De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde

De vergeten sleutel tot Bijbels begrip, de blinde vlek van veel Bijbeluitleg

Waarom het Evangelie der Genade Gods niet hetzelfde is als het Evangelie van het Koninkrijk

Er is waarschijnlijk geen onderwerp dat zoveel invloed heeft op de uitleg van de Bijbel als dit.

Niet de vraag óf de Here Jezus en Paulus hetzelfde Evangelie verkondigen. Er is immers maar één Zaligmaker en één weg tot behoud.

De echte vraag is:

Tot wie sprak de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening?

En:

Welke nieuwe openbaring ontving Paulus van de verheerlijkte Christus?

Wie die twee vragen niet onderscheidt, loopt vast in de Schrift. Wet en genade worden vermengd. Israël en de Gemeente worden samengevoegd. Het Koninkrijk wordt verward met het Lichaam van Christus. En uiteindelijk ontstaan complete leerstelsels die de Schrift zelf nooit leert.

Dat is geen voetnoot.

Dat is de sleutel tot het begrijpen van het Nieuwe Testament.

verschil tussen de bediening van de Here Jezus en die van de apostel Paulus
Verschil tussen de bediening van de Here Jezus en die van de apostel Paulus

De bediening van de Here Jezus stond in het teken van Israël

Tijdens Zijn aardse omwandeling leefde de Here Jezus volledig onder het gezag en de bediening van de Wet.

Paulus schrijft hierover:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

De Here Jezus hield de Wet.

Hij bezocht de synagogen.

Hij vierde de Joodse feesten.

Hij stuurde genezen melaatsen naar de priesters.

Hij sprak voortdurend over de vervulling van Gods beloften aan Israël.

Zelf zegt Hij:

“Maar Hij antwoordende zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Mattheüs 15:24 STV)

En tegen de twaalf:

“Gaat niet op den weg der heidenen… Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Mattheüs 10:5-6 STV)

Zijn boodschap luidde:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” (Mattheüs 10:7 STV)

Dat was het Evangelie van het Koninkrijk.

 

Niet omdat de Gemeente onbelangrijk zou zijn
Maar omdat de Gemeente toen eenvoudig nog niet bestond

Het kruis veranderde alles

Na de dood, opstanding en hemelvaart van Christus breekt een nieuwe fase in Gods heilsplan aan.

Zelfs in Handelingen zien we de apostelen nog steeds Israël oproepen zich te bekeren.

Maar met de roeping van Saulus van Tarsen gebeurt iets ongekends.

Niet slechts een nieuwe zendeling verschijnt.

Er wordt een geheel nieuwe bediening geopenbaard.

 

Paulus ontving de bedeling der Genade Gods

Paulus noemt zijn opdracht niet het Evangelie van het Koninkrijk.

Hij gebruikt een andere uitdrukking:

“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap moge volbrengen, en den dienst, dien ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” (Handelingen 20:24 STV)

Let op de woorden.

Deze bediening ontving Paulus van de verheerlijkte Christus.

Niet tijdens de aardse omwandeling van de Here Jezus.

Niet van Petrus.

Niet van de twaalf.

Maar rechtstreeks door openbaring.

“Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12 STV)

 

De verborgenheid

Nog indrukwekkender is wat Paulus vervolgens schrijft.

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:2-3 STV)

En:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5 STV)

En opnieuw:

“…de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.” (Kolossenzen 1:26 STV)

Dat zijn buitengewone uitspraken.

Paulus zegt niet dat hij slechts herhaalt wat de twaalf al wisten.

Hij zegt dat God iets openbaart wat eeuwenlang verborgen is geweest.

 

Wat was die verborgenheid?

Niet een tweede weg tot behoud.

Er is maar één Zaligmaker.

Maar de volledige betekenis van het volbrachte werk van Christus.

Paulus openbaart onder meer:

  • de Gemeente als het Lichaam van Christus;
  • de eenheid van Jood en heiden in één nieuw mens;
  • de hemelse positie van de gelovige;
  • de gelovige in Christus;
  • de rechtvaardiging uit genade alleen;
  • de bedeling der genade Gods.

