De Galilese bruiloft ontmaskerd: Bijbelse achtergrond of moderne mythe?

Hoe een moderne mythe tot Bijbelse waarheid werd verheven

De ‘Galilese bruiloft’ is in korte tijd een populair verhaal geworden in evangelische en profetisch georiënteerde kringen. Volgens deze leer zouden allerlei woorden van de Here Jezus over Zijn wederkomst rechtstreeks verwijzen naar een bijzonder Galilees huwelijksritueel. Johannes 14, “dag en uur”, de tien maagden, de beker, de bazuin en zelfs de opname van de Gemeente zouden pas echt duidelijk worden wanneer we deze Galilese bruiloft kennen.

Het klinkt indrukwekkend. Het past bijna verdacht mooi.

Er is alleen één probleem.

Waar is het historische bewijs dat deze specifieke ‘Galilese bruiloft’ in de eerste eeuw zo bestond?

Wanneer iets vanaf de kansel wordt gepresenteerd als historische achtergrond bij Gods Woord, mag je verwachten dat die geschiedenis ook historisch aantoonbaar is.

En daar begint het verhaal behoorlijk te kraken.

 de 'joodse'of 'galilese'bruiloftsmythe
de ‘Joodse’ of ‘Galilese’ bruiloftsmythe

Wat is het verhaal van de Galilese bruiloft?

Het populaire verhaal gaat ongeveer als volgt.

Een Galilese bruidegom zou zijn toekomstige bruid een beker wijn hebben aangeboden. Wanneer zij daarvan dronk, aanvaardde zij zijn huwelijksaanzoek. Vervolgens vertrok de bruidegom naar het huis van zijn vader om daar een plaats voor haar gereed te maken.

Wanneer hij terug mocht komen, wist hij niet.

Alleen zijn vader bepaalde dag en uur.

De bruid moest daarom voortdurend gereed zijn. Op een onverwacht moment, vaak ’s nachts, gaf de vader zijn zoon toestemming. Onder bazuingeschal kwam de bruidegom zijn bruid halen. Zij werd als het ware “weggerukt” en naar het huis van de vader gebracht. Daar volgde een zeven dagen durend bruiloftsfeest.

Klinkt bekend?

Natuurlijk.

Johannes 14. Mattheüs 24. Mattheüs 25. De opname. Het huis van de Vader. “Dag en uur”. De bazuin. De bruidegom. En uiteindelijk zelfs de zeven jaren van Daniëls zeventigste week.

Alles lijkt ineens in elkaar te passen.

Misschien wel iets té mooi.

Is er historisch bewijs voor de Galilese bruiloft?

Laten we één misverstand meteen voorkomen. Niemand hoeft te ontkennen dat er in het Jodendom verlovingen, huwelijksovereenkomsten, bruidsschatten, bruidegoms, bruiden, huwelijksprocessies en bruiloftsfeesten waren.

Natuurlijk waren die er.

Ook konden regionale verschillen in gebruiken bestaan.

Maar dat is niet de kwestie.

De vraag is of dit complete en zeer specifieke scenario van de zogenaamde Galilese bruiloft historisch aantoonbaar is.

Het artikel De Galilese bruiloft: een moderne mythe doorgeprikt heeft dat onderzocht en wijst erop dat de cruciale onderdelen van het moderne verhaal niet als één specifiek Galilees huwelijksritueel uit de oude bronnen naar voren komen. Het verhaal lijkt vooral in recente decennia grote bekendheid te hebben gekregen en werd onder andere via predikers, boeken en de film Before the Wrath populair.

Dat betekent niet automatisch dat ieder afzonderlijk detail onmogelijk is.

Het betekent iets anders, en dat is belangrijk:

De complete reconstructie mag niet als bewezen historische werkelijkheid worden gepresenteerd wanneer het bewijs daarvoor ontbreekt.

De Galilese bruiloft en Johannes 14

Hier wordt het echt interessant.

De Here Jezus zegt:

“In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.” (Johannes 14:2-3, STV)

Vervolgens redeneert men ongeveer zo:

Zie je wel? Een Galilese bruidegom ging na zijn verloving naar het huis van zijn vader om daar een plaats voor zijn bruid gereed te maken. Daarom gebruikt Jezus hier de taal van een Galilese bruiloft.

Maar ho even.

Hoe weten we eigenlijk dat die Galilese bruidegom dat precies zo deed?

Als het antwoord uiteindelijk mede uit Johannes 14 wordt afgeleid, hebben we een probleem.

Want dan gebeurt dit:

Johannes 14 wordt gebruikt om de historische gewoonte te reconstrueren.

Vervolgens wordt die gereconstrueerde gewoonte gebruikt om Johannes 14 te verklaren.

