Mensgerichte prediking opent de Schrift niet, maar gebruikt de Bijbel als kapstok voor gevoel, beleving en persoonlijke doorbraak
Er wordt vandaag heel wat gepreekt, maar lang niet alles wat als prediking verkocht wordt, verdient die naam ook werkelijk. Er zijn kansels waar de Bijbel openligt, terwijl de Schrift intussen gesloten blijft. Er zijn sprekers die voortdurend over God praten, terwijl de mens in werkelijkheid centraal staat. Er zijn preken die warm, pastoraal en geestelijk bewogen klinken, maar die bij nader luisteren vooral draaien om jouw gevoel, jouw pijn, jouw blokkade, jouw herstel en jouw doorbraak.
Het bestaat helaas, en liever geef ik geen concrete voorbeelden.
En daar moet het mes in.
Want zodra de prediking niet langer de stem van God uit de Schrift laat horen, maar de Bijbel gebruikt als decor voor religieuze beleving, is zij niet gezond meer, maar misleidend. Dan wordt de gemeente niet gevoed, maar gestuurd. Niet onderwezen, maar bespeeld. Niet gebracht onder het gezag van het Woord, maar onder de invloed van een spreker die met bijbelteksten doet wat hem uitkomt.
Dat is precies waarom mensgerichte prediking zo gevaarlijk is. Zij klinkt vroom, maar schuift de Schrift opzij. Zij spreekt over God, maar zet de mens centraal. Zij citeert de Bijbel, maar gehoorzaamt haar niet.

De Schrift moet open, niet bruikbaar worden gemaakt
Prediking is niet bedoeld om een religieus gevoel op gang te brengen. Prediking is de bediening van het Woord van God. Dat betekent dat de tekst geopend moet worden, in haar eigen verband moet spreken, en de boodschap moet bepalen.
De prediker hoort niet te beginnen met de vraag wat hij vandaag wil losmaken in de zaal. Hij hoort te beginnen met de vraag: wat zegt de tekst?
Daar begint alles.
Maar bij mensgerichte prediking gebeurt vaak iets anders. Daar ligt de boodschap in feite al klaar. De spreker wil bemoedigen, raken, losmaken, herstellen, genezen, activeren of “doorbraak” bedienen. Vervolgens worden daar teksten, verhalen en beelden bij gezocht. De Bijbel dient dan niet meer als bron, maar als religieuze bevestiging van een vooraf gekozen lijn.
Dat is geen prediking. Dat is gebruik van de Schrift.
En zodra de Bijbel wordt gebruikt in plaats van geopend, is de kansel in verval geraakt.
Het ‘jij’ centraal
Een van de meest ontregelende kenmerken van mensgerichte prediking is de voortdurende verschuiving naar het innerlijke leven van de hoorder.
Jouw hart.
Jouw deur.
Jouw pijn.
Jouw blokkade.
Jouw strijd.
Jouw roeping.
Jouw herstel.
Jouw overwinning.
Jouw ………..
Alles buigt naar de luisteraar toe.
Natuurlijk mag en moet Gods Woord toegepast worden. Maar toepassing is iets heel anders dan deze obsessieve centrering van de mens. Zodra het zwaartepunt van de preek niet meer ligt bij Gods openbaring, maar bij wat er nú in jou moet gebeuren, is de orde omgekeerd.
Dan staat de mens centraal in een preek die God centraal had moeten stellen.
Dat is de tragedie van mensgerichte prediking: zij spreekt nog wel over God, maar vooral als middel tot jouw herstel, jouw ervaring, jouw bevestiging of jouw geestelijke oppepper. God wordt dan niet meer verkondigd in zijn majesteit, heiligheid en waarheid, maar vooral in zijn bruikbaarheid voor de mens.
Dat is geen kleine afwijking. Dat is een fundamenteel andere religieuze preeklogica.
De Bijbel als kapstok
Waar de Schrift niet meer regeert, wordt deze gebruikt als kapstok.
Dat zie je wanneer verhalen niet in hun eigen verband worden uitgelegd, maar meteen worden omgebogen naar de belevingswereld van de hoorder. Een geschiedenis wordt dan geen openbaring van Gods handelen, maar een plaatje van jouw innerlijke proces. Een belofte wordt losgetrokken uit haar context en direct op de luisteraar geplakt. Een vers wordt niet ontleed, maar benut.
