致中国读者:请持守基督

写给中国弟兄姊妹的一封信

有时候,当我查看这个网站的访问统计时,会看到一件特别触动我的事:有来自中国的读者访问这个网站。

我不知道你是谁,也不知道你住在哪里。

也许你已经是一名基督徒;也许你正在了解基督信仰;也许你只是在寻找有关圣经、福音或耶稣基督的资料,因此来到了这里。

既然你来到了这个网站,我不愿意把你仅仅看作访问统计中的一个数字。

所以,我想把这封信写给你。

致我在中国的弟兄姊妹

亲爱的弟兄,亲爱的姊妹:

我们可能从未见过面。

中国和荷兰相隔万里。我们的语言不同,文化不同,日常生活的环境也可能完全不同。

但是,如果你认识主耶稣基督,那么有一件事远比这些差异更加重要:

我们在基督里是一体的。

保罗写道:

“我们这许多人,在基督里成为一身,互相联络作肢体,也是如此。”
(罗马书 12:5,和合本)

耶稣基督的教会并不是由国界、民族、语言、文化或教堂建筑来决定的。

所有因信属于基督的人,都是属祂的。

所以,对我而言,你不仅仅是“一位来自中国的访客”。

如果你属于基督,你就是我在基督里的弟兄或姊妹。

神知道你的名字

我不知道你的名字。

我不知道你住在哪里,也不知道你是在怎样的环境中读这些话。

也许你可以公开谈论自己的信仰,也许对你来说这并不容易。我不想假装知道你在中国的生活究竟是什么样子。

但是,有一件事我知道:

神认识你。

主耶稣论到属于祂的人说:

“我的羊听我的声音,我也认识他们,他们也跟着我。我又赐给他们永生;他们永不灭亡,谁也不能从我手里把他们夺去。”
(约翰福音 10:27-28,和合本)

请特别留意这句话:

“我也认识他们。”

基督认识属祂的人。

对祂来说,你并不是生活在某个遥远国家里的一个无名基督徒。

祂认识你。

而且祂说:

“谁也不能从我手里把他们夺去。”

这就是信徒真正的保障。

不是顺利的环境。

不是人的保护。

也不是我们自己的力量。

我们的保障在于基督。

神的道却不被捆绑

使徒保罗在被囚禁的时候写下了一句非常有力量的话:

“然而神的道却不被捆绑。”
(提摩太后书 2:9,和合本)

这是何等宝贵的一句话!

保罗可以被捆绑。

神的道却不能被捆绑。

人可以设置限制,环境可以改变,基督徒也可能遇到反对。

但是,神的话语不能被囚禁。

所以,我特别想对你说:

请持守圣经。

阅读神的话语。

查考神的话语。

无论别人告诉你什么,都要用圣经来检验。

不要最终把你的信仰建立在牧师、传道人、教会组织或这个网站之上。

甚至你在这个网站上所读到的内容,也应该接受圣经的检验。

圣经称赞庇哩亚人,正是因为:

“这地方的人贤于帖撒罗尼迦的人,甘心领受这道,天天考查圣经,要晓得这道是与不是。”
(使徒行传 17:11,和合本)

标准是神的话语。

基督已经足够

基督徒的生活,并不是不断寻找某种东西,好像还需要给基督加上什么。

信徒的生命是在祂里面。

保罗写道:

“因为你们已经死了,你们的生命与基督一同藏在神里面。”
(歌罗西书 3:3,和合本)

又说:

“你们在他里面也得了丰盛。他是各样执政掌权者的元首。”
(歌罗西书 2:10,和合本)

这是何等伟大的事实!

不是“也许有一天”。

不是“等到你足够属灵以后”。

也不是“等到你经历了某种特殊的属灵体验以后”。

信徒已经在基督里得了丰盛。

基督徒的新生命并不是从我们自己的能力产生的,而是神所赐的生命。

因此,我们的眼目不应当一直转向自己,仿佛必须从自己里面找到力量。

我们的眼目应当转向基督。

当你害怕的时候

你的处境可能和我的完全不同。

也许我根本无法真正体会跟随基督对你个人意味着什么。

因此,我不想用一些轻易的话来安慰你,好像相信基督以后,一切困难都会消失。

圣经并没有这样的应许。

圣经给我们的东西远比这更宝贵:

基督绝不会丢弃属祂的人。

保罗写道:

“因为我深信无论是死,是生,是天使,是掌权的,是有能的,是现在的事,是将来的事,
是高处的,是低处的,是别的受造之物,都不能叫我们与神的爱隔绝;这爱是在我们的主基督耶稣里的。”
(罗马书 8:38-39,和合本)

请再读一遍。

没有任何受造之物。

没有任何人。

没有任何权势。

没有任何环境。

任何受造之物,都不能使在基督里的人与神在主耶稣基督里的爱隔绝。

当你疲倦的时候

基督徒也会疲倦。

我们也可能遇到无法回答的问题。

也许你祷告了很久,环境仍然没有改变。

也许你不明白神为什么容许一些事情发生。

但是,你可以把你的重担交给祂。

“你要把你的重担卸给耶和华,他必抚养你;他永不叫义人动摇。”
(诗篇 55:22,和合本)

信心并不意味着我们明白所有事情。

信心意味着我们知道:

我们所信的是谁。

保罗经历过患难、反对和监禁,但他仍然能够说:

“我靠着那加给我力量的,凡事都能做。”
(腓立比书 4:13,和合本)

不是因为保罗自己很刚强。

而是因为基督是他的力量。

也许你还不认识耶稣基督

也许你正在读这些话,但你还不是基督徒。

也许你来到这里,仅仅是因为你想知道基督信仰到底是什么。

那么,我首先不想把你带到某个教会、宗派或宗教组织。

我想把你指向一个人:

耶稣基督。

圣经说:

“神爱世人,甚至将他的独生子赐给他们,叫一切信他的,不至灭亡,反得永生。”
(约翰福音 3:16,和合本)

又说:

“当信主耶稣,你和你一家都必得救。”
(使徒行传 16:31,和合本)

福音不是说:你必须先把自己变成一个好人,神才愿意接纳你。

基督为罪人死了。

祂从死里复活。

救恩不是靠善行、宗教功德或人的努力赚来的。

“你们得救是本乎恩,也因着信;这并不是出于自己,乃是神所赐的;
也不是出于行为,免得有人自夸。”
(以弗所书 2:8-9,和合本)

恩典。

这意味着,人可以空着双手来到神面前,单单信靠主耶稣基督已经完成的救赎工作。

致正在中国阅读这些话的你

也许我永远不会知道你是谁。

也许你只会访问这个网站一次,以后再也不会回来。

但是,如果你正在读这些话,我希望你至少知道一件事:

在世界的另一边,有基督徒惦念着在中国的弟兄姊妹。

我们也许不会说同一种语言。

我们不住在同一个国家。

我们也许永远不会在今生见面。

但是,如果我们都属于基督,我们就有同一位救主、同一个福音和同一本神的话语。

有一天,国家的边界和语言的障碍都不再重要。

使徒约翰看见:

“此后,我观看,见有许多的人,没有人能数过来,是从各国、各族、各民、各方来的,站在宝座和羔羊面前……”
(启示录 7:9,和合本)

各国、各族、各民、各方。

其中有中国。

也有荷兰。

但最终,重要的并不是中国,也不是荷兰。

重要的是羔羊。

是耶稣基督。

所以,亲爱的弟兄或姊妹:

请持守基督。

请持守祂的话语。

请查考圣经。

当你感到孤单的时候,请不要忘记:

“因为主曾说:‘我总不撇下你,也不丢弃你。’”
(希伯来书 13:5,和合本)

愿恩惠、平安归与你。

来自荷兰的一位基督里的弟兄。

中文 SEO 设置

SEO 标题:
致中国基督徒:请持守基督 | 圣经中的鼓励

页面标题:
致中国读者:请持守基督

Meta Description:
写给中国基督徒和所有寻求耶稣基督之人的一封信。无论环境如何,请持守基督,查考圣经,相信神的话语。

主要关键词:
中国基督徒

可自然使用的相关关键词:
耶稣基督、圣经、基督教、福音、中国教会、基督徒的鼓励

Voor Chinese lezers

Een brief aan broeders en zusters in Christus

Soms zie ik in de bezoekersstatistieken van deze website iets wat mij bijzonder raakt: bezoekers uit China.