En daarna wordt vanaf de kansel gezegd:

“Om Johannes 14 goed te begrijpen, moet u weten hoe een Galilese bruiloft verliep…”

NEE dus.

Dat is een cirkelredenering.

De Bijbeltekst heeft dan eerst de zogenaamde historische achtergrond geleverd, waarna diezelfde “historische achtergrond” wordt gebruikt om te bewijzen wat de Bijbeltekst zou betekenen.

Dat klinkt geleerd.

Maar geleerd klinken en iets bewijzen zijn twee verschillende dingen.

“Dag en uur weet niemand”: was dat echt een huwelijksgebruik?

Hetzelfde gebeurt met deze bekende uitspraak:

“Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.” (Mattheüs 24:36, STV)

Volgens het verhaal over de ‘Galilese bruiloft’ was dit typische huwelijkstaal.

De bruidegom zou wel voorbereidingen treffen, maar uiteindelijk bepaalde alleen zijn vader wanneer alles gereed was en wanneer hij zijn bruid mocht ophalen.

Dat levert natuurlijk een schitterende preek op.

Maar opnieuw dezelfde vervelende vraag:

Waar staat in een onafhankelijke historische bron uit of rond die periode dat dit inderdaad een specifiek Galilees huwelijksgebruik was?

Mattheüs 24:36 kan daarvoor niet zelf als bewijs dienen.

Want dan zeggen we eigenlijk:

“Wij weten dat Jezus naar een Galilees huwelijksgebruik verwijst omdat Galilese bruidegoms dit deden. En wij weten dat Galilese bruidegoms dit deden omdat Jezus dit zegt.”

Zie je het probleem?

De slang bijt zichzelf in de staart.

De beker wijn en het vermeende huwelijksaanzoek

Ook de beker krijgt in het verhaal een prachtige betekenis.

De bruidegom zou een beker wijn aan het meisje hebben aangeboden. Wanneer zij ervan dronk, accepteerde zij hem als bruidegom.

Daarna wordt een verbinding gelegd met het laatste avondmaal.

Maar waarom zouden we een gereconstrueerd huwelijksritueel nodig hebben wanneer de Here Jezus Zelf vertelt wat de beker betekent?

“Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.” (Mattheüs 26:28, STV)

Dat is nogal duidelijk.

Christus zegt niet:

Dit is de beker waarmee een Galilese bruid haar bruidegom aanvaardt.

Hij spreekt over Zijn bloed in het Nieuwe Testament.

Waarom zouden wij vervolgens een vermeende huwelijksbetekenis over de tekst heen leggen terwijl de Here Jezus Zelf de betekenis geeft?

Dat maakt de tekst niet rijker.

Het leidt de aandacht juist weg van wat Christus Zelf zegt.

De tien maagden en de Galilese bruiloft

Dan Mattheüs 25.

Er is een bruidegom.

Er zijn lampen.

Er wordt gewacht.

De bruidegom blijft langer weg dan verwacht.

En uiteindelijk klinkt midden in de nacht de roep:

“En als de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. En te middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!” (Mattheüs 25:5-6, STV)

En daar komt de Galilese bruiloft weer tevoorschijn.

“Zie je wel! De bruidegom kwam onverwachts midden in de nacht. Precies zoals bij een Galilese bruiloft!”

Maar we weten dat de bruidegom in deze gelijkenis onverwacht komt omdat…

de Here Jezus dat Zelf vertelt.

We hebben geen romantische allegorie nodig om dat te ontdekken.

We hebben geen gereconstrueerd Galilees huwelijksritueel nodig.

Christus geeft zelfs Zelf de toepassing:

“Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.” (Mattheüs 25:13, STV)

Daar staat de boodschap.

Gewoon in de tekst.

De Galilese bruiloft en de opname van de Gemeente

Het verhaal wordt dan nog spectaculairder wanneer de bruid wordt opgehaald.

In sommige versies van de reconstructie wordt zij zelfs gedragen of opgetild. En dan ligt de verbinding met de opname natuurlijk voor het grijpen.

Maar ook daarvoor hebben we die ‘Galilese bruiloft’ helemaal niet nodig.

Paulus schrijft:

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17, STV)

Daar staat het.

De opname van de Gemeente hoeft niet bewezen te worden met een dubieus huwelijksverhaal.

Sterker nog: wie een Bijbelse leer afhankelijk maakt van historisch onbewezen folklore, maakt die leer alleen maar onnodig kwetsbaar.

Wanneer iemand vervolgens aantoont dat de vermeende achtergrond niet bewezen kan worden, lijkt het alsof daarmee ook de opname onderuitgaat.

Helemaal niet.

De opname staat in de Schrift.

Dat is genoeg.

Zeven dagen bruiloft = zeven jaar verdrukking?

En dan wordt er nog een stap gezet.

