Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk

Over schuld, emotie en het noodzakelijke onderscheid tussen volk en staat

De vraag of christenen een schuld hebben tegenover het Joodse volk wordt vandaag zelden rustig gesteld. Is sterk beladen met emotie, historische trauma’s en politieke druk. Juist daardoor raakt een wezenlijk Bijbels onderscheid steeds opnieuw ondergesneeuwd: dat tussen het Joodse volk en de moderne staat Israël.

Wie dat onderscheid verliest, vervangt Schrift door sentiment.

Schuld is persoonlijk, niet collectief

De Bijbel kent geen erfelijke of collectieve schuld over generaties heen. Schuld is persoonlijk en concreet.

“De ziel die zondigt, die zal sterven.” (Ezechiël 18:4, STV)

Christenen van nu dragen geen geestelijke of morele schuld voor:

  • de verwerping van Christus door de Joodse leiders in de eerste eeuw,
  • de Romeinse kruisiging,
  • middeleeuwse vervolgingen door kerkelijke machtsstructuren,
  • de Shoah
  • of modern antisemitisme.

Zonden uit het verleden kunnen en moeten benoemd en veroordeeld worden, maar dat is iets fundamenteel anders dan zeggen dat Christenen als zodanig blijvend schuldig staan tegenover het Joodse volk. Dat idee is moreel begrijpelijk, maar Bijbels onhoudbaar.

Wat zegt het Nieuwe Testament over Israël?

Paulus behandelt deze kwestie uitvoerig in Romeinen 9–11. Zijn benadering is opvallend nuchter en theologisch scherp.

Israël:

  • heeft een unieke plaats naar verkiezing,
  • is door God gebruikt in de heilsgeschiedenis,
  • maar is niet collectief rechtvaardig,
  • en staat, net als de heidenen, onder de noodzaak van geloof in Christus.

“Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.” (Romeinen 9:6, STV)

Paulus spreekt tegelijk over:

  • vijandschap tegenover het Evangelie,
  • én blijvende verkiezing om der vaderen wil (Romeinen 11:28).

Dat leidt niet tot schuldgevoel bij heidengelovigen, maar tot ootmoed.

“Verhef u niet tegen de takken.” (Romeinen 11:18, STV)

Ootmoed is echter iets anders dan boetedoening namens anderen.

“Maar christenen hebben Joden vervolgd” – een eenzijdig argument

Vaak wordt als doorslaggevend argument aangevoerd dat Christenen door de eeuwen heen Joden hebben vervolgd, en dat hieruit een blijvende schuld voortvloeit. Dat argument klinkt moreel sterk, maar is historisch en Bijbels onvolledig. Het verhaal begon namelijk andersom.

In de eerste decennia na Christus waren het geen christenen, maar Joodse leiders die de eerste vervolgingen inzetten. De gemeente bestond aanvankelijk vrijwel volledig uit Joden, en werd vervolgd door de eigen volksgenoten. De steniging van Stefanus, de vervolging door Saulus vóór zijn bekering en het verbannen van gelovigen uit synagogen laten zien dat het conflict begon binnen het Jodendom zelf. Rome trad pas later op, en de kerk had in deze periode geen enkele politieke of maatschappelijke macht.

Dat verklaart de latere geschiedenis niet volledig maar is wel eerlijk. De vervolgingen door kerk en staat in de middeleeuwen waren reëel en verwerpelijk, maar zij kwamen voort uit een machtskerk die zich van het Evangelie had losgemaakt. Het Nieuwe Testament kent geen opdracht tot dwang, geweld of vervolging. Wat zich christelijk noemde, handelde vaak onchristelijk.

Daarom kan historische misdaad niet worden teruggeprojecteerd als theologische schuld. Schuld vraagt daders, geen erfgenamen. Wie dit onderscheid niet maakt, vervangt historische analyse door morele druk en gebruikt het verleden om hedendaagse theologie en politiek te sturen.

Dat christenen Joden hebben vervolgd is waar; dat het christelijk geloof daartoe oproept is onwaar, en dat het conflict zo begon evenmin.

Het cruciale onderscheid dat door emotie verdwijnt

Het Joodse volk

Het Joodse volk is:

  • een historisch en etnisch volk,
  • voortgekomen uit Abraham, Izak en Jakob,
  • wereldwijd verspreid,
  • geestelijk verdeeld.

Bijbels gezien is het volk:

  • niet automatisch geestelijk Israël,
  • niet collectief schuldig,
  • maar ook niet collectief rechtvaardig.

Het Joodse volk is net als elk volk geroepen het Evangelie in geloof te aanvaarden.

De moderne staat Israël

De moderne staat Israël is:

  • een politieke natiestaat,
  • opgericht in 1948,
  • met grenzen, leger, regering en wetgeving,
  • grotendeels seculier van karakter.

Deze staat:

  • is geen bijbels verbondssubject,
  • is geen voortzetting van het oudtestamentische koninkrijk,
  • draagt geen goddelijke onschendbaarheid.
  • De Bijbel kent geen belofte aan een moderne natiestaat als zodanig.

Het verwarren van deze twee — volk en staat — is geen Bijbels inzicht, maar een emotionele reflex.

Waar emotie het denken overneemt

In de praktijk gebeurt vaak het volgende:

  • historisch schuldgevoel leidt tot politieke steun,
  • medelijden wordt theologie,
  • trauma vervangt exegese.

Maar:

  • emotie is geen hermeneutiek,
  • geschiedenis is geen openbaring,
  • politieke solidariteit is geen bijbelse plicht.

Christenen worden zo ongemerkt gedwongen:

  • de staat moreel boven kritiek te plaatsen,
  • politieke keuzes theologisch te heiligen,
  • Bijbels onderscheid op te offeren aan sentiment.

Dat is geen liefde, maar verwarring.

Wat christenen wél verschuldigd zijn

Christenen hebben geen schuld, maar wel verantwoordelijkheid:

  • liefde tegenover het Joodse volk,
  • afwijzing van antisemitisme in elke vorm,
  • ootmoed tegenover Gods verkiezend handelen,
  • waarheid: Christus niet verzwijgen uit respect of angst.

“Er is onder de hemel geen andere Naam gegeven, door Welke wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12)

Genade maakt vrij, ook van morele chantage.

Wie het Joodse volk vereenzelvigt met de moderne staat, verwart verkiezing met politiek, Bijbel met emotie en genade met schuldgevoel.

God heeft een toekomst met Israël als volk.
Maar niet elke daad van een staat is een daad van God.

Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift,
én voorkomt dat emotie het laatste woord krijgt.

Wie was Abraham en wat betekent hij voor christenen vandaag?

Wie was Abraham en wat betekent hij voor Christenen vandaag?

Abraham behoort tot de meest aansprekende en belangrijke personen in de Bijbel. Hij staat aan het begin van Gods heilsweg met Israël, maar zijn betekenis reikt veel verder. Het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat Abraham ook beslissend is voor het verstaan van het christelijk geloof, genade en rechtvaardiging.