Deze waarheden worden in de evangeliën niet uitgewerkt.

Ze worden door Paulus geopenbaard.

 

De blinde vlek van veel christenen

Hier ontstaat de grote verwarring.

Veel christenen lezen de Evangeliën alsof elk woord rechtstreeks gericht is aan, en bedoeld is voor de Gemeente.

Daardoor ontstaan uitspraken als:

de Bergrede is de leefregel voor de Gemeente;

het Koninkrijk is de Gemeente;

de Gemeente moet het Koninkrijk op aarde vestigen;

wij moeten dezelfde tekenen doen als de twaalf;

de gemeente is het nieuwe Israël.

Maar de Schrift zegt dat uitdrukkelijk niet.

Deze conclusies ontstaan doordat verschillende bedelingen worden samengevoegd.

 

De gevolgen zijn enorm

Wanneer men de bediening van de Here Jezus en die van Paulus vermengt, ontstaan onder andere:

  • vervangingstheologie;
  • Kingdom Now;
  • wetticisme;
  • verlies van heilszekerheid;
  • sacramentalisme;
  • charismatische verwachtingen die eigenlijk bij Israëls Koninkrijk horen;
  • verwarring over discipelschap en positie in Christus.

Vrijwel iedere grote dwaling binnen de christenheid heeft ergens haar wortel in het niet onderscheiden van Israël en de Gemeente en van Koninkrijk en genade.

 

‘Recht snijden’ is geen hobby van dispensationalisten

Paulus schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timotheüs 2:15 STV)

Dat betekent niet dat wij de Bijbel in losse stukjes knippen.

Het betekent dat wij erkennen dat God in verschillende fasen van Zijn heilsplan verschillende openbaringen heeft gegeven.

De Here Jezus is altijd Dezelfde Persoon.

Maar Zijn bediening vóór Golgotha is niet identiek aan Zijn bediening vanuit de hemel door middel van Paulus.

Juist dát onderscheid maakt de Schrift harmonieus.

Minder verwarring, meer Christus

Sommigen reageren alsof dit onderscheid de woorden van de Here Jezus minder belangrijk maakt.

Het tegendeel is waar.

Juist door Zijn woorden te lezen in de context waarin Hij ze sprak, gaan ze veel meer spreken.

De Here Jezus kwam als Israëls Messias.

Paulus openbaart vervolgens de rijkdom van Christus voor het Lichaam van Christus.

Beiden spreken over dezelfde Heer.

Maar niet vanuit dezelfde bediening.

 

De grootste blinde vlek van veel Bijbeluitleg is niet ongeloof.

Het is het ontbreken van onderscheid.

Wie de aardse bediening van de Here Jezus zonder onderscheid vermengt met de bediening die de verheerlijkte Christus aan Paulus toevertrouwde, leest twee verschillende fasen van Gods heilsplan door elkaar.

Paulus mocht de verborgenheid bekendmaken.

Hij ontving de bedeling der genade Gods.

Hij verkondigde het Evangelie der genade Gods.

Daarom is het geen overbodige luxe om het Woord der waarheid recht te snijden. Het is een Bijbels gebod. Pas wanneer wij dat doen, vallen de puzzelstukken van de Schrift op hun plaats en schittert Gods genade in al haar rijkdom.

lees ook:

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Kingdom Now versus Bijbelse eschatologie – Bijbelse basis

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

extern:

verborgenheid » Bijbels Panorama

koninkrijk » Bijbels Panorama

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de Wet niemand kan zaligmaken

Wie Wet en Genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het Evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods Genade, tast daarmee de kern van het Evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is alleen niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat Wet en Genade elkaar aanvullen. Als grond van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de wet niemand kan zaligmaken

Wie wet en genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods genade, tast daarmee de kern van het evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door allerlei voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens dan toch het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is echter niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat wet en genade elkaar aanvullen. Sterker gezegd: Als beginsel van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

 

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed

Een scherp onderscheid tussen wet en genade betekent niet dat de wet slecht zou zijn. Paulus spreekt juist met groot respect over Gods wet:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

De wet is goed omdat zij van God afkomstig is. Zij openbaart Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en volmaakte maatstaf. Het probleem zit daarom niet in de wet, maar in de zondige mens.

