Het warme hart van het Evangelie

Laat u met God verzoenen: het warme hart van het Evangelie

“laat u met God verzoenen” (2 Korinthe 5:20 STV).

Dat is geen kille dogmatiek en ook geen religieuze pressie. Het is de stem van God Die in Christus naar de mens toegekomen is. Het gaat over liefde, schuld, verzoening, nieuwe schepping en vrede met God. Niet omdat de mens zichzelf heeft opgewerkt tot God, maar omdat God Zelf in Christus de weg heeft geopend.

Laat u met God verzoenen

De liefde van Christus dringt ons

Paulus begint niet bij menselijke ijver, kerkelijke druk of religieuze prestatie. Hij begint bij de liefde van Christus.

“Want de liefde van Christus dringt ons;” (2 Korinthe 5:14 STV)

Dat woord “dringt” heeft de gedachte van innerlijke aandrang. Paulus wordt vastgehouden, bewogen en geleid door de liefde van Christus. Niet door angst. Niet door eerzucht. Niet door behoefte aan erkenning. Maar door de liefde van Hem Die voor zondaren gestorven en opgewekt is.

Die liefde is niet vaag of sentimenteel. Zij werd zichtbaar aan het kruis. Christus heeft Zichzelf gegeven. Niet voor mensen die zichzelf konden redden. Niet voor mensen die eerst waardig genoeg waren. Niet voor mensen met een indrukwekkend geestelijk cv.

Hij stierf voor zondaren.

“Als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” (2 Korinthe 5:14 STV)

Dat is het Evangelie in een notedop. Christus stierf niet slechts als voorbeeld van opofferende liefde. Hij stierf plaatsvervangend. Zijn dood was niet alleen een daad van liefde, maar ook het oordeel over de oude mens, over de zonde en over alles wat tussen God en mens in stond.

Wie in Christus is, mag weten: mijn oude bestaan voor God is met Hem in de dood gebracht. Ik hoef mijn schuld niet te verbergen. Ik hoef mijzelf niet beter voor te doen dan ik ben. Ik hoef mij niet overeind te houden voor God alsof mijn behoud uiteindelijk van mijn geestelijke prestatie afhangt.

God heeft die zaak Zelf behandeld, in Christus.

Christus stierf voor ons, opdat wij zouden leven

Paulus schrijft:

“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)

Christus is gestorven en opgewekt. Dat is het fundament. Niet onze beleving, niet onze toewijding, niet onze vroomheid, maar Zijn volbrachte werk.

Toch blijft het Evangelie daar niet oppervlakkig bij stilstaan. Christus stierf niet alleen om schuldigen vrij te spreken, maar ook om levenden een nieuw levensdoel te geven. De gelovige leeft niet meer voor zichzelf, maar voor Hem.

Dat is tegelijk bevrijdend en ontmaskerend.

Van nature draait de mens om zichzelf. Zelfs religie kan nog helemaal om het eigen ik draaien. Mijn ernst. Mijn keuze. Mijn toewijding. Mijn gevoel. Mijn gelijk. Mijn bediening. Mijn geestelijke status. Mijn doorbraak. Mijn missie.

Maar genade verplaatst het middelpunt. Niet ik, maar Christus. Niet mijn prestatie, maar Zijn werk. Niet mijn eer, maar Zijn heerlijkheid.

Dat betekent niet dat een gelovigezonder strijd is. Het betekent wel dat hij een nieuw bestaan heeft gekregen. Christus is gestorven en opgewekt. En wie door Hem leeft, mag leren leven voor Hem.

Niet uit dwang. Niet om Gods liefde te verdienen. Maar omdat die liefde hem al gevonden heeft.

Christus kennen als de Opgewekte

Paulus vervolgt:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

Dit is een belangrijk woord. Paulus kijkt niet oppervlakkig naar mensen. Niet naar afkomst, status, uiterlijk, kracht, zwakheid, verleden of menselijke maatstaven. Hij ziet mensen in het licht van Christus.