Ik weet niet wie jullie zijn. Ik weet niet waar jullie wonen. Misschien ben je christen. Misschien onderzoek je het christelijk geloof. Misschien zocht je eenvoudig naar informatie over de Bijbel of over de Here Jezus Christus en kwam je daardoor hier terecht.

Maar omdat jullie deze website bezoeken, wil ik niet doen alsof jullie alleen maar een getal in de statistieken zijn.

Daarom deze brief.

Aan mijn broeders en zusters in China

Beste broeder, beste zuster,

Wij hebben elkaar nooit ontmoet. Duizenden kilometers liggen tussen China en Nederland. Onze taal en cultuur verschillen. Onze dagelijkse omstandigheden kunnen totaal verschillend zijn.

Maar wanneer jij de Here Jezus Christus kent, is er iets dat veel groter is dan al die verschillen:

wij zijn één in Christus.

Paulus schrijft:

“Alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.” (Romeinen 12:5, STV)

De Gemeente van Jezus Christus wordt niet bepaald door landsgrenzen, nationaliteit, taal, cultuur of een kerkgebouw. Allen die door het geloof in Christus zijn, behoren Hem toe.

Daarom ben je voor mij niet eenvoudig “een bezoeker uit China”.

Je bent mijn broeder of zuster in Christus.

God kent jouw naam

Ik ken jouw naam niet.

Ik weet niet waar je woont. Ik weet niet onder welke omstandigheden je deze woorden leest. Misschien kun je openlijk over je geloof spreken. Misschien is dat voor jou moeilijker. Daarom wil ik ook niet voor jou invullen hoe jouw leven in China eruitziet.

Maar dit weet ik wel:

God kent jou

De Here Jezus zegt over degenen die Hem toebehoren:

“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” (Johannes 10:27-28, STV)

Let vooral op die woorden:

“Ik ken dezelve.”

Christus kent de Zijnen.

Je bent voor Hem geen onbekende christen ergens in een enorm land. Hij kent degenen die Hem toebehoren.

En Hij zegt:

“niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”

Daar ligt de zekerheid van de gelovige.

Niet in gunstige omstandigheden. Niet in menselijke bescherming. Niet in onze eigen kracht.

Maar in Christus.

 

Gods Woord is niet gebonden

Paulus schreef een opmerkelijke zin toen hij zelf gevangenzat:

“Maar het Woord Gods is niet gebonden.” (2 Timotheüs 2:9, STV)

Wat een uitspraak.

Paulus kon gebonden worden.

Het Woord niet.

Mensen kunnen beperkingen opleggen. Omstandigheden kunnen veranderen. Een christen kan tegenstand ontmoeten. Maar het Woord van God laat zich niet gevangen zetten.

Daarom wil ik je vooral dit meegeven:

Blijf dicht bij de Schrift.

Lees het Woord.

Onderzoek het Woord.

Toets wat mensen je vertellen aan het Woord.

Vertrouw uiteindelijk niet op een voorganger, prediker, kerkelijke organisatie of deze website. Ook wat hier geschreven wordt, moet aan de Schrift worden getoetst.

De Bereërs worden juist daarom geprezen:

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dat is de norm: Gods Woord.

 

Christus is genoeg

Het christelijke leven bestaat niet uit steeds maar zoeken naar iets wat aan Christus moet worden toegevoegd.

De gelovige heeft zijn leven in Hem.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kolossenzen 3:3, STV)

En:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” (Kolossenzen 2:10, STV)

Dat is een geweldige werkelijkheid.

Niet: misschien ooit.

Niet: wanneer je geestelijk genoeg geworden bent.

Niet: wanneer je bepaalde bijzondere ervaringen hebt gehad.

“Gij zijt in Hem volmaakt.”

Het christelijke leven vindt zijn oorsprong niet in onze eigen kracht, maar in het nieuwe leven dat God schenkt.

De Schrift blijft de norm.

 

Wanneer je bang bent

Misschien zijn jouw omstandigheden heel anders dan de mijne.

Misschien weet ik helemaal niet wat het jou persoonlijk kost om Christus te volgen.

Daarom wil ik je geen gemakkelijke woorden geven alsof geloof betekent dat alle moeilijkheden verdwijnen. De Bijbel belooft dat niet.

Maar de Schrift geeft ons iets veel beters: Christus laat de Zijnen niet los.

Paulus schrijft:

“Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.” (Romeinen 8:38-39, STV)

Lees dat nog eens.