De wet vraagt niets verkeerds. Zij vraagt juist wat rechtvaardig, rein en goed is. Maar de gevallen mens is niet in staat om aan die heilige eis te voldoen.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

De wet is geestelijk. De mens is vleselijk. Daar ligt het probleem.

De Wet openbaart de zonde

De wet is geen redder, maar een aanklager. toont de mens wat zonde is en stelt hem schuldig voor God.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de wet leert de mens niet hoe goed hij is, maar hoe schuldig hij staat. Ontmaskert zijn woorden, daden, gedachten en begeerten.

De wet werkt als een spiegel. Een spiegel kan vuil zichtbaar maken, maar kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet de zonde aanwijzen, maar de zondaar niet reinigen.

De wet stelt de diagnose, maar biedt geen genezing.

Openbaart de schuld, maar schenkt geen vergeving.

Wijst de overtreding aan, maar geeft geen nieuw leven.

De Wet kan niemand zaligmaken

De wet is goed, maar zij kan geen zondaar zaligmaken. Dat is geen tekortkoming van de wet. De wet is eenvoudigweg nooit gegeven als middel waardoor de mens zichzelf kon redden.

Paulus schrijft:

“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Als een wet werkelijk leven had kunnen geven, zou Christus niet hebben hoeven sterven. Dan had God slechts een betere uitleg, strengere naleving of een aangepaste wet hoeven geven.

Maar God gaf geen verbeterde wet.

God gaf Zijn Zoon.

Het kruis van de Here Jezus Christus bewijst dat de mens niet door wetsonderhouding kon worden gerechtvaardigd. Als rechtvaardigheid door de wet mogelijk was geweest, zou het sterven van Christus overbodig zijn geweest.

Paulus zegt dat zonder omwegen:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Dat is vernietigend voor elke leer waarin menselijke prestaties alsnog een plaats krijgen als grond voor Gods aanvaarding.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Romeinen 11:6 bevat een van de duidelijkste uitspraken over wet en genade:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer. En indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (STV)

Paulus laat geen ruimte voor een tussenweg.

Óf de rechtvaardiging is uit genade.

Óf zij is uit werken.

Óf Christus heeft alles volbracht.

Óf de mens moet zelf nog iets toevoegen.

Beide tegelijk is onmogelijk.

Genade is niet Gods hulp bij onze eigen poging om zalig te worden. Genade betekent dat God schenkt wat de mens niet kon verdienen, bereiken of tot stand brengen.

Zodra menselijke prestatie een voorwaarde wordt voor rechtvaardiging, houdt genade op genade te zijn.

 

De Wet eist, de Genade schenkt

Het verschil tussen wet en genade kan eenvoudig worden samengevat.

De wet eist.

De genade schenkt.

De wet zegt wat de mens moet doen.

De genade maakt bekend wat Christus heeft gedaan.

De wet zegt: gehoorzaam en leef.

De genade zegt: Christus heeft volbracht; geloof en leef.

De wet stelt de mens verantwoordelijk.

De genade openbaart Gods voorziening.

De wet brengt kennis van zonde.

De genade brengt vergeving, rechtvaardiging en leven.

Johannes beschrijft dit onderscheid als volgt:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Mozes bracht de wet. De Here Jezus Christus bracht niet slechts een mildere vorm van die wet, maar genade en waarheid.

 

Waarom Paulus zo scherp schrijft aan de Galaten

De Galatenbrief is een van de scherpste brieven van Paulus. Dat komt doordat het Evangelie der genade Gods op het spel stond.