Ook Christus kent hij niet meer alleen naar Zijn aardse vernedering. Natuurlijk is Zijn komst in het vlees waar en heerlijk. De Zoon van God is werkelijk Mens geworden. Hij heeft werkelijk gewandeld op aarde. Hij heeft werkelijk geleden. Hij is werkelijk gestorven.

Maar Hij is ook werkelijk opgewekt.

Wij kennen Christus nu als de Gestorvene, de Opgewekte en de Verheerlijkte. Hij is niet slechts een leraar uit Nazareth. Hij is niet alleen een moreel voorbeeld. Hij is niet slechts een wonderdoener of een inspirerende rabbi.

Hij is de levende Heer.

Dat geeft rust. Ons geloof rust niet op een herinnering aan een gestorven leraar of aan een bijzondere profeet maar op de levende Christus, Die gestorven en opgewekt is.

In Christus een nieuw schepsel

Dan komt dat bekende en rijke woord:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Wat een troost ligt hierin.

God lapt de oude mens niet op. Hij begint niet met een beetje verbetering hier en daar. Hij brengt de gelovige in Christus in een nieuwe schepping. Dat is geen oppervlakkige verandering van gedrag, maar een totaal nieuwe positie voor God.

“In Christus” — daar ligt alles.

Niet in jezelf. Niet in je vorderingen. Niet in je gevoel van overwinning. Niet in je kerkelijke achtergrond. Niet in je Bijbelkennis, hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Maar in Christus.

Wie in Christus is, staat voor God niet meer in Adam, niet meer onder veroordeling, niet meer als iemand die zichzelf moet bewijzen. Hij is een nieuw schepsel.

Dat betekent niet dat de gelovige nooit meer struikelt. Het betekent niet dat het vlees geen strijd meer geeft. Het betekent niet dat alle zwakheid ineens verdwenen is. Maar het betekent wel dat God hem niet meer beoordeelt naar zijn oude positie. Hij ziet hem in Christus.

En vanuit die volmaakte positie mag de wandel worden vernieuwd.

De oproep “laat u met God verzoenen” is daarom geen oproep tot religieuze zelfverbetering, maar een uitnodiging om te rusten in het volbrachte werk van Christus. Wie in Christus is, ontvangt niet slechts een nieuwe start, maar staat voor God in een geheel nieuwe positie.

Verzoening is uit God

Paulus laat geen ruimte voor menselijke roem:

“En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.” (2 Korinthe 5:18 STV)

Al deze dingen zijn uit God.

Dat is de doodsteek voor geestelijke trots, maar ook de grootste troost voor een vermoeid hart. Als het uit mij moest komen, was het een verloren zaak. Als mijn behoud moest rusten op mijn vasthouden, mijn inzicht, mijn trouw of mijn standvastigheid, dan zou ik geen vrede hebben.

Maar het is uit God.

God heeft verzoend. God heeft de weg geopend. God heeft Zijn Zoon gegeven. God heeft het woord der verzoening toevertrouwd.

Verzoening met God begint niet bij de mens die omhoog klimt, maar bij God Die in Christus naar beneden kwam. De mens zoekt van nature uitvluchten, maar God zoekt de zondaar. De mens bedekt zijn schuld, maar God opent een weg waarin schuld werkelijk weggedaan kan worden.

Verzoening betekent dat God Zelf de breuk heeft behandeld. Niet door zonde te negeren, maar door haar te oordelen in Christus. Niet door Zijn rechtvaardigheid opzij te zetten, maar door die rechtvaardigheid volkomen te handhaven aan het kruis.

Daarom is genade nooit goedkoop. Genade is kostbaar, omdat zij rust op het bloed van Christus.

God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende

Paulus schrijft:

“Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.” (2 Korinthe 5:19 STV)

Dit is een zin om langzaam te lezen.