Geen enkel schepsel.

Geen mens.

Geen overheid.

Geen macht.

Geen omstandigheid.

Niets kan degene die in Christus is scheiden van de liefde Gods die in Christus Jezus is.

 

Wanneer je moe bent

Ook een gelovige kan moe worden.

Er kunnen vragen zijn waarop je geen antwoord hebt. Misschien bid je en verandert de situatie niet. Misschien begrijp je Gods weg niet.

Dan mag je zelfs je zorgen bij Hem brengen.

“Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele.” (Psalm 55:23, STV)

Geloof betekent niet dat wij alles begrijpen.

Geloof betekent dat wij weten Wie wij vertrouwen.

Paulus kende moeite, tegenstand, gevangenschap en onzekerheid. Toch schreef hij:

“Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.” (Filippenzen 4:13, STV)

Niet omdat Paulus zo sterk was.

Omdat Christus zijn kracht was.

 

Misschien ken je Christus nog niet

Misschien lees je dit terwijl je helemaal geen christen bent.

Misschien ben je hier terechtgekomen omdat je nieuwsgierig bent naar het christelijk geloof.

Dan wil ik je niet eerst naar een kerk, organisatie of religie verwijzen.

Ik wil je wijzen op Jezus Christus.

De Bijbel zegt:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16, STV)

En:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…” (Handelingen 16:31, STV)

Het Evangelie is geen boodschap dat je jezelf eerst moet verbeteren voordat God je wil aannemen.

Christus stierf voor zondaren.

Hij stond op uit de doden.

Redding wordt niet verdiend door goede werken, religieuze prestaties of menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

Genade.

Dat betekent dat een mens met lege handen tot God mag komen en mag vertrouwen op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

 

Aan jou die dit vanuit China leest

Misschien zal ik nooit weten wie jij bent.

Misschien bezoek je deze website één keer en kom je nooit terug.

Maar als je deze woorden leest, wil ik dat je ten minste dit weet:

Er zijn christenen aan de andere kant van de wereld die aan hun broeders en zusters in China denken.

Wij spreken misschien niet dezelfde taal.

Wij wonen niet in hetzelfde land.

Wij kennen elkaar niet persoonlijk.

Maar wanneer wij Christus toebehoren, hebben wij dezelfde Heiland, hetzelfde Evangelie en hetzelfde Woord.

En eens zullen landsgrenzen en taalbarrières er niet meer toe doen.

Johannes zag:

“Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam…” (Openbaring 7:9, STV)

Uit alle natie, geslachten, volken en talen.

Daar hoort ook China bij.

Daar hoort Nederland bij.

En uiteindelijk draait het niet om China of Nederland.

Het draait om het Lam.

Om Jezus Christus.

Daarom, broeder of zuster:

Houd vast aan Christus.

Blijf bij Zijn Woord.

Onderzoek de Schriften.

En wanneer je je alleen voelt, vergeet dan niet:

“Want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.” (Hebreeën 13:5, STV)

Genade en vrede zij u.

Van een broeder in Christus uit Nederland.

Wet en Genade: vullen ze elkaar aan?

Of sluiten ze elkaar uit?

Wet en Genade zouden elkaar aanvullen, maar leert de Bijbel dat werkelijk? Een scherpe Bijbelse toetsing vanuit Romeinen en Galaten over de Wet, Genade en wandelen door de Geest.

Er wordt wel gezegd dat Wet en Genade elkaar niet uitsluiten, maar elkaar juist aanvullen en verdiepen.

Op het eerste gezicht klinkt dat best wel evenwichtig. De Wet komt immers van God en de Genade komt ook van God. Waarom zouden we die twee dan tegenover elkaar zetten?

Zou de Wet ons niet Gods wil laten zien, terwijl de Genade ons vervolgens helpt om daarnaar te leven?

Daar komt een begrijpelijke zorg bij. Wanneer we sterk benadrukken dat de christen niet onder de Wet maar onder de Genade staat, ligt wetteloosheid dan niet op de loer? Hebben we de Wet dan niet nodig als tegenwicht om te voorkomen dat Genade verandert in een vrijbrief om maar te doen wat we willen?

Het klinkt allemaal vrij logisch.

Maar is het ook Bijbels?

Dat is uiteindelijk de vraag die telt.