De Galaten hadden Christus niet volledig verworpen. Zij hadden het evangelie niet vervangen door openlijk heidendom. Zij voegden slechts iets toe aan het geloof in Christus.

Juist daarin zat het gevaar.

Er kwamen mensen die leerden dat geloof in Christus niet genoeg was. Besnijdenis en wetsonderhouding moesten eraan worden toegevoegd. Dat leek misschien een kleine aanvulling, maar Paulus noemt het een ander evangelie.

“Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van Dengene, Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.” (Galaten 1:6-7, STV)

Het evangelie wordt niet alleen verdraaid wanneer Christus openlijk wordt ontkend. Het wordt ook verdraaid wanneer Zijn volbrachte werk onvoldoende wordt geacht.

Daarom zegt Paulus:

“Christus is u ijdel geworden, zovelen als gij door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4, STV)

Wie rechtvaardiging zoekt in de wet, verlaat het beginsel van de genade. Hij maakt Christus niet letterlijk tot niets, maar behandelt Zijn werk wel alsof het niet voldoende is.

Begonnen met de Geest, eindigen met het vlees

Paulus stelt de Galaten een indringende vraag:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Zij waren door geloof begonnen, maar wilden vervolgens door menselijke inspanning geestelijk worden voltooid.

Dat gevaar bestaat nog steeds.

Veel prediking leert dat een mens door genade wordt behouden, maar vervolgens onder een systeem van geestelijke prestaties komt te staan. Zijn zekerheid, vrede en positie lijken afhankelijk te worden van zijn gedrag, inzet, ervaringen en resultaten.

Dan ontstaat een evangelie waarin Christus de deur opent, maar de gelovige zichzelf verder naar binnen moet werken.

Paulus wijst dat radicaal af.

Wat uit genade is begonnen, wordt ook door genade voortgezet.

 

Een oude dwaling in een modern jasje

Wetticisme verschijnt niet altijd in ouderwetse kleding. Het kan zich ook modern, enthousiast en geestelijk presenteren.

Men zegt bijvoorbeeld:

Je ontvangt pas een doorbraak als je genoeg gelooft.

God kan pas handelen als jij de juiste woorden spreekt.

Je ontvangt meer zalving wanneer je meer offert.

Je moet eerst geestelijk hogerop komen.

Je moet eerst vergeven.

Je moet een bepaalde ervaring hebben om echt vervuld te zijn.

Je moet genoeg vasten, bidden, geven of jezelf uitstrekken.

Zulke uitspraken kunnen vroom klinken, maar ze verplaatsen het zwaartepunt van Christus naar de mens.

Niet langer staat centraal wat Christus heeft volbracht, maar wat de gelovige nog moet presteren.

De mens gaat dan opnieuw leven onder voorwaarden. Gods gunst lijkt zo afhankelijk te worden van zijn geestelijke inzet.

Dat is wet in een nieuw jasje.

Het gebruikt dan niet de woorden van Mozes, maar het werkt wel volgens hetzelfde beginsel: doe iets, bereik iets, bewijs iets, en dan zal God u zegenen.

 

Genade is géén beloning voor geestelijke prestaties

Genade is per definitie onverdiend.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

De mens wordt niet zalig omdat hij genoeg geloofskracht heeft ontwikkeld. Zelfs de zaligheid wordt voorgesteld als Gods gave.

Er blijft daarom geen ruimte over voor menselijke roem.

Niet in onze gehoorzaamheid.

Niet in onze toewijding.

Niet in onze inzet.

Niet in onze geestelijke ervaringen.

Niet in onze kennis.

Niet in onze bediening.

Niet in onze vermeende zalving.

Alle roem behoort aan God en aan de Here Jezus Christus.

 

Niet onder de Wet, maar onder de Genade

Paulus schrijft aan gelovigen:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dit vers wordt soms afgezwakt alsof Paulus slechts bedoelt dat gelovigen niet meer door ceremoniële regels worden beheerst. Maar zijn uitspraak is veel fundamenteler.