God was in Christus.

Niet tegen Christus. Niet los van Christus. Niet alsof de Zoon liefdevol was en de Vader slechts toornig. Nee, God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

Hier zien wij het hart van God. Hij heeft Zelf het initiatief genomen. De mens vlucht van God weg, maar God komt in Christus naar de mens toe. De mens probeert zichzelf te rechtvaardigen, maar God geeft gerechtigheid in Christus.

Dat is het Evangelie.

Toch betekent dit niet dat ieder mens automatisch behouden is. Paulus doet direct daarna de indringende oproep:

“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

De grond van verzoening is gelegd in Christus. Het woord der verzoening wordt gepredikt. Maar de oproep klinkt nog steeds tot de mens: laat u met God verzoenen.

Dat maakt de boodschap ernstig. Er is werkelijk verzoening in Christus. Maar buiten Hem blijft de mens in zijn vervreemding van God.

De bediening der verzoening

Paulus zegt:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Wat een toon. Paulus spreekt hier niet hoogmoedig vanaf een afstand. Hij smeekt. Hij bidt. Alsof God Zelf door hem heen roept.

Laat u met God verzoenen.

Dat is geen religieuze uitnodiging tot zelfverbetering. Het is geen oproep om eers jezelf op te poetsen en waardig genoeg te worden. Het is geen vraag om jezelf op te werken tot een hoger geestelijk niveau.

Het is de oproep om te komen op grond van wat God Zelf in Christus heeft gedaan.

Laat uw verzet vallen. Laat uw eigen gerechtigheid los. Laat uw excuses los. Laat uw verborgen schuld niet langer tussen u en God staan. Vlucht niet langer weg in drukte, religie, verstandelijke bezwaren of geestelijke schijnzekerheid.

Laat u met God verzoenen.

De bediening der verzoening is de boodschap dat God de grond van vrede gelegd heeft in de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus. Een gezant van Christus verkondigt daarom niet zichzelf, niet een kerkelijk systeem en niet menselijke verbetering als grond van vrede. Hij wijst op Christus.

Christus werd zonde voor ons gemaakt

Paulus eindigt dit gedeelte met een van de diepste uitspraken van de Schrift:

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)

Christus kende geen zonde. Hij deed geen zonde. In Hem was geen zonde. Hij was volkomen rein, volkomen rechtvaardig, volkomen gehoorzaam.

En juist Hem heeft God zonde voor ons gemaakt.

Dat betekent niet dat Christus persoonlijk zondig werd. Het betekent dat Hij plaatsvervangend onder het oordeel kwam. Hij nam de plaats in van schuldigen. Hij droeg wat wij niet dragen konden. Hij werd behandeld naar wat wij waren, opdat wij in Hem zouden worden wat wij uit onszelf nooit konden zijn: rechtvaardigheid Gods.

Hier valt alle menselijke roem weg.

De gelovige staat niet voor God omdat hij zichzelf heeft opgeknapt. Hij staat voor God omdat Christus zijn plaats innam. Hij is niet aanvaard op grond van zijn eigen gerechtigheid, maar in Hem.

De rechtvaardigheid van de gelovige ligt niet in zichzelf, maar in Hem:

“opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21 STV)

“In Hem” is de veilige plaats.

Vrede voor een aangevochten geweten

Dit gedeelte is balsem voor een aangevochten geweten.

Misschien leest u dit met een onrustig hart. U weet van schuld. U weet van falen. Misschien hebt u lang geprobeerd om uzelf beter te maken voor God, maar telkens ontdekt u dat uw geweten niet echt tot rust komt.

Juist dan is 2 Korinthe 5 zo kostbaar. God wijst u niet eerst naar uw eigen verbetering, maar naar Christus. De vraag is niet of u sterk genoeg bent om uzelf met God te verzoenen. De boodschap is dat God in Christus de weg van verzoening geopend heeft.