De roeping van Abraham

Abraham (oorspronkelijk Abram) wordt door God geroepen uit Ur der Chaldeeën om naar een land te gaan dat God hem wijzen zou (Genesis 12). Hij ontving geen gedetailleerde routebeschrijving, geen voorwaarden en geen wet. Hij ontving een belofte. God beloofde hem een groot nageslacht, een land en zegen — niet alleen voor hemzelf, maar voor alle geslachten der aarde.

Deze roeping markeert een nieuw begin in de heilsgeschiedenis. God handelt soeverein en genadig, zonder dat Abraham daar iets tegenover kan stellen.

Gerechtvaardigd door geloof

Het sleutelvers over Abraham:

“En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.”
(Genesis 15:6, STV)

Abraham wordt rechtvaardig verklaard niet op grond van werken, maar op grond van geloof. Dit gebeurt lang vóór de instelling van de Wet van Mozes en zelfs vóór de besnijdenis. Dit is leerrstellig van groot belang.

De apostel Paulus bouwt hierop voort in Romeinen 4 en Galaten 3. Hij laat zien dat rechtvaardiging altijd Gods weg is geweest: door geloof alleen.

Abraham vóór de wet

De Wet werd pas honderden jaren later gegeven aan Israël bij de Sinaï. Paulus benadrukt:

“De wet, die vierhonderd en dertig jaren daarna gekomen is, doet de belofte niet te niet.”
(Galaten 3:17, SV)

Daarmee wordt duidelijk dat de Wet nooit bedoeld was als middel tot rechtvaardiging. De belofte aan Abraham staat vast en wordt niet vervangen of opgeheven door de Wet.

Voor christenen is dit essentieel: het fundament van het geloof ligt niet in wetsonderhouding, maar in Gods belofte en genade.

Vader van alle gelovigen

Hoewel Abraham de stamvader is van Israël naar het vlees, leert het Nieuwe Testament dat hij ook de vader is van allen die geloven:

“Zo verstaat gij dan, dat degenen die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.”
(Galaten 3:7, STV)

Christenen uit de heidenen worden niet onder de Wet geplaatst en hoeven geen Joden te worden. Zij delen in hetzelfde geloofsprincipe als Abraham. Het gaat niet om afkomst, maar om geloof.

Abraham en Christus

De belofte aan Abraham was uiteindelijk christologisch van aard:

“In u zullen al de geslachten der aarde gezegend worden.”
(Genesis 12:3, STV)

Paulus verklaart dat deze belofte zijn vervulling vindt in Christus. Wie in Christus is, deelt in de zegen van Abraham. Daarmee staat Abraham niet los van het evangelie, maar vormt hij er juist de grondslag van.

Leven uit belofte

Abrahams leven laat zien wat het betekent om met God te wandelen. Hij kende momenten van twijfel, wachten en struikelen, maar zijn leven werd gekenmerkt door vertrouwen op Gods Woord. Zelfs bij de offerande van Izak zien we geen wettische gehoorzaamheid, maar geloof in Gods trouw en macht.

Betekenis voor vandaag

Voor Christenen vandaag betekent Abraham:

  • dat rechtvaardiging door geloof is, niet door werken
  • dat genade voorafgaat aan wet
  • dat Gods beloften vaststaan
  • dat geloof leven uit afhankelijkheid is

Het leven en de persoon van Abraham wijst ons erop dat God altijd Dezelfde is, maar niet altijd op dezelfde wijze handelt. Zijn weg met Abraham laat zien dat Gods reddend handelen altijd geworteld is in genade en geloof – een waarheid die ook vandaag nog steeds geldt.

Is kritiek op de Joodse staat per definitie antisemitisch?

Is kritiek op de Joodse staat per definitie antisemitisch?

Een noodzakelijk onderscheid

In het publieke debat wordt steeds vaker beweerd dat kritiek op de Joodse staat zou neigen naar antisemitisme. Deze beschuldiging klinkt niet zelden vanuit christenzionistische kringen, waar de moderne staat Israël theologisch wordt verheven tot een haast onaantastbare entiteit. Die gelijkstelling is niet alleen onjuist, maar ook theologisch gevaarlijk.

Ik zie duidelijk onderscheid tussen antisemitisme, legitieme politieke kritiek en de beweringen van het christenzionisme.

Antisemitisme is geen politieke kritiek

Antisemitisme is haat of vijandigheid tegen Joden als volk, etnische groep of religie. Het richt zich op identiteit, niet op beleid.

Kritiek op de staat Israël daarentegen betreft:

  • regeringsbesluiten
  • militair optreden
  • wetgeving
  • territoriale en geopolitieke keuzes

Een staat is een politieke constructie, geen heilsobject. Wie dat onderscheid vervaagt, maakt eerlijke kritiek onmogelijk.

Het christenzionistische probleem

Christenzionisme gaat structureel de fout in door:

  • het Bijbelse volk Israël gelijk te stellen aan de moderne natiestaat
  • Gods beloften rechtstreeks toe te passen op huidig staatsbeleid
  • politieke en militaire daden theologisch te immuniseren tegen kritiek

Daardoor ontstaat een dogma:

Wat Israël doet, mag niet bekritiseerd worden, want het is “Gods volk”.

Dit is geen Bijbels denken, maar theologische ideologie.

De Bijbel zelf legitimeert kritiek op Israël

Ironisch genoeg is de Schrift zelf het krachtigste weerwoord tegen christenzionisme.

De profeten:

  • bekritiseerden Israël harder dan welke buitenlandse macht ook
  • veroordeelden onrecht en machtsmisbruik
  • riepen op tot bekering, niet tot nationalistische zelfrechtvaardiging

Bijbelse trouw betekent niet: Israël altijd gelijk geven.
Maar juist: Israël meten aan Gods gerechtigheid.

Dat is geen antisemitisme — dat is gehoorzaamheid aan God.

Een modern politiek project is geen heilshistorisch gegeven

De moderne staat Israël (1948):

  • is ontstaan via internationale verdragen
  • functioneert als een seculiere democratie
  • kent religieuze, etnische en ideologische spanningen

Dat maakt Israël:

  • niet identiek aan het Bijbelse volk
  • niet drager van automatische goddelijke goedkeuring
  • niet boven alle beoordeling of kritiek verheven

Wie dat wél beweert, vermengt openbaring met geopolitiek.

De gevaarlijke verwarring: kritiek = antisemitisme

Christenzionisme draagt actief bij aan een valse tegenstelling:

  • óf je steunt Israël onvoorwaardelijk
  • óf je bent antisemitisch

Dit is morele chantage. Het:

  • misbruikt het reële kwaad van antisemitisme
  • verlamt gewetensonderzoek
  • blokkeert rechtvaardige kritiek

Daarmee wordt antisemitisme juist uitgehold als begrip.

Theologisch gevolg: een ander evangelie

Wanneer een staat:

  • onbekritiseerbaar wordt
  • een aparte heilsstatus krijgt
  • buiten de maatstaf van Christus wordt geplaatst

dan ontstaat er feitelijk:

een heilshistorisch spoor naast het evangelie

Dat staat haaks op:

  • Christus als middelpunt van Gods handelen
  • de eenheid van Jood en heiden in Hem

Samengevat

Kritiek op de Joodse staat:

  • is geen antisemitisme
  • is geen verzet tegen God
  • is geen aanval op het Joodse volk

Christenzionisme:

  • verwart Bijbel en politiek
  • verheft een staat tot heilsobject
  • maakt eerlijke kritiek verdacht

Wie werkelijk Bijbels wil denken, durft te onderscheiden en benoemen, óók wanneer het schuurt.