De gelovige staat niet meer onder het beginsel van de wet als grond van zijn verhouding tot God. Hij staat onder genade.

Zijn positie wordt niet bepaald door zijn prestaties, maar door zijn positie in Christus.

Zijn aanvaarding rust niet op zijn trouw, maar op Christus’ volbrachte werk.

Zijn vrede met God rust niet op zijn wisselende geestelijke toestand, maar op rechtvaardiging uit geloof.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus.” (Romeinen 5:1, STV)

 

Genade maakt niet wetteloos

Zodra wordt geleerd dat de gelovige niet onder de wet maar onder de genade staat, klinkt vaak het verwijt dat dit tot losbandigheid zou leiden.

Paulus kende dat bezwaar ook:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Genade geeft geen vrijbrief om te zondigen. Genade leert de gelovige juist om godzalig te leven.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Let op wat hier staat.

Niet de Wet onderwijst de gelovige in zijn nieuwe positie, maar de Genade.

Genade is niet slap, goedkoop of vrijblijvend. Zij redt de zondaar en vernieuwt en vormt vervolgens zijn leven.

Maar zniet door hem opnieuw onder veroordeling te plaatsen. Zij richt zijn oog op Christus en werkt vanuit dankbaarheid, nieuw leven en de werking van Gods Geest.

 

De Wet kan gedrag begrenzen, maar geen leven geven

De wet kan zeggen: gij zult niet begeren.

Maar zij kan de begeerte niet uit het hart verwijderen.

De wet kan moord veroordelen.

Maar zij kan geen liefde voortbrengen.

De wet kan leugen verbieden.

Maar zij kan geen nieuw hart scheppen dat waarheid liefheeft.

De wet kan afgoderij aanwijzen.

Maar zij kan de mens niet in een levende verhouding met God brengen.

Daarom is genade geen zachtere wet. Zij is Gods oplossing voor een probleem dat de wet wel kon openbaren, maar niet kon oplossen.

Wat de wet niet kon doen, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden.

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” (Romeinen 8:3, STV)

De wet was niet krachteloos in zichzelf. Zij was krachteloos door het vlees. De zondige mens kon haar niet volbrengen.

 

Waarom de vermenging van Wet en Genade zo gevaarlijk is

De vermenging van wet en genade is geen onschuldige leerstellige vergissing want:

  • tast de genoegzaamheid van Christus aan.
  • berooft gelovigen van zekerheid.
  • kweekt hoogmoed bij wie denkt goed te presteren.
  • veroorzaakt wanhoop bij wie voortdurend tekortschiet.
  • maakt geestelijke leiders tot controleurs van Gods gunst.
  • brengt gelovigen opnieuw onder angst en veroordeling.
  • maakt het kruis tot het begin van de redding, terwijl de mens geacht wordt het werk af te maken.

 

Maar Christus riep aan het kruis niet: Ik heb een goede basis gelegd, nu is het aan u.

Hij heeft het werk volbracht.

 

Alleen Christus kan zaligmaken

De wet kan niemand zaligmaken.

Mozes kan niemand zaligmaken.

Religieuze regels kunnen niemand zaligmaken.

Geestelijke ervaringen kunnen niemand zaligmaken.

Kerkelijke tradities kunnen niemand zaligmaken.

Menselijke toewijding kan niemand zaligmaken.

Alleen de Here Jezus Christus kan zaligmaken.

“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12, STV)

Dat is de heerlijkheid van het Evangelie der genade Gods.

De zondaar wordt niet opgeroepen zichzelf te verbeteren totdat hij aanvaardbaar is. Hij wordt geroepen te geloven in Hem Die goddelozen rechtvaardigt.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:5, STV)

 

De beslissende vraag

De beslissende vraag is daarom niet hoeveel de mens heeft gedaan.

De vraag is of Christus’ werk voldoende is.

Is Zijn offer volledig?

Is Zijn bloed genoegzaam?