Het bruiloftsfeest zou zeven dagen duren.

De zeventigste week van Daniël omvat zeven jaren.

Dus terwijl Gods oordelen over de aarde gaan, bevindt de Gemeente zich als bruid gedurende zeven jaren bij haar Bruidegom.

Opnieuw: het klinkt prachtig.

Maar een overeenkomst tussen twee getallen is nog geen door God gegeven typologie.

Waar legt de Schrift deze verbinding?

Je kunt niet twee zevens naast elkaar leggen en vervolgens zeggen dat God daarmee een profetisch patroon heeft geopenbaard.

Dat is precies hoe speculatieve Bijbeluitleg ontstaat.

Eerst ziet iemand een overeenkomst.

Dan wordt de overeenkomst een mogelijkheid.

De mogelijkheid wordt een uitleg.

De uitleg wordt een leer.

En een generatie later wordt vanaf de kansel verteld:

“De Joden in de tijd van Jezus wisten dit allemaal…”

Ho eens even.

Waar is het bewijs?

Het gevaarlijke zinnetje: “In de tijd van Jezus…”

Daar moeten we ontzettend voorzichtig mee zijn.

“In de tijd van Jezus…”

“Bij de Joden was het gebruikelijk…”

“Een Galilese bruidegom deed…”

“De rabbijnen leerden…”

“De discipelen zouden onmiddellijk hebben begrepen…”

Het klinkt allemaal indrukwekkend.

Maar bron graag?

Welke Joden?

Welke rabbijn?

Welke periode?

Welke tekst?

Welke archeologische vondst?

Welke primaire bron?

En vooral:

komt die bron werkelijk uit of rond de tijd van het Nieuwe Testament, of wordt een veel latere traditie teruggeprojecteerd naar de eerste eeuw?

Dat zijn geen twistvragen. Geen moeilijkdoenerij om het moeilijk doen.

Dat is gewoon verantwoord omgaan met geschiedenis.

En zeker wanneer die geschiedenis vervolgens gebruikt wordt om Gods Woord uit te leggen, mogen we daarin bijzonder zorgvuldig zijn.

Waarom ‘de Galilese bruiloft’ zo overtuigend klinkt

Misschien is dit wel het meest verraderlijke aspect van het hele verhaal.

De moderne reconstructie van de Galilese bruiloft lijkt bijna te perfect op een bepaald profetisch schema.

De beker past.

Het huis van de vader past.

De voorbereide plaats past.

Alleen de vader kent het moment.

Het onverwachte vertrek past.

De nacht past.

De lampen passen.

De bazuin past.

Het ophalen van de bruid past.

Het “wegrukken” past.

De zeven dagen passen.

De opname past.

De zevenjarige verdrukking past.

Werkelijk alles past.

Maar wanneer vervolgens wordt gevraagd naar onafhankelijke oude bronnen voor precies die keten van gebruiken, wordt het ineens een stuk lastiger.

En dan dringt zich een heel andere mogelijkheid op.

Misschien heeft men niet vanuit een oude Galilese bruiloft het Nieuwe Testament leren begrijpen.

Misschien heeft men uit verschillende nieuwtestamentische teksten een Galilese bruiloft gereconstrueerd.

En vervolgens wordt die reconstructie weer gebruikt om precies diezelfde teksten te verklaren.

Dat is het werkelijke probleem.

Ook Jay McCarl lost dat probleem niet zomaar op

Jay McCarl heeft belangrijk bijgedragen aan de verspreiding van deze voorstelling en heeft zijn bronnen en onderzoeksmethode uitvoerig verdedigd.

Het zou daarom te gemakkelijk zijn om simpelweg te roepen:

“Er zijn helemaal geen bronnen!”

Daar gaat de kritiek niet over.

De cruciale vraag is veel specifieker:

Welke onafhankelijke historische bronnen bewijzen dat juist deze complete verzameling gebruiken kenmerkend was voor een Galilese bruiloft in de tijd van de Here Jezus?

Want zodra Johannes 14, Mattheüs 24 en Mattheüs 25 mede worden gebruikt om het huwelijksgebruik te reconstrueren, kunnen diezelfde gereconstrueerde gebruiken niet vervolgens als onafhankelijk bewijs dienen om Johannes 14, Mattheüs 24 en Mattheüs 25 te verklaren.

Dan blijft het een cirkelredenering.

Hoeveel voetnoten je er vervolgens ook onder zet.

Geen aanval op de opname

Voor alle duidelijkheid: kritiek op het verhaal van de ‘Galilese bruiloft’ is géén aanval op de opname van de Gemeente.

Integendeel.

We hebben dat verhaal daarvoor helemaal niet nodig.

Paulus schrijft:

“Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:16-17, STV)

Dát is de bron.