Eeuwig oordeel: twee standpunten naast elkaar

Eeuwig oordeel: twee standpunten naast elkaar

Binnen het christelijk geloof bestaat al eeuwenlang een diepgaand gesprek over het laatste oordeel,  uitlopend in de eeuwige straf. Niet over de vraag óf God oordeelt, maar over hoe dat oordeel zich uiteindelijk voltrekt. De Schrift spreekt met grote ernst over dit onderwerp, en juist daarom is zorgvuldigheid op zijn plaats. Een gesprek hierover heeft helaas het risico in zich al snel te ontaarden in een gevecht, met als resultaat hete hoofden en koude harten

In dit artikel worden twee standpunten naast elkaar gezet, zonder strijdvraag. De Bijbel zelf staat centraal.

Wat beide standpunten gemeenschappelijk hebben

Voordat de verschillen worden besproken, is het noodzakelijk vast te stellen waarover geen verschil van inzicht bestaat. Beide visies erkennen ondubbelzinnig:

  • God is heilig, rechtvaardig en goed
  • De Schrift is het hoogste gezag
  • Er is een lichamelijke opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen
  • Het oordeel is definitief en onontkoombaar
  • Het oordeel heeft een eeuwig karakter
  • Redding is alleen mogelijk door Jezus Christus

De ernst van het oordeel wordt in de Schrift zonder terughoudendheid benoemd:

“Het is vreselijk te vallen in de handen des levenden Gods.”
(Hebreeën 10:31, STV)

– Eeuwige bewuste straf

Het klassieke standpunt stelt dat de goddelozen na het laatste oordeel bewust blijven bestaan en een eeuwige straf ondergaan, zonder einde. Het oordeel houdt niet op en eindigt niet in vernietiging, maar in een blijvende toestand van straf.

Het woord eeuwig wordt hier verstaan als zonder einde, zowel bij het leven van de rechtvaardigen als bij de straf van de goddelozen.

Schriftplaatsen die centraal staan

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijniging, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
(Mattheüs 25:46, STV)

“En de rook hunner pijniging gaat op in alle eeuwigheid; en zij hebben geen rust dag en nacht.”
(Openbaring 14:11, STV)

“Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”
(Markus 9:48, STV)

“Daar zal wening zijn en knersing der tanden.”
(Mattheüs 13:42, STV)

Volgens dit standpunt wordt ook benadrukt dat Gods oordeel rechtvaardig en proportioneel is:

“En zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.”
(Openbaring 20:13, STV)

– Voorwaardelijke onsterfelijkheid (annihilatie)

Dit  standpunt stelt dat onsterfelijkheid geen vanzelfsprekende eigenschap of bezit van de mens is, maar een gave van God. Eeuwig leven wordt alleen geschonken aan wie in Christus zijn. De goddelozen worden geoordeeld en ondergaan de tweede dood: een definitief en onomkeerbaar ophouden te bestaan.

De straf is eeuwig in gevolg, niet in een eindeloos voortgaand proces.

Schriftplaatsen die centraal staan

“Want het loon der zonde is de dood; maar de genadegift Gods is het eeuwige leven.”
(Romeinen 6:23, STV)

“Vreest veelmeer Dien, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.”
(Mattheüs 10:28, STV)

“Deze is de tweede dood.”
(Openbaring 20:14, STV)

“Welke als straf zullen lijden het eeuwig verderf.”
(2 Thessalonicenzen 1:9, STV)

“Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve.”
(Johannes 3:16, STV)

Volgens dit standpunt bestaat de straf niet uit eeuwig lijden, maar uit blijvende dood.

Het vuur en de beeldtaal van het oordeel

De Schrift gebruikt krachtige beelden: vuur, duisternis, rook, wormen. Beide posities erkennen dat deze beelden ernstig zijn, maar verschillen in hoe zij worden verstaan.

Een sleuteltekst uit het Oude Testament luidt:

“En zij zullen uitgaan, en zien de dode lichamen der lieden, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden.”
(Jesaja 66:24, STV)

Deze tekst spreekt expliciet over dode lichamen, wat vaak wordt gezien als achtergrond van Jezus’ woorden in Markus 9.

Wat betekent ‘eeuwig’?

Het verschil tussen beide posities ligt in de betekenis van het woord eeuwig:

Gaat het om eeuwig straffen?

Of om een eeuwige straf met een blijvend resultaat?

De Schrift gebruikt het begrip eeuwig ook op andere manieren:

“Een eeuwige verlossing.”
(Hebreeën 9:12, STV)

Niet als een voortdurend proces, maar als een daad met een blijvend gevolg.

Slot: ernst, eerbied en Schriftgezag

Beide standpunten willen recht doen aan de Schrift en belijden dat Gods oordeel rechtvaardig, heilig en ernstig is. Geen van beide kan zomaar al een karikatuur worden afgeserveerd

Wat vaststaat, is de waarschuwing van de Schrift zelf:

“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”
(Hebreeën 3:15, STV)

Sponsoren of bedelen?

Ik kreeg gisteren een appje van een broeder met de vraag of ik bereid was een werkreis naar een Europees land te sponsoren. Het zou gaan om het opknappen van een kerkgebouw. Dat klinkt nobel, en daarom is het ook lastig om er kritische vragen bij te stellen.

Toch deed ik dat.
Ik ken de betreffende persoon namelijk redelijk goed. Ik weet hoe er in zijn persoonlijke leven met geld wordt omgegaan: luxe vakanties, een nieuw interieur, kortom geen gebrek. Dat roept bij mij een ongemakkelijke vraag op: als je zelf gelooft dat dit werk noodzakelijk is, waarom spaar je er dan niet voor? Waarom moet de rekening bij anderen worden neergelegd?

Wat nog veel gekker is, is de hoogte van het gevraagde sponsorbedrag. Voor de reis inclusief één week verblijf wordt een bedrag gevraagd dat neerkomt op ongeveer een derde van mijn maandsalaris.Voor dat geld kun je all-inclusive op een vreet–en-zuip luier vakantie aan de Middellandse zee wat ik nooit zou doen..Dat is geen kleingeld, en daarom heb ik de vrijheid genomen het eens nuchter na te rekenen.

Een vliegticket, heen en terug, naar de regio waar het kerkgebouw zich bevindt, kost in het betreffende tijdslot ongeveer een tiende, wellicht iets meer van het gevraagde totaalbedrag. De groep verblijft bovendien in een accommodatie die eigendom is van de kerk zelf. Blijven over: kosten voor eten en wat praktische zaken. Dat verklaart het enorme verschil bij lange na niet.

Hoe je het ook wendt of keert: de cijfers kloppen niet.

Als ik alles bij elkaar optel, kan ik maar tot één conclusie komen: er lekt ergens geld weg . En dan is de vraag niet of dat zo is, maar waarheen.

