vertrouwen op zelfverbetering, religieuze prestaties, zichtbare wonderen, menselijke leiders en aardse invloed.

Wie Christus als de Opgestane kent, leert leven uit Zijn leven.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Daar ligt de breuklijn.

Niet Adam 2.0, maar een nieuw schepsel.

Niet  wet, maar genade.

Niet uitwendige imitatie, maar innerlijk leven.

Niet een Jezus Die wij aanpassen aan onze eigen tijd, verlangens en kerkelijke programma’s, maar de Here Jezus Christus zoals Hij nu werkelijk is: opgewekt, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.

 

Wij kennen Christus niet meer naar het vlees.

En juist daarom kunnen wij Hem echt kennen.

zie ook:

Jezus volgen… – Bijbelse basis

 

Geverifieerd door MonsterInsights