Want de apostel Paulus maakt tussen Wet en Genade een onderscheid dat wij niet mogen wegpoetsen in een poging beide met elkaar in balans te brengen.

waarom Wet en Genade elkaar uitsliuiten
waarom Wet en Genade elkaar uitsliuiten

Wet én Genade: een voor sommigen aantrekkelijk klinkende middenweg

De redenering lijkt eenvoudig.

Aan de ene kant dreigt wetticisme: regels, geboden en verplichtingen waardoor het christelijke leven een juk wordt.

Aan de andere kant dreigt wetteloosheid: “alles is Genade”, dus kennelijk doet het er dan niet meer toe hoe een christen leeft.

En dus lijkt de oplossing voor de hand te liggen: Wet én Genade.

Maar daarmee ontstaat een heel erg vals dilemma.

De keuze is niet tussen leven onder de Wet óf wetteloos leven onder het mom van Genade.

Paulus geeft een ander antwoord:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

Dáár ligt een basaal verschil.

De Bijbelse oplossing voor wetteloosheid is niet dat de gelovige opnieuw, opwelke wijze dan ook, onder de Wet wordt geplaatst.

Het antwoord is wandelen door de Geest.

 

De Wet is heilig en goed

Laten we eerst een mogelijk misverstand uit de weg ruimen.

Wie leert dat de gelovige niet onder de Wet staat, beweert daarmee niet dat de Wet verkeerd is.

Paulus schrijft:

“Zo dan, de wet is heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

Even later schrijft hij:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

Zie je waar het probleem zit?

Niet bij de Wet.

De Wet is heilig.

De mens is zondig.

En juist daarom kan de Wet de mens precies vertellen wat God van hem verlangt, terwijl zij hem niet het leven kan geven waarmee hij daaraan kan beantwoorden.

De spiegel is niet vuil omdat hij een vuil gezicht laat zien.

De Wet legt bloot wat er met de mens aan de hand is.

 

Wat is dan het doel van de Wet?

De Wet heeft wel degelijk een door God gegeven functie. Maar wanneer wij haar een functie geven die God haar niet gegeven heeft, zijn wij niet méér Bijbels bezig.

Paulus schrijft:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de Wet is de kennis der zonde.

En:

“Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.” (Romeinen 3:19, STV)

De Wet ontmaskert.

De Wet verklaart schuldig.

De Wet stopt de mond van de mens die meent zichzelf tegenover God te kunnen rechtvaardigen.

De Wet laat zien dat wij een Verlosser nodig hebben.

Dat is geen tekortkoming van de Wet. Dat is juist een deel van haar door God gegeven functie.

De Wet was een tuchtmeester tot Christus

In Galaten wordt dat nog duidelijker.

“Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.” (Galaten 3:24, STV)

Maar daar houdt Paulus niet op.

Hij schrijft meteen daarna:

“Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.” (Galaten 3:25, STV)

Lees die laatste woorden nog eens:

“niet meer onder den tuchtmeester.”

Dat is belangrijk.

Paulus schrijft niet dat de tuchtmeester na de komst van het geloof gewoon blijft, maar nu een andere functie krijgt als leefregel voor de gelovige.

Hij zegt dat wij er niet meer onder zijn.

Waarom zouden wij de christen vervolgens toch weer onder diezelfde tuchtmeester plaatsen?

Maar Wet en Genade komen toch allebei van God?

Zeker.

Maar daaruit volgt niet dat ze dezelfde functie hebben of dat ze samen het beginsel vormen waaronder de christen leeft.

Ook de offerdienst kwam van God.

De besnijdenis kwam van God.

De Levitische priesterdienst kwam van God.

De sabbatsbepalingen kwamen van God.

Dat iets door God gegeven is, betekent niet automatisch dat iedere gelovige in iedere bedeling eronder gesteld is.

Johannes schrijft:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Dat betekent vanzelfsprekend niet dat God vóór Christus niet genadig was. Dat was Hij wel degelijk.

Maar de Schrift onderscheidt hier heel scherp Wet en Genade.

En Paulus werkt dat onderscheid leerstellig verder uit.

 

Wet en Genade werken volgens verschillende beginselen

Hier komen we bij het hart van de zaak.

Paulus schrijft:

“Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:4-5, STV)

Dat is een fundamenteel verschil.

Bij werken ontstaat schuld in de betekenis van verschuldigd loon.