Is er een “handige jongen” die meeverdient?
Een stichting met een wat al te lange strijkstok?


Of is dit een systeem waarin niemand gewend is om kritische vragen te stellen, zolang het maar wordt verpakt als “werk voor de Heer”?

De begintijd in het boek Handelingen en nu

De begintijd in het boek Handelingen en nu

Waarom charismatische leer en praktijk botst met de voltooiing van de Bijbel

Binnen de charismatische leer wordt vaak een beroep gedaan op de eerste christelijke periode om hedendaagse verschijnselen te legitimeren. Handelingen wordt daarbij gelezen als norm voor alle tijden. Dat lijkt vroom, maar het miskent een fundamenteel Bijbels onderscheid tussen de begintijd van de openbaring en de tijd ná de voltooiing van de Schrift.

En precies daar wringt de schoen.

Handelingen is overgangstijd, geen blauwdruk

Het boek Handelingen beschrijft een unieke fase in Gods heilsplan. De gemeente van Jezus Christus is daar nog in wording. Apostelen spreken, profeten profeteren, tekenen bevestigen nieuwe waarheid.

Maar Handelingen is:

  • beschrijvend, niet voorschrijvend
  • historisch, geen formule
  • overgang, geen eindstadium

Wat God daar deed, zegt niet automatisch wat Hij altijd doet.

De denkfout van de charismatische leer

De charismatische leer maakt van Handelingen een model:

  • tongentaal als norm
  • profetie als voortdurende praktijk
  • apostelen als herhaalbaar ambt

Daarmee wordt impliciet gezegd dat:

  • openbaring nog doorgaat
  • de canon functioneel niet gesloten is
  • het Woord op zichzelf niet voldoende is

Dat is geen randzaak, maar raakt het hart van het Bijbels gezag.

Openbaring versus verlichting

De Schrift leert dat Gods openbaring een eindpunt heeft bereikt:

“Al de Schrift is van God ingegeven.”
(2 Tim. 3:16, STV)

“Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust..”
(2 Tim. 3:17, STV)

Volmaaktheid sluit aanvulling uit.

Wat de Heilige Geest vandaag doet, is niet openbaren, maar verlichten:

  • Hij voegt niets toe
  • Hij maakt verstaan wat reeds gegeven is

Charismatische “woorden van God” verwarren deze twee en openen zo opnieuw wat God heeft afgesloten.

Apostelen en profeten: eenmalig fundament

De Schrift is duidelijk:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten.”
(Ef. 2:20, STV)

Een fundament:

  • wordt éénmaal gelegd
  • kent geen opvolging
  • wordt niet periodiek vernieuwd

Wie vandaag apostelen of profeten installeert, herbouwt een fundament dat al voltooid is. Dat is leerstellig onmogelijk

Tekenen zonder nieuwe boodschap

Tekenen hadden in de begintijd een helder doel:

“God medegetuigende door tekenen en wonderen.”
(Hebr. 2:4, STV)

Zij bevestigden nieuwe openbaring.

Vandaag is er:

  • geen nieuwe leer
  • geen nieuw evangelie
  • geen nieuwe waarheid

Tekenen zonder nieuwe boodschap zijn daarom:

  • doelloos
  • onschriftuurlijk
  • zelflegitimerend

De Bijbel kent geen tekenen als geestelijke sensatie of geloofsbeleving.

“God is toch is gisteren en vandaag Dezelfde?”

Een vaak gehoord argument luidt: God verandert niet.

Dat is waar:

“Ik, de HEERE, word niet veranderd.”
(Mal. 3:6, STV)

“Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is of schaduw van omkering”(Jakobus1:17 STV)

Maar dit gaat over Gods wezen, niet over Zijn wijze van handelen.

God:

  • sprak eens door profeten → nu door het voltooide Woord
  • werkte eens met tekenen → nu door prediking
  • handelde onder de Wet → nu onder de Genade

Wie gelijkheid van wezen verwart met gelijkheid van handelen, past Gods onveranderlijkheid verkeerd toe.

Van Woord naar ervaring

Charismatische leer verschuift het zwaartepunt:

  • van Schrift naar ervaring
  • van objectieve waarheid naar subjectieve beleving
  • van geloof naar zien en voelen

De Schrift zegt:

“Wij wandelen door geloof, en niet door aanschouwen.”
(2 Kor. 5:7, STV)

Wat niet toetsbaar is aan het Woord, krijgt uiteindelijk meer gezag dan het Woord.

Samengevat

Charismatische leer schiet tekort omdat zij leeft vóór de voltooiing van de openbaring.
Deze maakt van een overgangstijd de norm en opent daarmee opnieuw wat God heeft afgesloten.

De Bijbel leert:

  • de openbaring is voltooid
  • het fundament is gelegd
  • het Woord is voldoende

God is altijd Dezelfde in Zijn wezen
maar Hij doet niet altijd hetzelfde, omdat Zijn heilsplan voortgang kent.

“Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
(Rom. 10:17, STV)

Wie bij het Woord blijft, mist geen kracht,
maar bewaart de waarheid.

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Christenzionisme: waarom het botst met Romeinen 9-11

Binnen sommige kerkelijke, evangelische en charismatische kringen wordt de moderne staat Israël vaak voorgesteld als een directe vervulling van Bijbelse profetie. Kritiek daarop geldt al snel als “onbijbels” of zelfs “antisemitisme”. Toch is deze aanname moeilijk te verenigen met de duidelijke lijn van de Schrift — met name met Romeinen 9–11.

Wat Christenzionisme beweert

Christenzionisme gaat, expliciet of impliciet, uit van de volgende aannames:

  • de moderne staat Israël is een rechtstreekse voortzetting van het Bijbelse volk Israël
  • politieke gebeurtenissen sinds 1948 zijn profetische vervullingen
  • onvoorwaardelijke steun aan de Israëlische staat is een geestelijke plicht
  • kritiek op de staat Israël is verzet tegen Gods heilsplan

Deze aannames klinken vroom, maar zijn exegetisch zwak en Bijbels onhoudbaar.

Paulus spreekt niet over staten, maar over heil

Wanneer Paulus in Romeinen 9–11 over Israël spreekt, gaat het nergens over:

  • grenzen
  • regeringen
  • militaire macht
  • nationale soevereiniteit

Het gaat over:

  • verkiezing
  • verharding
  • genade
  • geloof en ongeloof

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Christelijk zionisme maakt van Israël primair een politiek subject, terwijl Paulus Israël behandelt als een heilshistorisch volk onder Gods hand.

 De olijfboom

Romeinen 11 is voor christelijk zionisme lastig. Paulus leert daar:

  • Israël is de natuurlijke tak
  • heidenen zijn wilde takken
  • ongelovige takken zijn afgebroken
  • gelovigen worden ingeënt

Nergens suggereert Paulus:

  • een apart heilsprogramma voor een seculiere staat
  • een automatische zegen op grond van etniciteit
  • een profetische status van ongelovige meerderheid

Integendeel:

“Zie dan de goedertierenheid en de strengheid Gods; de strengheid wel over degenen die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u…..”
(Romeinen 11:22, STV)

Christenzionisme verandert Genade in geopolitiek

Beloften zonder geloof bestaan niet

Een cruciale denkfout van Christenzionisme is dat het beloften loskoppelt van geloof.
Maar de Bijbel in het algemeen, en hier in het bijzonder de apostel Paulus, doet dat nergens.

“Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen.”
(Efeze 2:19, STV)

Heidenen delen in de zegen in Christus, niet door steun aan een staat. Welke dan ook.
Evenzo deelt Israël alleen in herstel door bekering, niet door afstamming of seculiere staatvorming.

“De roeping Gods is onberouwelijk”

Romeinen 11:29 wordt vaak aangehaald alsof het betekent:

“Wat Israël ook doet, God staat erachter.”

Maar Paulus’ punt is anders:

  • God laat Zijn volk niet vallen
  • maar Hij keurt ongeloof af
  • behoud komt langs dezelfde weg als altijd: geloof

“En ook zij, indien zij niet blijven in het ongeloof, zullen ingeënt worden.”
(Romeinen 11:23, STV)

Christelijk zionisme belooft herstel zonder bekering.
Dát is niet het Evangelie!

Een andere Jezus, een ander Koninkrijk

Waar christenzionisme focust op:

  • aardse macht
  • nationale grootheid
  • territoriale heerschappij

verkondigt het Nieuwe Testament:

  • een verworpen Messias
  • een geestelijk Koninkrijk
  • een kruis vóór de kroon

“Mijn Koninkrijk is nu niet van deze wereld.”
(Johannes 18:36, STV)

Wie Zijn Koninkrijk verwart met een moderne staat, mist de aard en reikwijdte van Christus’ heerschappij.

Samengevat

Christenzionisme is geen onschuldig detail. Want het:

  • vermengt Bijbel met politiek
  • vervangt Schriftuitleg door actualiteit
  • verschuift de hoop van de toekomst van Christus naar een staat

Het is geen Bijbelse Israël-visie, maar een moderne ideologie met een Christelijke verpakking.

Wie Paulus serieus neemt, kan Israël liefhebben zonder een staat te verereren
en kan in Gods beloften geloven zonder ze politiek te maken.

Zie ook:

“Koning Jezus”

“Koning Jezus” (vervolg)

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

 

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

In kerken wordt – soms openlijk, soms subtiel – de indruk gewekt dat een voorganger, dominee of geestelijk leider bijzonder gezag zou hebben over, het geloof of de keuzes van een gelovige. In een preek die ik onlangs hoorde werd zoiets verondersteld met een voorbeeld.

Wie daar vragen bij stelt, krijgt al snel te horen dat hij “ongehoorzaam” is, “onder gezag moet leren staan” of “tegen God ingaat”.

Maar is dat wel Bijbels?

Het enige absolute gezag in de gemeente

Het Nieuwe Testament is hier opvallend eenduidig over
Christus alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente,.”
(Kolossenzen 1:18 STV)

Er is geen tweede hoofd, geen plaatsvervanger en geen aardse autoriteit die tussen Christus en de gelovige instaat.

Jezus Zelf zegt zelfs expliciet:

“Een is uw Meester, en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8 STV)

Dat zet meteen een dikke streep door elke geestelijke hiërarchie waarin de één boven de ander staat

Wat is een voorganger dan wél?

Opvallend genoeg gebruikt het Nieuwe Testament het woord voorganger niet als ambtstitel. In plaats daarvan lezen we over:

  • oudsten
  • herders
  • opzieners
  • leraars

Hun taak is niet heersen, maar dienen:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:2–3 STV)

Een Bijbelse leider:

  • dwingt niet
  • beheerst geen gewetens
  • claimt geen exclusieve toegang tot Gods wil

Hij wijst, hij onderwijst, hij dient.

Gehoorzaamheid

Een vaak geciteerd vers is:

“Weest uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…”
(Hebreeën 13:17 STV)

Maar dit vers kan nooit los gelezen worden van de rest van de Schrift. Dezelfde Bijbel zegt namelijk ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

En zelfs Paulus werd getoetst:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.”
(Handelingen 17:11 STV)

Gehoorzaamheid in de gemeente is geen blind volgen, maar een vrijwillige erkenning van geestelijk leiderschap zolang dat leiderschap onder het Woord blijft.

De gelovige staat rechtstreeks voor en onder God

Een kernwaarheid bij Paulus is persoonlijke verantwoordelijkheid:

“Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelf rekenschap geven aan God.”
(Romeinen 14:12 STV)

Niet via:

  • een kerk
  • een voorganger
  • een geestelijke structuur

Ook is er maar één Middelaar:

“Want er is één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5 STV)

Wie geestelijk gezag zo uitlegt dat een voorganger als tussenpersoon fungeert, gaat tegen deze waarheid in.

Wanneer wordt gezag misbruik?

Gezag wordt onbijbels wanneer een voorganger:

  • spreekt alsof hij Gods stem is
  • persoonlijke beslissingen dicteert
  • kritiek gelijkstelt aan opstand
  • vrijheid in Christus verdacht maakt

Paulus zegt daarover:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof..”
(2 Korinthe 1:24 STV)

Dit ene vers alleen al ontmantelt elke vorm van geestelijke machtsuitoefening.

Samengevat

De Bijbel leert geen geestelijke hiërarchie waarin voorgangers bijzondere macht hebben over gelovigen. Zij hebben:

  • geen gezag over het geweten
  • geen heerschappij over het geloof
  • geen plaats tussen Christus en de gelovige

Wel hebben zij een roeping om te dienen, te onderwijzen en voor te leven.

Christus is het Hoofd, de gelovige is vrij.
Leiderschap is dienstbaarheid.

zie ook:

Apostelen vandaag?

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

Video van Jos, van evangeliseer.nl die hiermee niet de gelijknamige Stichting bedoelt. Hij snijdt een gevoelig en gewaagd onderwerp aan.

Kan steun aan Israël kan verkeerd uitpakken? Vergeten we waartoe wij geroepen zijn? Moet Israël zalig worden? En wat heeft vervangingstheologie hiermee te maken? Luister mee!

YouTube player

Hebreeën 10:25, welke samenkomst?

Hebreeën 10:25, welke samenkomst?

“En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet dat de dag nadert”..                                              (Hebreeën 10:25 STV)

Hebreeën 10:25 wordt vaak aangehaald als bewijs dat een christen verplicht zou zijn om naar de plaatselijke samenkomst of kerk te gaan.. Zeer recent nog hoorde ik deze tekst als zodanig aangehaald worden.
Voor veel mensen is dit zondermeer een uitgemaakte zaak. Toch blijkt bij nadere bestudering dat dit vers over iets anders gaat.

Het gevaar van een losse tekst

Het probleem begint wanneer Hebreeën 10:25 los wordt geciteerd, zonder rekening te houden met de directe context. Wie eerlijk doorleest, komt onmiddellijk bij de verzen 26 tot en met 29. Daar wordt gesproken over willens en wetens zondigen nadat men de kennis van de waarheid heeft ontvangen, over het ontbreken van een offer voor de zonde, over een schrikkelijke verwachting van oordeel en over het vertreden van de Zoon van God en het onrein achten van het bloed van het verbond.