Dan hoor je wel Bijbelse woorden, maar je krijgt geen Schriftuitleg.
De tekst mag niet meer eerst zelf spreken. Hij moet meteen functioneren.
Dat is precies waarom zulke preken vaak zo los aanvoelen. Niet omdat er geen waarheidselementen in zitten, maar omdat de boodschap niet uit de tekst wordt afgeleid. De tekst wordt in dienst genomen. Hij moet iets dragen wat hij zelf niet van nature in die vorm draagt.
De Schrift wordt dan geen heer van de preek, maar knecht van de spreker.
Schriftuitleg is vervangen door religieuze bespeling
Daar komt nog iets bij. Mensgerichte prediking werkt vaak sterk op gevoel, sfeer en psychologische beweging.
De spreker is nadrukkelijk aanwezig. Hij gebruikt humor, zelfonthulling, beeldspraak, directe vragen, indringende oproepen en emotionele taal. Daardoor wordt de luisteraar niet alleen onderwezen, maar ook gestuurd. Niet alleen aangesproken, maar ook innerlijk bewerkt.
Dat is waarom zulke prediking vaak zo vermoeiend of benauwend aanvoelt voor mensen die van schriftuitleg leven. Je krijgt weinig rust om de tekst te wegen. De preek duwt, trekt, duidt, activeert en claimt. Er ontstaat een vorm van geestelijke druk waarin de hoorder haast verplicht wordt om iets te voelen, iets los te laten, iets te ontvangen of ergens op in te gaan.
Maar dat is niet de rust van het Woord.
Dat is religieuze bespeling.
En hoe vroom het ook verpakt wordt, de gemeente groeit daar niet van in geestelijk onderscheidingsvermogen. Zij leert niet dieper lezen, niet nauwkeuriger denken, niet scherper toetsen. Zij leert vooral mee te bewegen in de sfeer van het moment.
Dat is een ramp voor een gemeente.
Schrift met Schrift vergelijken of losse teksten stapelen
Wie uit een schriftgebonden traditie komt, merkt onmiddellijk waar het wringt. Daar is men gewend aan een andere orde.
De tekst wordt gelezen in verband.
De context wordt bewaakt.
Schrift wordt met Schrift vergeleken.
De uitleg staat onder het gezag van het geheel van Gods Woord.
De toepassing vloeit daaruit voort.
Dat is heel iets anders dan een paar bekende teksten verzamelen rond een geestelijk thema en die vervolgens op de luisteraar afvuren.
Want schrift met schrift vergelijken betekent niet dat je allerlei losse verzen bij elkaar zoekt die ongeveer in dezelfde richting klinken. Het betekent dat je eerbiedig onderzoekt hoe Gods Woord zichzelf verklaart, aanvult, begrenst en uitlegt. Dat vraagt traagheid, nauwkeurigheid, ootmoed en discipline.
Precies dat ontbreekt vaak bij mensgerichte prediking. Daar moet het snel, direct, invoelbaar en werkzaam zijn. De tekst moet meteen landen. De sfeer moet blijven stromen. De toepassing moet onmiddellijk voelbaar worden.
Maar waarheid laat zich niet opjagen.
De prediker boven de tekst
Uiteindelijk komt het hierop neer: zodra de prediker de tekst niet meer volgt maar inzet, heeft hij zichzelf praktisch boven de tekst geplaatst.
Misschien niet bewust. Misschien niet met opzet. Maar het gebéurt wél.
Niet langer bepaalt de Schrift wat gezegd moet worden. De spreker bepaalt de koers, en de Bijbel moet meewerken. Dan wordt de kansel een plaats waar niet Gods Woord opengelegd wordt, maar waar de persoonlijkheid, voorkeuren en geestelijke intuïties van de spreker de toon zetten.
Dat is levensgevaarlijk.
Want een gemeente moet niet leren leven van charisma. Niet van losse ingevingen. Niet van opgewekte beleving. Niet van de impact van een podiumfiguur.
Een gemeente moet leren leven van elk woord dat uit de mond van God uitgaat.