Bij Genade bestaat geen aanspraak.

De goddeloze wordt gerechtvaardigd omdat hij gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt.

Paulus formuleert hetzelfde beginsel in Romeinen 11 nog scherper:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (Romeinen 11:6, STV)

De directe context gaat over het overblijfsel van Israël naar de verkiezing der Genade. Dat moeten we niet verzwijgen.

Maar kijk naar het beginsel waarmee Paulus redeneert:

als het uit Genade is, is het niet uit werken.

Waarom?

Omdat anders Genade geen Genade meer is.

Dat klinkt bepaald niet alsof Genade werken nodig heeft om compleet te worden.

 

“Ja, maar we hebben de Wet toch nodig voor onze levenswandel?”

Hier komt waarschijnlijk het belangrijkste bezwaar.

“Wij worden natuurlijk niet door de Wet gerechtvaardigd. Wij worden uit Genade behouden. Maar nadat we behouden zijn, hebben we de Wet toch nodig als leefregel?”

Dat klinkt aannemelijk.

Maar dan moeten we Romeinen 7 lezen.

Paulus schrijft:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” (Romeinen 7:4, STV)

Let vooral op het doel.

Wij zijn der Wet gedood:

“opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”

Niet om wetteloos te worden.

Niet om maar te doen waar we zin in hebben.

Niet om onvruchtbaar te leven.

Maar om vrucht voor God voort te brengen.

En vervolgens:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.” (Romeinen 7:6, STV)

Hier gaat het duidelijk over dienen.

Paulus zegt dus niet:

Vrij van de Wet voor onze rechtvaardiging, maar weer terug onder de Wet voor onze heiliging.

Hij zegt:

“nieuwigheid des geestes”

tegenover:

“oudheid der letter.”

 

Maar hoe zit het dan met de Tien Geboden?

Een veelgehoorde oplossing is dat de christen weliswaar niet meer onder de ceremoniële Wet staat, maar nog steeds onder de morele Wet, in het bijzonder de Tien Geboden.

Maar Romeinen 7 maakt die constructie onmogelijk om vol te houden.

Want nadat Paulus gesproken heeft over vrijgemaakt zijn van de Wet, schrijft hij:

“Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.” (Romeinen 7:7, STV)

“Gij zult niet begeren.”

Dat is één van de Tien Geboden.

Paulus heeft het dus niet eenvoudig over het verdwijnen van enkele ceremoniële voorschriften terwijl de stenen tafelen als verbondsrechtelijke leefregel voor de christen blijven bestaan.

De Mozaïsche Wet vormt één geheel.

Dat betekent uiteraard niet dat begeerte nu ineens goed geworden is.

Het betekent dat onze verhouding tot de Wet veranderd is.

Dat is iets heel anders.

 

Nieuwe en oude dingen uit de schat

Soms wordt Mattheüs 13:52 gebruikt om de gedachte te ondersteunen dat Wet en Genade als twee schatten bij elkaar zouden horen:

“En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.” (Mattheüs 13:52, STV)

Een prachtige tekst.

Maar wat staat er echt?

Er staat niet dat de “oude dingen” de Mozaïsche Wet voorstellen en de “nieuwe dingen” de Genade, waarna Jezus zou leren dat Wet en Genade gezamenlijk de leefregel van de christen vormen.

Dat moet eerst in de tekst worden gelegd voordat het eruit gehaald kan worden.

De context gaat over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:

“Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” (Mattheüs 13:11, STV)

Mattheüs 13 bevat een reeks gelijkenissen waarin de Here Jezus onderwijs geeft over het Koninkrijk der hemelen. Binnen die context spreekt Hij over de schriftgeleerde die uit zijn schat “nieuwe en oude dingen” voortbrengt.

Daaruit een leerstellige formule afleiden waarin oud = Wet, nieuw = Genade en beide vervolgens samen de leefregel van de Gemeente vormen, gaat veel verder dan de tekst zelf zegt.

We moeten niet eerst een beeldspraak een bepaalde betekenis geven en vervolgens de duidelijke leerstellige uitspraken van Paulus vanuit die beeldspraak verklaren.

Het behoort andersom te gebeuren.

Schrift met Schrift vergelijken.

 

Is Genade dan een vrijbrief om te zondigen?

Hier komt het onvermijdelijke “Ja, maar…” opnieuw.