De vraag dringt zich vanzelf op: kan dit werkelijk slaan op iemand die niet naar een kerkelijke bijeenkomst gaat? Het antwoord is overduidelijk. Dat zou leerstellig onhoudbaar en innerlijk tegenstrijdig zijn.

De hoofdgedachte van de Hebreeënbrief

De Hebreeënbrief heeft één grote lijn. De schrijver richt zich tot gelovigen met een Joodse achtergrond en waarschuwt hen ernstig om niet terug te keren naar het oude verbond. Christus wordt gepresenteerd als de volmaakte Hogepriester, Zijn offer als eenmalig en volkomen voldoende. Er bestaat geen ander offer meer en er is geen andere weg tot God dan door Hem.

Alles in deze brief draait om het blijven ingaan tot Christus, om het vasthouden aan Hem en aan het nieuwe Verbond dat in Zijn bloed is opgericht.

Wat betekent “onderlinge bijeenkomst”?

In Hebreeën 10:25 wordt het Griekse woord episynagōgē gebruikt. Dat woord komt in het Nieuwe Testament slechts twee keer voor. De andere keer is in 2 Thessalonicenzen 2:1, waar het wordt vertaald met “toevergadering tot Hem”.

In die tekst kan het onmogelijk over een plaatselijke samenkomst gaan. Het gaat daar over het bijeenvergaderd worden tot Christus Zelf. Hetzelfde woord, in dezelfde betekenis, wordt gebruikt in Hebreeën 10. De vertaling “onderlinge bijeenkomst” wekt daarom gemakkelijk een verkeerde indruk. Het gaat niet primair om een fysieke bijeenkomst, maar om het blijven toevergaderd zijn tot Christus.

De werkelijke oproep van Hebreeën 10:25

De oproep van de schrijver is ernstig en indringend. Hij waarschuwt zijn lezers om het niet los te laten om tot Christus te blijven gaan. Om niet af te haken, niet terug te keren naar een systeem dat geen leven meer biedt, maar vast te houden aan de belijdenis van de hoop. Dat verklaart ook waarom de waarschuwing in de verzen daarna zo scherp is. Het gaat niet om het missen van een samenkomst, maar om het loslaten van Christus Zelf.

Samenkomen als gelovigen?

Dat samenkomen als gelovigen nuttig, goed en waardevol is, staat buiten kijf. De Schrift geeft daarvan ook tal van voorbeelden. Maar nergens wordt dit afgedwongen met dreiging van oordeel. Het Nieuwe Testament kent geen kerkelijke aanwezigheidsplicht op straffe van geestelijk verderf.

Hebreeën 10:25 gebruiken om kerkbezoek verplicht te stellen, doet daarom geen recht aan de tekst, niet aan de context en niet aan de boodschap van het evangelie.

Resumerend

Hebreeën 10:25 gaat niet over verplicht kerkbezoek. Het gaat over het blijvend toevergaderd zijn tot Christus. Over volharden in het nieuwe verbond en niet terugvallen in wat geen leven kan geven.

Wie dit ziet, leest dit vers niet langer als een stok achter de deur, maar als een ernstige en tegelijk liefdevolle oproep om vast te houden aan Hem die de enige Hogepriester is, het enige Offer en het enige Leven.

Apostelen vandaag?

Apostelen vandaag?

Er begeven  zich vandaag de dag op het christelijk erf steeds vaker lieden die zich uitgeven voor ‘apostel’. Check voor het bewijs van deze stelling maar eens met Google. Dit is niet zomaar, is mijn stellige indruk, maar met een onderliggende gezagsclaim. Waar de titel ‘pastor’ of een afgeleide daarvan, niet meer lijkt te voldoen, om een bepaalde zeggingskracht/autoriteit te hebben, gezag uit te oefenen , of bepaalde zaken door te drukken. Men gaat dan doorgaans voorbij over wat de Bijjbel er zoal over zegt. Hieronder een korte samenvatting, een incompleet overzicht, over wat er zoal over geschreven staat .

Kenmerken van het apostelschap:

Getuige van Jezus’ bediening en opstanding

“Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan zijn al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is, beginnende van den doop van Johannes tot op den dag, dat Hij van ons opgenomen is, een van dezen met ons getuige worde Zijner opstanding.”
(Handelingen 1:21–22)

Paulus was de laatste, een uitzondering

“Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik Jezus Christus, onzen Heere, niet gezien? Zijt gij niet mijn werk in den Heere?”
(1 Korinthe 9:1)

“En als laatste van allen is Hij ook van mij gezien, als van een ontijdig geborene.”
(1 Korinthe 15:8)

Bevestiging door tekenen en krachten

“De tekenen nu eens apostels zijn onder u gewerkt in alle lijdzaamheid, in tekenen, en wonderen, en krachten.”
(2 Korinthe 12:12)

Apostelen als fundamentleggers

Wat heel vaak verkeerd begrepen en uitgelegd wordt :

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
(Efeze 2:20)

Normbepalend gezag van de apostolische leer

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”
(Handelingen 2:42)

Waarschuwing tegen valse apostelen

“Want zulke zijn valse apostelen, bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus.”
(2 Korinthe 11:13)

Tekenen en wonderen zijn geen bewijs op zichzelf

“Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”
(Mattheüs 7:22)

Apostel in de ruimere betekenis van gezondene

“Maar als de apostelen, namelijk Barnabas en Paulus, dat hoorden, scheurden zij hun klederen, en sprongen onder de schare.”
(Handelingen 14:14)

Apostelen en profeten als eenmalig fundament

“En God heeft sommigen gesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, hulpverleningen, regeringen, verscheidenheid der talen.”
(1 Korinthe 12:28)

Samenvattend vanuit de Schrift

De Schrift leert dat apostelen in de betekenis van fudamentleggers:

  • persoonlijk door Christus zijn aangesteld
  • getuigen waren van Zijn opstanding
  • door God bevestigd werden met tekenen
  • het fundament van de gemeente hebben gelegd

Dat fundament ligt vast in Christus zoals de Bijbel benadrukt.

“Het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.”
(Judas :3)

Daarom is er geen Bijbelse grond om vandaag mensen te erkennen die zichzelf apostel noemen in dezelfde gezaghebbende betekenis als de apostelen van het Nieuwe Testament.

 

De charismatische doofpotcultuur ontmaskerd

De charismatische doofpotcultuur ontmaskerd

Hoe charismatisch leiderschap zichzelf beschermt en het lichaam van Christus verwondt

Een nieuw hoofdstuk in het drama rond opgeblazen charismatische bedieningen, in dit geval rond Shawn Bolz, en breder, Bethel Church. Hieronder een ruim 3 uur durend nieuw exposé

De affaire rond Shawn Bolz is geen incident. Wie dat nog steeds beweert, is of naïef of oneerlijk. Wat hier zichtbaar wordt, is een structurele, systemische zonde binnen delen van de charismatische beweging: een cultuur waarin leiders elkaar beschermen, waarheid wordt weggemoffeld en slachtoffers worden opgeofferd op het altaar van reputatie.