Niet een YouTube-filmpje.

Niet een spectaculaire documentaire.

Niet Before the Wrath.

Niet een moderne reconstructie van een Galilees huwelijk.

En ook niet een bijdehandte spreker die beweert precies te weten wat iedere Galileeër tweeduizend jaar geleden onmiddellijk zou hebben begrepen.

Gods Woord.

Toets de Galilese bruiloft aan Schrift én geschiedenis

Wanneer iemand ‘de Galilese bruiloft’ presenteert als dé historische sleutel tot Johannes 14, Mattheüs 24, Mattheüs 25 of de opname van de Gemeente, stel dan één eenvoudige vraag:

“Uit welke onafhankelijke historische bron uit of rond de tijd van Jezus blijkt dat deze specifieke Galilese huwelijksgebruiken zo bestonden?”

Niet: welke Bijbeltekst lijkt erop?

Dat is nu juist wat bewezen moet worden.

Niet: welke moderne schrijver zegt het?

Niet: welke documentaire heeft het nagespeeld?

Niet: hoeveel predikers vertellen hetzelfde verhaal?

Welke oude bron?

Als het antwoord uiteindelijk weer Johannes 14, Mattheüs 24, Mattheüs 25 of een moderne reconstructie daarvan blijkt te zijn, zijn we terug waar we begonnen.

Dan verklaart de “historische achtergrond” de Bijbel niet.

Dan heeft de Bijbel eerst de historische achtergrond geproduceerd.

En daarmee stort het kaartenhuis in elkaar.

De ‘Galilese bruiloft’ is daarom een uaansprekende waarschuwing voor iedere Bijbellezer. Niet alles wat als “Joodse achtergrond” wordt gepresenteerd, is daarmee historische werkelijkheid.

Vraag naar de bron.

Vraag naar de datering.

Vraag of de bron werkelijk bewijst wat ermee beweerd wordt.

En wanneer dat bewijs ontbreekt, wees dan niet bang om eenvoudig te zeggen:

Dit weten we niet.

Gods Woord heeft onze verzonnen zekerheden niet nodig.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Dat geldt óók voor een verhaal dat duizenden keren is gepreekt, schitterend in een profetisch schema past en inmiddels zo vaak is herhaald dat bijna niemand meer vraagt waar het eigenlijk vandaan komt.

Een vaak herhaalde bewering wordt daarmee nog geen historische waarheid.

 

Bronnen voor verdere controle: De Galilese bruiloft: een moderne mythe doorgeprikt.

Voor de verdediging van de theorie en de gebruikte onderzoeksmethode is Jay McCarl – Galilean Wedding FAQs relevant. Door beide kanten naast elkaar te lezen wordt duidelijk welke vraag uiteindelijk beantwoord moet worden: niet of de reconstructie bij de Bijbelteksten past, maar of deze als specifiek eerste-eeuws Galilees gebruik onafhankelijk historisch aantoonbaar is.

 

Psalm 103: Vergeet geen van Zijn weldaden

Loof de Heere mijn ziel

Psalm 103 is een van die Psalmen die mij steeds weer bijzonder raakt als ik hem lees. In deze blog over Psalm 103 zien we hoe David zichzelf oproept de HEERE te loven en géén van Zijn weldaden te vergeten. De hele Psalm is een indrukwekkende lofzang op Gods vergeving, barmhartigheid, goedertierenheid en trouw.

“Loof den HEERE, mijn ziel…” (Psalm 103:1, STV)

en aan het einde opnieuw:

“Loof den HEERE, mijn ziel.” (Psalm 103:22, STV)

David begint niet bij anderen. Hij spreekt allereerst zichzelf aan.

“Mijn ziel, loof den HEERE.”

Niet alleen wanneer de omstandigheden goed zijn. Niet alleen wanneer hij zich ernaar voelt:

“Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.” (Psalm 103:1, STV)

Al wat binnen in mij is.

Dat is volledige overgave. Geen reserves. Heel zijn innerlijke mens roept hij op om God te loven.

oof den HEERE, mijn ziel en vergeet geen van Zijn weldaden
Psalm 103 Vergeet geen van Zijn weldaden

Vergeet Zijn weldaden niet

Dan volgt in vers 2 voor mij persoonlijk een heel belangrijke aansporing:

“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;” (Psalm 103:2, STV)

Vergeet niet.

Wat zijn wij daar van nature gemakkelijk toe geneigd.

We weten meestal precies wat ons ontbreekt. We herinneren ons onze teleurstellingen, onze pijn, onze onbeantwoorde vragen en onze zorgen.

Maar wat God heeft gedaan? Zijn bewaring? Zijn Genade? Zijn trouw? Zijn vergeving?

David zegt het tegen zichzelf: ziel, vergeet dat niet!