“Als een christen niet onder de Wet staat, kan hij dan maar doen wat hij wil?”

Paulus kende dat bezwaar blijkbaar ook.

Want onmiddellijk nadat hij heeft gezegd dat wij niet onder de Wet maar onder de Genade zijn, schrijft hij:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Let vooral op wat Paulus niet doet.

Hij zegt niet:

“Nu jullie onder de Genade zijn, ontstaat inderdaad het gevaar van wetteloosheid. Daarom moeten jullie de Wet erbij nemen om de zaak in evenwicht te houden.”

Integendeel.

Hij handhaaft zijn eerdere uitspraak:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Daar staan ze tegenover elkaar:

niet onder de Wet, maar onder de Genade.

Kennelijk kent Paulus dus een heilig leven zonder de christen opnieuw onder de Mozaïsche Wet te plaatsen.

 

Genade heeft de Wet niet nodig om heiligheid te leren

Misschien onderschatten we Genade wel grandioos wanneer we denken dat de Wet erbij moet komen om haar in evenwicht te houden.

Alsof Genade uitstekend geschikt is om een zondaar te redden, maar daarna hulp van de Wet nodig heeft om hem fatsoenlijk te laten leven.

Paulus schrijft:

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Wie onderwijst ons hier?

De Genade Gods.

Genade vergeeft niet alleen.

Genade onderwijst.

Genade leert ons goddeloosheid afwijzen.

Genade leert ons rechtvaardig en godzalig leven.

Genade brengt ons niet alleen tot Christus.

Genade leert ons ook leven uit Christus.

Daarom is de tegenstelling tussen Wet en wetteloosheid een vals dilemma.

 

De Wet kan geen leven geven

Dit is misschien wel het diepste probleem.

De Wet kan zeggen wat goed is.

De Wet kan zeggen wat verkeerd is.

De Wet kan zonde aanwijzen.

Maar de Wet kan geen leven voortbrengen.

Paulus schrijft:

“Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Daar ligt het hemelsbrede verschil.

Het christelijke leven bestaat niet uit het verbeteren van de oude mens totdat hij uiteindelijk voldoende aan Gods eisen voldoet.

Het is nieuw leven in Christus.

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20, STV)

Dat is veel meer dan een nieuwe verzameling voorschriften.

Christus leeft in mij.

 

De oplossing is wandelen door de Geest

Daarom is Galaten 5 zo belangrijk in deze tegenstelling over Wet en Genade.

Paulus schrijft niet alleen wat we moeten nalaten. Hij laat zien waar het christelijke leven vandaan komt:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

En vervolgens:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet.” (Galaten 5:22-23, STV)

Lees die woorden eens rustig.

Liefde.

Goedheid.

Geloof.

Zachtmoedigheid.

Matigheid.

Is dat wetteloosheid?

Natuurlijk niet.

Maar Paulus noemt dit opmerkelijk genoeg niet de vrucht der Wet.

Het is:

“de vrucht des Geestes.”

Dat is geen woordspelletje.

Dat raakt het hart van het christelijke leven.

 

Met de Geest begonnen en met de Wet verder?

Juist daarom klinkt Paulus in Galaten soms zo ongekend scherp.

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Daar mogen we best even bij stilstaan.

Want hoe gemakkelijk zeggen we in feite:

Voor mijn behoudenis heb ik Christus nodig, maar voor mijn dagelijkse christelijke leven moet ik terug naar Mozes.

Maar waarom zou hetgeen door de Geest begonnen is door een ander beginsel moeten worden voltooid?

Waarom zou Christus voldoende zijn voor onze rechtvaardiging, maar niet voor onze levenswandel?

Waarom zou Genade ons wel kunnen redden, maar niet kunnen onderwijzen?

Paulus stelt de vraag veel scherper:

Met de Geest begonnen, en nu op een andere manier verder?

 

Wet en Genade hoeven niet in balans te worden gebracht

Misschien moeten we daarom af van het woord balans.

Het klinkt zo aantrekkelijk.

Een beetje Wet voorkomt dat Genade losbandigheid wordt.

Een beetje Genade voorkomt dat de Wet wetticisme wordt.

Mooi in evenwicht.

Maar waar leert Paulus dat?

De Schrift zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dat is geen balans.

Dat is een verandering van positie.