Dit is geen geestelijke strijd tegen “de wereld”.
Dit is intern verraad.

Het patroon is bekend, en herhaalt zich steeds

Het scenario verloopt vrijwel altijd hetzelfde:

  • Er komen geloofwaardige meldingen van misbruik, misleiding of moreel falen.
  • Leiders “weten ervan” en zeggen: “We pakken dit intern op.”
  • De dader blijft buiten beeld, behoudt invloed of keert later terug.
  • Slachtoffers verdwijnen uit beeld  vaak uit de kerk.
  • Jaren later barst de bom alsnog.
  • Dan volgt spijt. Te laat. Te weinig. Te beperkt.

Dit gebeurde bij Shawn Bolz.
Het gebeurde eerder.
En het gebeurt nu nog steeds.

Doofpotcultuur, geestelijk verpakt

Wat deze cultuur zo gevaarlijk maakt, is dat zij bijbels klinkt, maar onbijbels handelt.

Begrippen als:

genade

herstel

eer

barmhartigheid

worden misbruikt om gehoorzaamheid aan de Schrift te ontwijken.
Zonde wordt hernoemd tot “gebrokenheid”.
Diskwalificatie wordt uitgesteld “tot na herstel”.
Publieke correctie wordt afgedaan als “liefdeloos”.

De Bijbel is er duidelijk over

leiders worden strenger beoordeeld, niet zachter behandeld.

Leiders die elkaar dekken

Binnen en rond Bethel Church zien we dit mechanisme pijnlijk duidelijk. Jarenlang werd informatie binnenskamers gehouden. Niet omdat men niets wist, maar omdat men niet wilde handelen volgens Bijbelse maatstaven.

Figuren als Bill Johnson en Chris Vallotton spraken over voorzichtigheid, complexiteit en schade voor “de beweging”. Patricia King fungeert nog steeds als halslachtige excuustruus. Nergens lezen we in de Schrift dat de reputatie van een beweging belangrijker is dan waarheid.

De zogeheten “culture of honor”, sterk uitgedragen door Danny Silk, functioneert in de praktijk te vaak als een schild voor leiders, niet als bescherming van de kudde. Eer kruipt omhoog. Schade stroomt omlaag.

Schoonvegen van de geschiedenis

De doofpot stopt niet bij het heden. Ze herschrijft ook het verleden.

Leiders met aantoonbaar problematische nalatenschappen worden later alsnog geëerd, geciteerd of spiritueel gecanoniseerd. Namen als William Branham, Bob Jones, Paul Cain en Mike Bickle worden selectief herinnerd. Wat niet past in het verhaal, verdwijnt onder het tapijt.

Dat is geen genade.
Dat is geschiedvervalsing.

De echte slachtoffers

De zwaarste prijs wordt niet betaald door leiders die tijdelijk hun platform verliezen.
Die wordt betaald door:

  • gelovigen die beschadigd zijn;
  • slachtoffers die niet geloofd werden;
  • gemeenteleden die onwetend medeplichtig werden;
  • en buitenstaanders die opnieuw bevestigd zien dat kerkelijke macht zichzelf beschermt.

De wereld haakt niet af omdat christenen zonde benoemen.
De wereld haakt af omdat christenen zonde verbergen.

Geen genezing zonder waarheid

Excuses zonder volledige openheid zijn onvoldoende.
Berouw zonder consequenties is leeg.
Herstel zonder diskwalificatie is bedrog.

Het lichaam van Christus wordt niet gereinigd door stilte, maar door waarheid.
Niet door loyaliteit aan leiders, maar door gehoorzaamheid aan Christus.

Zolang leiders meer vrezen voor gezichtsverlies dan voor Gods oordeel, zal deze cyclus doorgaan.
En elke nieuwe doofpot zal meer schaden dan de vorige.

Wie de kudde liefheeft, zal de wolf niet beschermen.

 

Genezingsbedieningen?

Genezingsbedieningen?

Naar aanleiding van onder andere het drama Todd White

Over genezing, geloof en lijden, op gezag van de Schrift

Een ander evangelie

Wat vandaag als “genezingsbediening” wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid geen onschuldige accentverschuiving binnen het christelijk geloof, maar een structurele verdraaiing van het Evangelie. Wanneer genezing wordt voorgesteld als altijd beschikbaar, afhankelijk van de intensiteit van iemands geloof, bewijs van ware geestelijkheid of als een afdwingbaar recht van de gelovige, dan is er sprake van een ander evangelie. De Schrift laat hierover geen ruimte voor nuance.

Galaten 1:8 STV “Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit den hemel, u een ander evangelie verkondigden dan hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”

Genezing wordt in de Bijbel nooit losgemaakt van Gods soevereiniteit. God openbaart Zich als Genezer, maar nooit als een krachtbron die door mensen geactiveerd kan worden. Zodra geloof wordt voorgesteld als een techniek die God verplicht tot handelen, wordt Hij gereduceerd tot een middel. Dat is geen bijbels geloof, maar functioneel heidendom.

Psalm 115:3
“Onze God is toch in den hemel; Hij doet al wat Hem behaagt.”

Romeinen 9:16
“Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.”

Geen trucs

De gedachte dat geloof “werkt”, “activeert” of “vrijzet” is vreemd aan de Schrift. Geloof is geen kracht, geen energie, geen sleutel. Geloof is vertrouwen, afhankelijkheid, overgave. De meest zuivere geloofsbelijdenis in het Evangelie is geen krachtige proclamatie, maar een gebroken roep om hulp.

Markus 9:24
“Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”

Elke leer die geen ruimte laat voor het uitblijven van genezing, staat haaks op het getuigenis van de apostelen zelf. Paulus bidt, smeekt en gelooft — en wordt niet genezen. Niet vanwege tekortschietend geloof, maar vanwege Gods weloverwogen besluit.

2 Korinthe 12:8–9
“Ik heb de Heere driemaal gebeden… En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg.”

Hier wordt geen methode aangereikt om alsnog genezing af te dwingen. Hier wordt een goddelijk “nee” uitgesproken. Elke theologie die deze tekst niet kan verdragen, is niet bijbels.

Wanneer ziekte wordt gekoppeld aan falend geloof, verborgen zonde of gebrek aan openheid, wordt de fout van Jobs vrienden herhaald. Zij hadden verklaringen, theologische modellen en morele zekerheid — en God verklaart hen schuldig.

Job 42:7
“…gij hebt niet recht van Mij gesproken.”

Ook Jezus zelf wijst deze oorzakelijkheid expliciet af wanneer Hij geconfronteerd wordt met ziekte.

Johannes 9:3
“Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders.”

Demoniseren van medische middelen

Het demoniseren van medische middelen is een grove verdraaiing van de Schrift. Het misbruik van het woord φαρμακεία (farmakeia) om medicijnen als occulte praktijken te bestempelen is taalkundig onhoudbaar en theologisch roekeloos. De Bijbel kent medische zorg, lichamelijke middelen en behandeling zonder enige schroom.

Lukas 10:34
“olie en wijn ingietende.”