Daarom mag u komen zoals u bent, maar niet blijven wie u was. Genade verontschuldigt de zonde niet; genade brengt de zondaar bij Christus. En wie in Christus is, is een nieuw schepsel.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Misschien bent u moe van religieuze druk. Moe van verwachtingen. Moe van de gedachte dat u nooit genoeg doet, nooit genoeg bidt, nooit genoeg begrijpt, nooit genoeg verandert.

Hoor dan het Evangelie.

God vraagt u niet om eerst zelf de kloof te dichten. Hij verkondigt dat Hij in Christus de grond van verzoening heeft gelegd. Hij wijst u niet naar uzelf, maar naar Zijn Zoon.

Christus is gestorven. Christus is opgewekt. Christus is genoeg.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;” (Romeinen 5:1 STV)

Die vrede is niet gebouwd op uw wisselende gevoel, maar op het volbrachte werk van Christus.

Leven vanuit verzoening

Wie zo verzoend is, wordt ook anders naar anderen.

Paulus zegt:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees;” (2 Korinthe 5:16 STV)

Dat maakt mild. Dat maakt nederig. Dat maakt bewogen.

Als God mij in Christus heeft aangezien, hoe zou ik dan anderen alleen naar hun verleden, zwakheid of buitenkant beoordelen? Als God mij verzoend heeft uit Genade, hoe zou ik dan hard en hoogmoedig kunnen staan tegenover mensen die nog ver van Hem zijn?

De bediening der verzoening is niet alleen een boodschap om te verdedigen, maar ook een toon om te dragen. Een gezant van Christus spreekt niet als eigenaar van de waarheid, maar als iemand die zelf door genade is gevonden.

Dat maakt de boodschap niet zwakker, maar juist krachtiger. Waarheid zonder liefde wordt hard. Liefde zonder waarheid wordt leeg. Maar in Christus zien wij beide volmaakt samenkomen.

De waarheid is ernstig: buiten Christus is er geen vrede met God.

De liefde is warm: in Christus is verzoening volkomen bereid.

Het warme hart van het Evangelie

2 Korinthe 5:14-21 brengt ons bij het warme hart van het Evangelie.

Christus stierf voor ons.
Wij zijn als we ons geloof op Hem stellen met Hem gestorven.
Hij is opgewekt.
Wij leven niet meer voor onszelf.
Wie in Christus is, is een nieuw schepsel.
God heeft verzoening tot stand gebracht.
Het woord der verzoening klinkt nog steeds.
Christus werd zonde voor ons gemaakt.
Wij worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Dat is geen dooie theorie. Dat is leven. Dat is hoop. Dat is vrede.

Daarom blijft deze oproep staan, warm, ernstig en vol genade:

“laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Niet op grond van uw eigen kracht of inspanning.  Niet op grond van uw gevoel. Niet op grond van religieuze prestatie. Maar op grond van Christus, Die geen zonde gekend heeft en toch zonde voor ons gemaakt is.

In Hem is verzoening.
In Hem is gerechtigheid.
In Hem is vrede met God.
In Hem is nieuw leven.

Alleen in Hem.

Zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

Wat moet een mens doen om gered te worden? – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

Bewegen tot geloof – Bijbelse basis

Waarom God onvolprezen is volgens de Bijbel

God is onvolprezen, waarom alle lof tekortschiet

Er zijn woorden die wij vaak gebruiken, maar nauwelijks kunnen bevatten. Eén daarvan is: onvolprezen.

Het betekent niet simpelweg dat God veel lof waard is. Het betekent dat Hij méér lof waard is dan mensentaal ooit kan dragen. Zelfs de zuiverste aanbidding blijft kleiner dan Zijn heerlijkheid.

Dat is geen vrome overdrijving. Het is de nuchtere conclusie van de Schrift. God is niet groot omdat mensen Hem groot maken. Hij is groot in Zichzelf.