Dat spreekt mij persoonlijk erg aan. Het is goed om bewust terug te denken aan, en stil te staan bij wat God al heeft gedaan. Niet alleen in algemene zin, maar ook heel persoonlijk. Waar heeft Hij gedragen? Waar heeft Hij bewaard? Waar heeft Hij voorzien? En boven alles: wat heeft Hij in Christus geschonken?

Lofprijzing wordt hier dus gevoed door herinnering.

 

Die al uw ongerechtigheid vergeeft

Dan begint David Gods weldaden op te sommen:

“Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw krankheden geneest;” (Psalm 103:3, STV)

Opvallend is dat hij begint met vergeving.

Dat is niet toevallig.

De grootste nood van de mens is uiteindelijk niet zijn lichamelijke zwakheid, zijn moeilijke omstandigheden of zelfs zijn sterfelijkheid. Zijn diepste probleem is zijn zonde tegenover God.

En dáár begint Gods grote Genade.

“Die al uw ongerechtigheid vergeeft.”

Dat is gigantisch.

Niet een stukje. Niet alleen de fouten die wij zelf nog betrekkelijk klein vinden. David noemt hier

al uw ongerechtigheid.

Daarna noemt hij het genezen van krankheden. Zonde en ziekte zijn niet sec hetzelfde en deze woorden moeten daarom niet zonder meer als synoniemen worden behandeld. Wel behoren ziekte, zwakheid en sterfelijkheid tot die gebroken werkelijkheid die door de zondeval in de wereld gekomen is.

God is niet alleen Degene Die vergeeft. Hij is ook Degene van Wie herstel en genezing uiteindelijk afkomstig zijn.

En eens zal voor Gods verlosten iedere consequentie van de gevallen schepping voorgoed weggedaan zijn.

 

Verlost van het verderf

Die gedachte gaat verder in vers 4:

“Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;” (Psalm 103:4, STV)

Hier wordt het nog groter.

Hij vergeeft.

Hij geneest.

Hij verlost.

En Hij kroont.

Wát een beschrijving van Gods Genade.

De mens heeft van zichzelf geen kroon verdiend. Integendeel. Maar God omringt hem met “goedertierenheid en barmhartigheden”.

Dát is Genade in een notendop.

Niet ontvangen wat wij vanwege onze zonde verdiend hebben, en vervolgens uit Gods hand ontvangen wat wij nooit hadden kunnen verdienen.

 

Verzadigt met het goede

Vers 5 vervolgt:

“Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.” (Psalm 103:5, STV)

God geeft niet met mate.

Hij verzadigt.

Er zit in deze eerste verzen een prachtige opeenvolging:

Hij vergeeft.

Hij geneest.

Hij verlost.

Hij kroont.

Hij verzadigt.

De aandacht ligt voortdurend bij wat Hij doet.

Daar ligt ook de grond van deze lofprijzing. Niet in wat wij voor God tot stand brengen, maar allereerst in Wie Hij is en wat Hij doet.

 

De HEERE doet gerechtigheid

Vanaf vers 6 verruimt David zijn blik.

“De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen die onderdrukt worden.” (Psalm 103:6, STV)

God is niet alleen goed; Hij is óók rechtvaardig.

Dat hoort bij elkaar.

Wij zetten goedheid en oordeel soms tegenover elkaar, maar de Bijbel doet dat niet. Juist omdat God goed is, haat Hij het kwaad. Juist omdat Hij rechtvaardig is, ziet Hij de onderdrukte niet over het hoofd.

Vers 7 herinnert vervolgens aan Gods handelen met Israël:

“Hij heeft Mozes Zijn wegen bekendgemaakt, den kinderen Israëls Zijn daden.” (Psalm 103:7, STV)

David baseert zijn lofprijzing dus niet alleen op persoonlijke ervaring.

Hij kijkt naar Gods geopenbaarde handelen in de geschiedenis.

Dat is belangrijk.

Ons geloof rust uiteindelijk niet op ons gevoel van vandaag. God heeft Zich bekendgemaakt. Hij heeft gesproken. Hij heeft gehandeld.

 

Barmhartig en genadig

Dan komen we bij misschien wel een van de mooiste  en krachtigste samenvattingen van Gods karakter in deze Psalm:

“Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.” (Psalm 103:8, STV)

Barmhartig.

Genadig.

Lankmoedig.

Groot van goedertierenheid.

Dat betekent niet dat God zonde onbelangrijk vindt. Integendeel. Tegen de achtergrond van Zijn heiligheid wordt Zijn Genade zo groot.

Vers 9 zegt:

“Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.” (Psalm 103:9, STV)

Gods toorn is geen grillige menselijke drift. Zijn oordeel is rechtvaardig.