1 Timotheüs 5:23
“Gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige krankheden.”

Wie mensen aanmoedigt om medicatie te stoppen of logica als vijand van geloof te bestempelen, handelt niet profetisch maar onverantwoord. Dat is geen geloofsdaad, maar geestelijk wanbeheer.

Pastorale gevolgen

Het zwaarste oordeel rust op het pastorale gevolg van deze leer. Wanneer zieken te horen krijgen dat zij zelf de blokkade vormen, dat zij het niet “genomen” hebben, dat zij twijfelen of zich onvoldoende overgeven, dan wordt schuld gelegd waar zorg geboden is. Dat is geen misverstand, maar geestelijk geweld.

Ezechiël 34:4
“De zwakken hebt gij niet gesterkt, en de kranken hebt gij niet genezen… met strengheid en hardheid hebt gij over hen geheerst.”

De Schrift verplaatst de ultieme hoop niet naar onmiddellijke genezing, maar naar de opstanding. Het Nieuwe Testament is eschatologisch realistisch. Het lichaam is nog niet verlost. Dat moment komt niet door geloofstechniek, maar door Gods tijd.

Romeinen 8:23
“…verwachtende de verlossing onzes lichaams.”

1 Korinthe 15:42–44
“Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid…”

Elke theologie die totale heelheid in dit leven belooft, lijden pathologiseert en sterfelijkheid ontkent, is eschatologisch vals.

De slotsom is onontkoombaar. Een leer die zieken beschadigt, schuld verplaatst, God bindt aan methoden en leiders buiten schot houdt, komt niet van de Heere — hoe vaak Zijn Naam ook wordt uitgesproken.

Jeremia 23:32
“…Ik heb hen niet gezonden… en zij hebben dit volk gans niet geholpen.”

Dit vraagt geen verzachting of dekmantel, maar ontmaskering. Geen nuance, maar waarheid. Geen bescherming van reputaties, maar bescherming van mensen.

Doden opwekken als methode?

Doden opwekken als methode?

Tom de Wal in de S-bocht

De laatste jaren duiken er steeds vaker getuigenissen op waarin wordt beweerd dat onder bepaalde bedieningen “honderden mensen uit de dood zijn opgewekt”. Zulke uitspraken maken indruk, wekken verwachting en worden vaak ontvangen met applaus en een vroom “amen”. Toch stelt de Schrift ons voor een andere houding: niet die van onmiddellijke aanvaarding, maar van toetsing.

De apostel Johannes schrijft zonder voorbehoud:

Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
(1 Johannes 4:1, Statenvertaling)

Juist bij uitzonderlijke en spectaculaire claims is voorzichtigheid geboden. Wanneer men spreekt over “honderden” dodenopwekkingen, maar geen namen, geen plaatsen, geen data en geen onafhankelijke bevestiging kan geven, dan ontbreekt niet slechts menselijke controle, maar ook Bijbelse nuchterheid. De Schrift roept nergens op om zulke verhalen kritiekloos te aanvaarden.

Opvallend is dat dergelijke betogen vaak impliciet suggereren dat Gods handelen afhankelijk is van plaats, cultuur of geestelijk klimaat. Soms wordt dit zelfs schertsend verwoord: alsof God in bepaalde werelddelen meer bereid zou zijn wonderen te doen dan elders. Daarmee wordt echter iets gezegd dat haaks staat op de openbaring van God Zelf. Petrus belijdt:

“In der waarheid bemerk ik, dat God geen aannemer des persoons is.”
(Handelingen 10:34)

Gods macht is niet geografisch of cultureel begrensd. Wanneer wonderen structureel worden gekoppeld aan bepaalde regio’s of bewegingen, verschuift het accent ongemerkt van Gods soevereiniteit naar menselijke omstandigheden.

Dat probleem verdiept zich wanneer wonderen worden verklaard vanuit zogenoemde geestelijke “principes”. Vasten, bidden en het creëren van de juiste cultuur zouden, mits consequent toegepast, leiden tot opwekking van doden. Daarmee worden wonderen functioneel en voorspelbaar gemaakt. De Schrift leert echter het tegenovergestelde. Paulus schrijft:

“Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.”
(Romeinen 9:16)

Zelfs in het apostolische tijdperk beschikten Gods dienaren niet over een automatische wondermacht. Paulus, door wie grote tekenen geschiedden, moest erkennen:

“Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
(2 Timótheüs 4:20)

En aan Timótheüs schrijft hij niet dat hij hem genas, maar:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijns, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
(1 Timótheüs 5:23)

Deze teksten ondermijnen ieder idee dat geestelijke methodes gegarandeerde resultaten opleveren. Wonderen zijn geen technieken, maar vrije daden van God.

Zorgwekkend wordt het wanneer leiders zulke ideeën verbinden aan dwang. Gemeenten die verplicht moeten vasten en bidden totdat een voorganger besluit dat het genoeg is, bewegen zich ver buiten het Bijbelse kader. Christus spreekt juist waarschuwend over uiterlijk en opgelegd vasten:

“En wanneer gij vast, zo zijt niet gelijk de geveinsden, droevig; want zij mismaaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen gezien mogen worden dat zij vasten.”
(Mattheüs 6:16)

Bijbels leiderschap kenmerkt zich niet door geestelijke dwang, maar door voorbeeld en nederigheid. Petrus schrijft:

“Niet als heerschappij voerende over de erfenissen des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:3)

Wanneer wonderverhalen worden gebruikt om gezag af te dwingen, kritiek te neutraliseren en geestelijke superioriteit te claimen, is de grens naar machtsmisbruik overschreden.

Daarnaast waarschuwt de Schrift uitdrukkelijk voor tekenen die niet tot geloof, maar tot misleiding leiden. Christus Zelf zegt:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderen doen, alzo dat zij, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Mattheüs 24:24)

Dat is geen oproep tot cynisme, maar tot onderscheidingsvermogen. Niet elk teken is een bewijs van Gods goedkeuring.

Opmerkelijk is bovendien hoe zeldzaam dodenopwekkingen in de Bijbel zelf zijn. Ze vinden plaats op beslissende momenten in Gods heilsopenbaring en worden nooit gepresenteerd als normale, herhaalbare praktijk. Wanneer de discipelen zich verheugen over hun geestelijke macht, wijst Christus hen terecht:

“Doch verblijdt u niet daarin, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
(Lukas 10:20)

Die correctie ontbreekt vaak in moderne succesverhalen. Daar staat niet de genade van God centraal, maar het resultaat; niet ootmoed, maar effect; niet Christus, maar de methode.

Daarom moet geconcludeerd worden dat het spreken over dodenopwekking als leerbaar principe niet slechts onbewezen is, maar ook strijdig met de Schrift. Het verlegt de aandacht van Gods vrije genade naar menselijke techniek en van nederig geloof naar geestelijke grootspraak. Paulus waarschuwt:

“Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”
(1 Korinthe 10:12)

Echt geloof zoekt geen ervaring of indruk, maar waarheid. Ze rust niet op verhalen, maar op Gods Woord. En dat Woord roept niet op tot applaus bij grootse claims, maar tot beproeving, ootmoed en ‘vreze des Heeren.’