Hij is niet heerlijk omdat wij Hem prijzen. Wij prijzen Hem omdat Hij heerlijk is.

“Groot is de HEERE, en zeer te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” Psalm 145:3 (STV)

God is onvolprezen

De mens prijst God niet te veel, maar altijd te weinig

Een van de grootste vergissingen van de moderne mens is dat hij denkt dat lofprijzing iets toevoegt aan God. Alsof God onze erkenning nodig heeft om God te zijn. Maar de Bijbel leert precies het omgekeerde. God is volmaakt, onafhankelijk en heerlijk in Zichzelf. Onze lof maakt Hem niet groter; onze lof erkent dat Hij groter is dan wij kunnen uitspreken.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” Romeinen 11:36 (STV)

Dat ene vers ontmantelt alle menselijke grootspraak. Alles is uit Hem. Alles bestaat door Hem. Alles heeft zijn uiteindelijke doel in Hem. De mens staat dus niet in het centrum van de werkelijkheid. God wel.

Daarom is aanbidding geen religieuze bijzaak. Het is de enige passende reactie op de realiteit.

 

God is onvolprezen omdat Hij de Schepper is

De Schrift verklaart:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Genesis 1:1 (STV)

Dat is de grondtoon van de Bijbel. God is vóór alles. Hij is de Oorsprong, de Maker, de Bezitter en de Onderhouder van alle dingen. De schepping is geen zelfstandig wonder dat los van God bewonderd kan worden. Zij is een getuigenis van Hem.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” Psalm 19:2 (STV)

Elke ster, elke ademtocht, elke seconde van ons bestaan wijst terug naar Hem. De mens kan de schepping onderzoeken, benoemen, meten en benutten, maar hij kan haar niet verklaren zonder de Schepper. Wie de schepping losmaakt van God, houdt uiteindelijk alleen materie over zonder betekenis.

God is onvolprezen omdat Hij niet een onderdeel is van de werkelijkheid. Hij is Degene door Wie de werkelijkheid bestaat.

 

God is onvolprezen omdat Hij heilig is

Gods heerlijkheid ligt niet alleen in Zijn macht, maar ook in Zijn heiligheid. Hij is niet slechts sterker dan de mens, maar wezenlijk anders. Hij is rein, rechtvaardig, waarachtig en zonder enige schaduw van kwaad.

“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja 6:3 (STV)

Dit is belangrijk. De Bijbel stelt God niet voor als een vergrote versie van de mens. Hij is geen hemelse projectie van onze verlangens. Hij is de Heilige. Dat betekent dat Hij niet naar beneden getrokken mag worden tot het niveau van menselijke smaak, emotie of religieuze beleving.

Juist daarom schuurt echte Godskennis met veel moderne religie. Waar God vooral wordt voorgesteld als bevestiger van menselijke dromen, verdwijnt Zijn heiligheid naar de achtergrond. Maar een god zonder heiligheid is niet de God van de Bijbel.

God is onvolprezen omdat Hij niet door de mens wordt gedefinieerd. Hij openbaart Zichzelf.

 

God is onvolprezen omdat Zijn wijsheid ondoorgrondelijk is

De mens wil verklaren, beheersen en controleren. God vraagt geloof, ontzag en onderwerping aan Zijn Woord. Niet omdat geloof tegen denken ingaat, maar omdat Gods wijsheid hoger is dan menselijke redenering.

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Romeinen 11:33 (STV)

De apostel Paulus eindigt hier niet in speculatie, maar in aanbidding. Dat is veelzeggend. Ware Bijbelkennis maakt een mens niet hoogmoedig, maar ootmoedig. Hoe meer men van Gods raad verstaat, hoe meer men beseft dat God niet in ons systeem past.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8 (STV)

Daarom is het gevaarlijk wanneer mensen God willen beoordelen met de maatstaf van hun eigen gevoel. God staat niet terecht voor de rechtbank van menselijke voorkeur. De mens staat voor God.