Maar David weet ook: Gods handelen met degenen die Hem vrezen wordt gekenmerkt door barmhartigheid.

En dan komt vers 10:

“Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.” (Psalm 103:10, STV)

Als God met ons zou handelen naar wat onze zonden verdienen, wie zou dan kunnen bestaan?

Dat is misschien wel een van de meest verootmoedigende gedachten van deze Psalm.

Wij leven niet van onze verdiensten.

Wij leven van Genade.

 

Zo hoog de hemel is

David zoekt vervolgens naar beelden om die goedertierenheid onder woorden te brengen.

En eigenlijk schieten woorden tekort.

“Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen die Hem vrezen.” (Psalm 103:11, STV)

Hoe groot is Gods goedertierenheid?

Kijk omhoog.

Kun je de afstand meten?

Zo spreekt David over Gods goedertierenheid.

Maar dan komt misschien een nog indrukwekkender beeld:

“Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.” (Psalm 103:12, STV)

Niet een paar meter.

Niet tijdelijk uit het zicht.

Zo ver het oosten is van het westen.

God vergeeft niet zoals mensen soms vergeven: “Ik vergeef het je, maar ik kan het niet vergeten.”

Hij doet de overtredingen weg.

Wat een rust ligt daarin.

 

Zoals een vader zich ontfermt

Daarna verandert het beeld opnieuw.

Van de hemel en de horizon gaat David naar een vader en zijn kinderen.

“Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen.” (Psalm 103:13, STV)

God kent onze zwakheid.

Hij weet precies wat wij zijn.

“Want Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde dat wij stof zijn.” (Psalm 103:14, STV)

Dat vind ik bijzonder troostvol.

God overschat onze kracht niet.

Wij doen dat zelf vaak wel.

Wij denken misschien dat wij altijd sterk moeten zijn, alles moeten begrijpen, alles moeten aankunnen en altijd overeind moeten blijven.

God weet beter.

Hij weet dat wij stof zijn.

Dat is geen excuus voor ongeloof of ongehoorzaamheid. Maar het is wel een geweldige troost voor de zwakke mens die op Hem vertrouwt.

Onze zwakheid verrast Hem niet.

 

Gras en bloemen

Dan plaatst David de mens tegenover Gods eeuwigheid.

“De dagen des mensen zijn als het gras; gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.” (Psalm 103:15, STV)

Een bloem kan prachtig zijn.

Maar heel kort.

“Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.” (Psalm 103:16, STV)

Dat houdt ons een spiegel voor.

Wij kunnen ons leven ontzettend belangrijk vinden. Onze plannen. Onze bezittingen. Onze positie. Onze zorgen.

Maar hoe lang duurt een mensenleven eigenlijk?

Een korte bloeitijd.

Een windvlaag.

En het is voorbij.

Maar dan staat daar dat prachtige woord aan het begin van vers 17:

Maar.

“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen die Hem vrezen…” (Psalm 103:17, STV)

Wij zijn tijdelijk.

Hij is eeuwig.

Ons leven is vluchtig.

Zijn goedertierenheid niet.

Onze kracht neemt af.

Zijn trouw niet.

Alles aan ons leven verandert, maar Zijn goedertierenheid is

“van eeuwigheid en tot eeuwigheid”.

Wat een tegenstelling.

 

Zijn troon staat vast

En dan tilt de Psalm onze blik helemaal omhoog.

“De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.” (Psalm 103:19, STV)

Dat is uiteindelijk de grond onder alles wat eraan voorafging.

God is ‘in control’.

Zijn troon wankelt niet.

Zijn Koninkrijk wordt niet bedreigd.

Hij is niet afhankelijk van menselijke macht, omstandigheden of ontwikkelingen op aarde.

“Zijn Koninkrijk heerst over alles.”

Ook wanneer wij niet begrijpen wat er gebeurt.

Ook wanneer het leven anders loopt dan wij hadden gedacht.

Ook wanneer wij onze eigen zwakheid nadrukkelijk ervaren.

Zijn troon staat vast.

 

En dan moet alles Hem loven

De Psalm begon heel persoonlijk:

“Loof den HEERE, mijn ziel.”

Maar nu wordt de kring steeds wijder.

Eerst:

“Looft den HEERE, Zijn engelen…” (Psalm 103:20, STV)

Dan:

“Looft den HEERE, al Zijn heirscharen…” (Psalm 103:21, STV)

En tenslotte:

“Looft den HEERE, al Zijn werken, aan alle plaatsen Zijner heerschappij.” (Psalm 103:22, STV)

De lofprijzing die begon in het binnenste van één mens vult uiteindelijk als het ware de hele schepping.

Engelen.

Heirscharen.

Dienaars.

Al Zijn werken.

Overal waar Zijn heerschappij is.

En waar is die heerschappij?