Is Zijn opstanding de grond van onze rechtvaardiging?

Is Zijn genade werkelijk Genade?

Wanneer het antwoord ja is, kan er niets aan worden toegevoegd.

Wie iets toevoegt aan het volbrachte werk van Christus, maakt dat werk niet sterker. Hij verklaart het daarmee juist onvoldoende.

Samengevat

De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Zij openbaart Gods maatstaf en stelt de zondaar schuldig.

Maar de wet kan geen leven geven.

De wet kan niet rechtvaardigen.

De wet kan niet reinigen.

De wet kan niemand zaligmaken.

Daarom gaf God Zijn Zoon.

Wet en Genade sluiten elkaar uit als grond voor rechtvaardiging. De mens wordt niet gedeeltelijk door Christus en gedeeltelijk door eigen werken gered. Hij wordt volledig uit Genade gerechtvaardigd, door het geloof, op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Het grootste gevaar voor het Evangelie is daarom niet alleen openlijk ongeloof. Het is ook de vrome poging om aan Christus iets toe te voegen.

Paulus laat geen middenweg toe.

Óf de rechtvaardiging is uit werken.

Óf zij is uit genade.

Óf de mens roemt in zichzelf.

Óf hij roemt uitsluitend in het kruis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, STV)

De wet is goed.

Maar alleen de genade van God in de Here Jezus Christus kan een verloren zondaar zaligmaken.

“Want het einde (einddoel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft” (Romeinen 10:4, STV)

 

Dus niet:

Dit alles samengevat in een video

YouTube player

zie ook:

wet en genade – Bijbelse basis

(extern)

wet en genade » Bijbels Panorama

 

Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt

Waarom Mattheüs, Johannes en Paulus niet zonder onderscheid op één hoop gegooid mogen worden

 

Wanneer Bijbelteksten elkaar lijken tegen te spreken…

Er zijn preken die zoveel Bijbelteksten bevatten dat kritiek bijna onmogelijk lijkt. Van Mattheüs naar Markus, van Johannes naar Efeze, van Kolossenzen naar Jakobus: de ene tekst volgt de andere op.

Voor veel christenen is dat hét bewijs dat een boodschap Bijbels is.

Maar daar schuilt een groot gevaar.

Veel Bijbelteksten gebruiken is nog geen garantie voor een Bijbelse boodschap

De duivel citeerde immers ook de Schrift (Mattheüs 4). Het probleem zit zelden in de tekst, maar vrijwel altijd in de manier waarop teksten met elkaar worden verbonden.

Een preek wordt niet Bijbels doordat er veel verzen worden gelezen.

Een preek is Bijbels wanneer de Schrift in haar eigen context mag spreken.

En precies daar gaat het in veel prediking over vergeving volgens de Bijbel mis.

Vergeving in de Bijbel
Vergeving volgens de Bijbel

De eerste denkfout: de vrucht wordt de wortel

De besproken prediking wil gelovigen aansporen om anderen te vergeven.

Dat is volkomen Bijbels.

Maar vervolgens wordt langzaam een andere gedachte opgebouwd.

Namelijk:

God vergeeft jou in dezelfde mate als jij anderen vergeeft.

Dat klinkt ernstig.

Maar Paulus leert iets anders.

Hij schrijft:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.” (Efeze 1:7)

En:

“Hij heeft u al de misdaden vergeven.” (Kolossenzen 2:13)

Niet:

“Hij zal misschien vergeven.”

Niet:

“Hij vergeeft wanneer jij eerst…”

Maar:

Hij heeft vergeven

Dat is de grondslag van het Evangelie.

Daarom schrijft Paulus vervolgens:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Let op de volgorde.

Niet:

God → misschien.

Maar:

God → reeds.

Daarna pas volgt de oproep tot vergeving.

De vrucht wordt in de besproken preek echter tot wortel gemaakt.

En zodra dat gebeurt, verschuift de aandacht van Christus naar de mens.