Niet een beetje Wet en heel veel Genade.

Niet Wet voor onze levenswandel en Genade voor onze behoudenis.

Niet onder de Wet, maar onder de Genade.

 

Vrij van de Wet betekent niet vrij van Christus

Daar zit misschien de grootste misvatting.

Wanneer de Wet niet onze leefregel is, zou er niets meer overblijven.

Maar de gelovige wordt helemaal niet aan zichzelf overgelaten.

Hij behoort Christus toe.

Hij heeft Gods Woord.

Hij heeft de Heilige Geest.

Hij wordt opgeroepen te wandelen zoals Christus wandelde.

“Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.” (1 Johannes 2:6, STV)

De norm wordt daarmee niet lager.

Integendeel.

De vraag is niet meer:

Welk voorschrift mag ik niet overtreden?

De veel diepere vraag is:

Hoe wandel ik als iemand die Christus toebehoort?

 

Wet en Genade moeten we niet vermengen

De gedachte dat Wet en Genade elkaar zouden moeten “aanvullen en verdiepen” klinkt aantrekkelijk.

Maar wanneer daarmee wordt bedoeld dat beide gezamenlijk het beginsel vormen waaronder de gelovige leeft, ontstaat er een serieus probleem.

Paulus zegt namelijk niet dat de gelovige een betere balans tussen Wet en Genade moet vinden.

Hij schrijft:

“Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.” (Galaten 2:19, STV)

Dat is radicaal.

Gestorven aan de Wet om voor God te leven.

Niet gestorven aan de Wet om wetteloos te leven.

Niet gestorven aan de Wet omdat de Wet slecht zou zijn.

Maar gestorven aan de Wet:

“opdat ik Gode leven zou.”

Dat is wezenlijk iets anders dan Wet en Genade met elkaar proberen te verzoenen.

 

Niet Mozes plus Christus

En misschien komt het nergens duidelijker naar voren dan hier:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” (Romeinen 7:4, STV)

Niet:

Mozes plus Christus.

Maar: aan de Wet gedood en eens Anderen geworden.

Van Wie?

Van de opgestane Christus.

En met welk doel?

Opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

Dat is geen wetteloos christendom.

Dat is leven uit Christus.

De Wet zegt wat de mens behoort te doen, maar geeft hem niet het leven om het voort te brengen.

Genade geeft in Christus wat de mens zelf nooit kon verdienen.

En de Heilige Geest brengt in de gelovige vrucht voort die geen stenen tafel ooit kon produceren.

Daarom hoeven Wet en Genade niet met elkaar verzoend te worden.

We moeten ze recht snijden.

 

Wet en Genade: het verschil doet ertoe

Wie de Wet haar Bijbelse plaats geeft, kleineert de Wet niet.

Integendeel.

Laat de Wet doen waarvoor God haar gegeven heeft.

Laat haar zonde als zonde aanwijzen.

Laat haar de mond van de mens stoppen.

Laat haar duidelijk maken dat niemand zichzelf voor God kan rechtvaardigen.

Laat haar heenwijzen naar de noodzaak van Christus.

Maar verwacht van de Wet niet wat zij nooit kon geven:

leven.

En maak haar niet tot noodzakelijke aanvulling van de Genade.

Want dan vertroebelen we het onderscheid dat Paulus zo nadrukkelijk maakt.

“Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Niet Wet plus Genade.

Niet Mozes plus Christus.

Niet beginnen door de Geest en vervolgens proberen te voleindigen door het vlees.

De gelovige is aan de Wet gestorven om voor God te leven.

Hij is niet onder de Wet, maar onder de Genade.

En wanneer vervolgens de vraag komt hoe zo’n christen dan moet wandelen, verwijst Paulus hem niet terug naar Sinaï:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

Daar ligt het antwoord.

Niet in omfloerst wetticisme.

Niet in wetteloosheid.

Maar nieuw leven in Christus, wandelend door de Geest, onder de Genade.

2 Korinthe 3:7 (STV) En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien om de heerlijkheid zijns aangezichts, die tenietgedaan zou worden,
8 Hoe zal niet veelmeer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?

 

zie ook:

wet – Bijbelse basis

genade – Bijbelse basis

extern:

https://www.bijbelspanorama.nl/bijbelstudie/geschreven/wet-of-genade/

Geverifieerd door MonsterInsights