Over alles.

Maar opmerkelijk genoeg eindigt David precies waar hij begon.

Na die enorme oproep aan heel de schepping zegt hij opnieuw tegen zichzelf:

“Loof den HEERE, mijn ziel.” (Psalm 103:22, STV)

Alsof hij zegt:

Laat de engelen Hem loven.

Laat Zijn heirscharen Hem loven.

Laat heel Zijn schepping Hem loven.

Maar mijn ziel, vergeet jij het vooral niet.

 

Vergeet geen van Zijn weldaden

Misschien is dat voor mij wel de kern van deze hele Psalm.

Vergeet niet.

Wanneer het leven moeilijk is: vergeet niet.

Wanneer je zwak bent: vergeet niet.

Wanneer je gebeden nog niet verhoord lijken: vergeet niet.

Wanneer je terugkijkt op je leven: vergeet niet.

Hij vergeeft.

Hij verlost.

Hij ontfermt Zich.

Hij weet dat wij stof zijn.

Zijn goedertierenheid is van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Zijn troon staat vast.

Zijn Koninkrijk heerst over alles.

Daarom:

“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.” (Psalm 103:2, STV)

致中国读者:请持守基督

写给中国弟兄姊妹的一封信

有时候,当我查看这个网站的访问统计时,会看到一件特别触动我的事:有来自中国的读者访问这个网站。

我不知道你是谁,也不知道你住在哪里。

也许你已经是一名基督徒;也许你正在了解基督信仰;也许你只是在寻找有关圣经、福音或耶稣基督的资料,因此来到了这里。

既然你来到了这个网站,我不愿意把你仅仅看作访问统计中的一个数字。

所以,我想把这封信写给你。

致我在中国的弟兄姊妹

亲爱的弟兄,亲爱的姊妹:

我们可能从未见过面。

中国和荷兰相隔万里。我们的语言不同,文化不同,日常生活的环境也可能完全不同。

但是,如果你认识主耶稣基督,那么有一件事远比这些差异更加重要:

我们在基督里是一体的。

保罗写道:

“我们这许多人,在基督里成为一身,互相联络作肢体,也是如此。”
(罗马书 12:5,和合本)

耶稣基督的教会并不是由国界、民族、语言、文化或教堂建筑来决定的。

所有因信属于基督的人,都是属祂的。

所以,对我而言,你不仅仅是“一位来自中国的访客”。

如果你属于基督,你就是我在基督里的弟兄或姊妹。

神知道你的名字

我不知道你的名字。

我不知道你住在哪里,也不知道你是在怎样的环境中读这些话。

也许你可以公开谈论自己的信仰,也许对你来说这并不容易。我不想假装知道你在中国的生活究竟是什么样子。

但是,有一件事我知道:

神认识你。

主耶稣论到属于祂的人说:

“我的羊听我的声音,我也认识他们,他们也跟着我。我又赐给他们永生;他们永不灭亡,谁也不能从我手里把他们夺去。”
(约翰福音 10:27-28,和合本)

请特别留意这句话:

“我也认识他们。”

基督认识属祂的人。

对祂来说,你并不是生活在某个遥远国家里的一个无名基督徒。

祂认识你。

而且祂说:

“谁也不能从我手里把他们夺去。”

这就是信徒真正的保障。

不是顺利的环境。

不是人的保护。

也不是我们自己的力量。

我们的保障在于基督。

神的道却不被捆绑

使徒保罗在被囚禁的时候写下了一句非常有力量的话:

“然而神的道却不被捆绑。”
(提摩太后书 2:9,和合本)

这是何等宝贵的一句话!

保罗可以被捆绑。

神的道却不能被捆绑。

人可以设置限制,环境可以改变,基督徒也可能遇到反对。

但是,神的话语不能被囚禁。

所以,我特别想对你说:

请持守圣经。

阅读神的话语。

查考神的话语。

无论别人告诉你什么,都要用圣经来检验。

不要最终把你的信仰建立在牧师、传道人、教会组织或这个网站之上。

甚至你在这个网站上所读到的内容,也应该接受圣经的检验。

圣经称赞庇哩亚人,正是因为:

“这地方的人贤于帖撒罗尼迦的人,甘心领受这道,天天考查圣经,要晓得这道是与不是。”
(使徒行传 17:11,和合本)

标准是神的话语。

基督已经足够

基督徒的生活,并不是不断寻找某种东西,好像还需要给基督加上什么。

信徒的生命是在祂里面。

保罗写道:

“因为你们已经死了,你们的生命与基督一同藏在神里面。”
(歌罗西书 3:3,和合本)

又说:

“你们在他里面也得了丰盛。他是各样执政掌权者的元首。”
(歌罗西书 2:10,和合本)

这是何等伟大的事实!