 

De tweede denkfout: Mattheüs wordt de bril waardoor Paulus gelezen moet worden

Hier ligt misschien wel het grootste exegetische probleem.

Steeds opnieuw vormt Mattheüs 6 het uitgangspunt.

Daarna worden Paulus en Kolossenzen erbij gezocht.

Maar Paulus doet precies het omgekeerde.

Hij begint nooit bij de vraag:

“Hoe krijg ik vergeving?”

Hij begint bij:

“Wat heeft Christus reeds volbracht?”

Waarom?

Omdat Paulus schrijft Golgotha.

Pinksteren.

de openbaring van het Lichaam van Christus.

De gelovige leeft niet vóór het kruis.

Maar vanuit het kruis.

Dat verschil bepaalt de hele uitleg van het Nieuwe Testament.

De derde denkfout: Johannes 20 wordt uit zijn context gehaald

Nog opvallender is de toepassing van Johannes 20.

“Welken gij de zonden vergeeft…”

Deze woorden worden gepresenteerd alsof iedere gelovige vandaag bepaalt of de zonden van een ander vergeven blijven.

Maar dat is niet wat de tekst zegt.

De Here Jezus spreekt daar tot Zijn apostelen.

Binnen de context van hun bijzondere bediening.

Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat iedere christen dezelfde bevoegdheid bezit.

Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de gemeente een verantwoordelijkheid opgelegd die de Schrift nergens op die manier oplegt.

 

De vierde denkfout: de onvergeeflijke zonde wordt erbij gehaald

Hier verandert een scheve uitleg in een geestelijk gevaarlijke uitleg.

Plotseling verschijnt Markus 3.

De zonde tegen de Heilige Geest.

Dat is misschien wel de grootste rode vlag van de hele preek.

Waarom?

Omdat deze geschiedenis helemaal niet over de Gemeente gaat.

De Here Jezus spreekt tegen Farizeeën.

Religieuze leiders.

Mensen die, ondanks de onmiskenbare wonderen van Christus, willens en wetens het werk van de Heilige Geest aan Beëlzebul toeschreven.

Dat is een unieke historische situatie.

Toch wordt deze geschiedenis vervolgens gebruikt als waarschuwing richting wedergeboren gelovigen.

Maar Paulus doet dat nergens.

Sterker nog.

Wanneer Paulus over de Heilige Geest spreekt, klinkt juist de zekerheid:

“Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4:30)

Zie je het verschil?

De preek zegt:

Pas op dat je niet…

Paulus zegt:

U bent verzegeld… daarom…

Dat is geen nuance.

Dat is een totaal andere benadering.

De vijfde denkfout: de zekerheid van het Evangelie verdwijnt

Hier worden de gevolgen zichtbaar.

Na afloop blijft de luisteraar achter met vragen als:

Heb ik iedereen wel vergeven?

Zou mijn bitterheid Gods vergeving blokkeren?

Ben ik misschien geestelijk in gevaar?

Zou ik onbewust de Heilige Geest hebben gelasterd?

Geen enkele van die vragen vindt haar oorsprong in Paulus.

Integendeel.

Paulus richt de blik steeds omhoog.

Naar Christus.

Naar Zijn bloed.

Naar Zijn volbrachte werk.

Naar de positie van de gelovige.

De gelinkte prediking richt de blik uiteindelijk naar binnen.

En precies daar begint alle geestelijke onzekerheid.

 

De zesde denkfout: verschillende bedelingen worden vermengd

Hier raken we de kern.

De preek behandelt zonder onderscheid:

  • de Bergrede;
  • Johannes 20;
  • Markus 3;
  • Paulus.

Alles wordt samengevoegd tot één doorgaande boodschap.

Maar daarmee verdwijnen de verschillen tussen:

  • de bediening van de Messias aan Israël;
  • het apostolisch gezag;
  • de verwerping van de Messias door Israël;
  • en de openbaring van het Lichaam van Christus.

Dat noemen we geen harmonisatie.

Dat noemen we vermenging.