Dit is hoe het niet moet
Laat het dus scherp gezegd worden: mensgerichte prediking is geen onschuldige voorkeur in stijl. Het is een symptoom van verval in de prediking.
Waar de mens centraal komt te staan, verliest de prediking haar theocentrische karakter. Waar de Bijbel als kapstok dient, verliest de gemeente haar vaste grond. Waar de uitleg plaatsmaakt voor beleving, wordt de kerk gevoed met religieuze sensatie in plaats van waarheid. Waar de prediker de tekst gebruikt in plaats van gehoorzaamt, verandert de kansel in een plaats van geestelijke manipulatie in keurige, vrome verpakking.
Dat is hoe het niet moet.
De gemeente heeft geen behoefte aan meer warme woorden over jouw binnenwereld als die woorden niet geboren worden uit de tekst zelf. De gemeente heeft geen behoefte aan meer religieuze sfeer als de Schrift dicht blijft. De gemeente heeft geen behoefte aan predikers die de mens centraal zetten en God laten meebewegen in diens ervaring.
De gemeente heeft predikers nodig die ontzag en liefde hebben voor Gods Woord.
Predikers die de tekst openen.
Predikers die de context laten spreken.
Predikers die Schrift met Schrift vergelijken.
Predikers die niet de mens, maar God centraal stellen.
Predikers die liever saai trouw zijn dan indrukwekkend onbetrouwbaar.
Alleen zulke prediking bewaart de gemeente.
De gemeente heeft geen kapstokken nodig
Laten we daarom ophouden deze stijl te vergoelijken alsof het slechts ‘een kwestie van smaak of voorkeur’ zou zijn. Dit gaat niet over smaak. Dit gaat over trouw of ontrouw aan het Woord van God.
Zodra de Bijbel niet meer regeert maar wordt ingezet, is de prediking ziek. Zodra de mens in het midden staat, is de kansel uit het lood. Zodra de tekst niet meer wordt uitgelegd maar omgebogen, krijgt de gemeente geen brood maar religieus schuim. En een kerk die daaraan gewend raakt, verliest haar onderscheidingsvermogen, haar geestelijke ruggengraat en uiteindelijk haar eerbied voor de Schrift zelf.
Daarom moet deze vorm van mensgerichte prediking niet vriendelijk gecorrigeerd, maar principieel afgewezen worden. Niet omdat wij tegen bewogenheid zijn, maar omdat wij vóór waarheid zijn. Niet omdat wij kil willen zijn, maar omdat Gods Woord heilig is.
De gemeente verhongert geestelijk niet aan een gebrek aan sfeer, maar aan een gebrek aan waarheid. En waar de waarheid wordt ingeruild voor beleving in bijbelse verpakking, daar moet zonder aarzeling gezegd worden: zo hoort het niet, zo mag het niet, en zo gaan wij het niet accepteren.
De schade van mensgerichte prediking is groter dan veel mensen beseffen. Want de gemeente raakt eraan gewend dat de Bijbel er vooral is om direct te bevestigen, te activeren of te troosten. Zij verleert hoe zij de Schrift moet lezen. Zij verleert hoe zij waarheid moet toetsen. Zij raakt afhankelijk van sfeer, van stijl, van impact.
En ondertussen blijft de Bijbel dicht, ook al ligt hij open op de kansel.
Dat is misschien wel het meest ontmaskerende van alles: een open Bijbel garandeert nog geen geopende Schrift.
Daarom moet deze stijl afgewezen worden.
Niet omdat wij koud zouden willen zijn.
Niet omdat toepassing verkeerd is.
Niet omdat bewogenheid verboden is.
Maar omdat Gods Woord geen kapstok is.
Gods Woord is heilig.
Gods Woord is waar.
Gods Woord voedt
Gods Woord moet open.
De gemeente heeft geen kapstokken nodig.
De gemeente heeft het Woord van God nodig.
zie ook:
Schrift met Schrift vergelijken – Bijbelse basis
De Schrift recht snijden – Bijbelse basis
extern
Bijbelstudie: De gelovige op weg naar morgen – Bijbels Panorama
De last van mensenvrees bij predikers – Geloofstoerusting