不是“也许有一天”。

不是“等到你足够属灵以后”。

也不是“等到你经历了某种特殊的属灵体验以后”。

信徒已经在基督里得了丰盛。

基督徒的新生命并不是从我们自己的能力产生的,而是神所赐的生命。

因此,我们的眼目不应当一直转向自己,仿佛必须从自己里面找到力量。

我们的眼目应当转向基督。

当你害怕的时候

你的处境可能和我的完全不同。

也许我根本无法真正体会跟随基督对你个人意味着什么。

因此,我不想用一些轻易的话来安慰你,好像相信基督以后,一切困难都会消失。

圣经并没有这样的应许。

圣经给我们的东西远比这更宝贵:

基督绝不会丢弃属祂的人。

保罗写道:

“因为我深信无论是死,是生,是天使,是掌权的,是有能的,是现在的事,是将来的事,
是高处的,是低处的,是别的受造之物,都不能叫我们与神的爱隔绝;这爱是在我们的主基督耶稣里的。”
(罗马书 8:38-39,和合本)

请再读一遍。

没有任何受造之物。

没有任何人。

没有任何权势。

没有任何环境。

任何受造之物,都不能使在基督里的人与神在主耶稣基督里的爱隔绝。

当你疲倦的时候

基督徒也会疲倦。

我们也可能遇到无法回答的问题。

也许你祷告了很久,环境仍然没有改变。

也许你不明白神为什么容许一些事情发生。

但是,你可以把你的重担交给祂。

“你要把你的重担卸给耶和华,他必抚养你;他永不叫义人动摇。”
(诗篇 55:22,和合本)

信心并不意味着我们明白所有事情。

信心意味着我们知道:

我们所信的是谁。

保罗经历过患难、反对和监禁,但他仍然能够说:

“我靠着那加给我力量的,凡事都能做。”
(腓立比书 4:13,和合本)

不是因为保罗自己很刚强。

而是因为基督是他的力量。

也许你还不认识耶稣基督

也许你正在读这些话,但你还不是基督徒。

也许你来到这里,仅仅是因为你想知道基督信仰到底是什么。

那么,我首先不想把你带到某个教会、宗派或宗教组织。

我想把你指向一个人:

耶稣基督。

圣经说:

“神爱世人,甚至将他的独生子赐给他们,叫一切信他的,不至灭亡,反得永生。”
(约翰福音 3:16,和合本)

又说:

“当信主耶稣,你和你一家都必得救。”
(使徒行传 16:31,和合本)

福音不是说:你必须先把自己变成一个好人,神才愿意接纳你。

基督为罪人死了。

祂从死里复活。

救恩不是靠善行、宗教功德或人的努力赚来的。

“你们得救是本乎恩,也因着信;这并不是出于自己,乃是神所赐的;
也不是出于行为,免得有人自夸。”
(以弗所书 2:8-9,和合本)

恩典。

这意味着,人可以空着双手来到神面前,单单信靠主耶稣基督已经完成的救赎工作。

致正在中国阅读这些话的你

也许我永远不会知道你是谁。

也许你只会访问这个网站一次,以后再也不会回来。

但是,如果你正在读这些话,我希望你至少知道一件事:

在世界的另一边,有基督徒惦念着在中国的弟兄姊妹。

我们也许不会说同一种语言。

我们不住在同一个国家。

我们也许永远不会在今生见面。

但是,如果我们都属于基督,我们就有同一位救主、同一个福音和同一本神的话语。

有一天,国家的边界和语言的障碍都不再重要。

使徒约翰看见:

“此后,我观看,见有许多的人,没有人能数过来,是从各国、各族、各民、各方来的,站在宝座和羔羊面前……”
(启示录 7:9,和合本)

各国、各族、各民、各方。

其中有中国。

也有荷兰。

但最终,重要的并不是中国,也不是荷兰。

重要的是羔羊。

是耶稣基督。

所以,亲爱的弟兄或姊妹:

请持守基督。

请持守祂的话语。

请查考圣经。

当你感到孤单的时候,请不要忘记:

“因为主曾说:‘我总不撇下你,也不丢弃你。’”
(希伯来书 13:5,和合本)

愿恩惠、平安归与你。

来自荷兰的一位基督里的弟兄。

中文 SEO 设置

SEO 标题:
致中国基督徒:请持守基督 | 圣经中的鼓励

页面标题:
致中国读者:请持守基督

Meta Description:
写给中国基督徒和所有寻求耶稣基督之人的一封信。无论环境如何,请持守基督,查考圣经,相信神的话语。

主要关键词:
中国基督徒

可自然使用的相关关键词:
耶稣基督、圣经、基督教、福音、中国教会、基督徒的鼓励

Geverifieerd door MonsterInsights