En vermenging levert vrijwel altijd verwarring op.

 

Waarom is dit zo ernstig?

Omdat het niet alleen gaat over vergeving.

Het gaat over de vraag waarop onze zekerheid rust.

Rust zij op:

Christus?

Of uiteindelijk toch op:

mijn geestelijke prestaties?

Wanneer de gelovige moet onderzoeken of hij wel genoeg heeft vergeven om zelf vergeving te ontvangen, is het fundament ongemerkt verschoven.

Dan is het oog niet langer gericht op Christus.

Maar op de eigen geestelijke staat.

Dat is precies wat Paulus nergens doet.

 

Wat leert het evangelie wel?

Het evangelie van Gods genade is verrassend eenvoudig.

Christus droeg de schuld.

Christus betaalde de prijs.

Christus vergoot Zijn bloed.

Daarom schrijft Paulus:

  • Wij hebben de verlossing.
  • Wij hebben de vergeving.
  • Wij zijn verzegeld.
  • Wij zijn met God verzoend.

Vanuit die zekerheid roept hij vervolgens op:

  • vergeef elkaar;
  • wees vriendelijk;
  • wees barmhartig;
  • wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent.

Niet om behouden te worden.

Maar omdat u behouden bent.

Dát is het verschil tussen wet en genade.

De oproep om anderen te vergeven is volkomen Bijbels.

Maar zodra die oproep wordt losgemaakt van de positie van de gelovige in Christus, verandert het evangelie ongemerkt in een systeem van voorwaarden.

Wanneer vervolgens de Bergrede, Johannes 20 en zelfs de zonde tegen de Heilige Geest worden gebruikt om die voorwaarden kracht bij te zetten, ontstaat een boodschap die wel veel Bijbelteksten bevat, maar waarin de leer van Paulus niet langer de toon zet.

De ironie is pijnlijk.

Een preek die bedoeld is om vrijheid te brengen, kan zo juist onzekerheid zaaien.

Een boodschap over vergeving kan de zekerheid van de vergeving ondermijnen.

Daarom blijft de oproep van Paulus beslissend:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Dat is geen voorwaarde om door God aangenomen te worden.

Dat is de vrucht van een volbrachte verlossing.

En dát is de blijde boodschap van het Evangelie.

 

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is Gods vergeving afhankelijk van onze bereidheid om anderen te vergeven?

Volgens de brieven van Paulus ontvangen gelovigen vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus (Efeze 1:7; Kolossenzen 1:14; Kolossenzen 2:13). Vanuit die ontvangen genade worden zij opgeroepen anderen te vergeven (Efeze 4:32).

Wat betekent de zonde tegen de Heilige Geest?

In Mattheüs 12 en Markus 3 spreekt de Here Jezus tot Farizeeën die het werk van de Heilige Geest bewust aan Satan toeschreven. Over de toepassing op christenen bestaan binnen de christelijke uitleg verschillende visies. Dit artikel bespreekt waarom die waarschuwing volgens een dispensationalistische lezing niet zonder meer op de Gemeente kan worden toegepast.

Waarom is Efeze 4:32 zo belangrijk?

Omdat Paulus daar de volgorde vastlegt: God heeft eerst vergeven in Christus; daarom vergeven gelovigen elkaar. Die volgorde bewaart het onderscheid tussen genade en verdienste.

Waarom is context zo belangrijk bij Bijbeluitleg?

Bijbelteksten moeten gelezen worden in hun historische, literaire én heilshistorische context. Wie woorden uit verschillende situaties zonder onderscheid samenvoegt, loopt het risico conclusies te trekken die veel verder gaan dan de tekst zelf ondersteunt.

Ik heb dit in een video verwerkt:

YouTube player

lees ook:

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

De Gemeente is geen Israël – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus? – Bijbelse basis

Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente – Bijbelse basis

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente – Bijbelse basis

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws – Bijbelse basis

extern:

vergeving » Bijbels Panorama

Geverifieerd door MonsterInsights