 

God is onvolprezen omdat Hij genadig is

De grootste reden tot lof is niet dat de mens goed is, maar dat God goed is voor schuldige mensen. De Bijbel vleit de mens niet. Zij zegt dat de mens zondaar is, schuldig voor God, onbekwaam om zichzelf te redden. Juist tegen die donkere achtergrond schittert de genade.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” Romeinen 5:8 (STV)

Let op de volgorde. Christus stierf niet voor mensen die zichzelf eerst hadden opgewerkt tot aanvaardbaarheid. Hij stierf voor zondaars. Dat is genade. Niet God Die de zonde door de vingers ziet, maar God Die in Christus Zelf de grond legt voor verlossing.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Genade maakt God niet minder heilig. Genade laat juist zien hoe heilig Hij is. Zonde moest geoordeeld worden. Schuld moest gedragen worden. Verzoening moest werkelijk tot stand komen. En dat heeft God gedaan in Zijn Zoon.

Daarom is God onvolprezen: Hij redt niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar in volkomen overeenstemming daarmee.

 

God is onvolprezen omdat Christus Zijn heerlijkheid openbaart

Wie wil weten hoe God Zich ten diepste heeft geopenbaard, moet niet beginnen bij menselijke filosofie, maar bij Christus. In Hem wordt Gods heerlijkheid zichtbaar.

“Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.” Hebreeën 1:3 (STV)

Christus is niet slechts een leraar over God. Hij is niet slechts een profeet namens God. Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid. In Hem woont de volheid.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Kolossenzen 2:9 (STV)

Daarom is elke poging om God te eren terwijl Christus wordt verkleind, innerlijk tegenstrijdig. Men kan de Vader niet werkelijk eren terwijl men de Zoon reduceert. De Schrift legt de heerlijkheid van God open in de Persoon, de vernedering, de dood, de opstanding en de verhoging van de Heere Jezus Christus.

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is een krachtig apologetisch punt. Bijbels geloof is niet algemeen religieus. Het is Christusgericht. De lof op God krijgt haar volle inhoud in de erkenning van de Zoon.

 

God is onvolprezen omdat het kruis Zijn recht en liefde samenbrengt

Het kruis is geen tragisch einde van een idealist. Het is het middelpunt van Gods verlossingswerk. Daar wordt zichtbaar wat geen mens had kunnen bedenken: Gods oordeel over de zonde en Gods liefde tot zondaren komen samen in Christus.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” 2 Korinthe 5:21 (STV)

Hier valt alle religieuze zelfhandhaving weg. De mens wordt niet gered door eigen verbetering, kerkelijke vormen, rituelen, wetsonderhouding of geestelijke prestaties. Hij wordt gered door het volbrachte werk van Christus.

“Het is volbracht.” Johannes 19:30 (STV)

Die woorden zijn geen poëtische verzuchting. Zij zijn de triomfkreet van de Verlosser. Wat nodig was tot verzoening, is gedaan. Wat de mens niet kon dragen, heeft Christus gedragen. Wat de mens niet kon volbrengen, heeft Hij volbracht.

Daarom is God onvolprezen: Hij heeft Zelf voorzien in de weg tot behoud.

 

God is onvolprezen omdat Zijn trouw niet wankelt

Mensen zijn veranderlijk. Overtuigingen verschuiven. Kerken kunnen dwalen. Leiders kunnen vallen. Culturen komen en gaan. Maar God blijft Dezelfde.

“Want Ik, de HEERE, word niet veranderd.” Maleachi 3:6 (STV)

Dat is geen koude leerstelling, maar een diepe troost. Gods trouw rust niet op de kracht van de mens. Zijn beloften zijn geworteld in Zijn eigen Wezen. Wat Hij spreekt, staat vast. Wat Hij belooft, zal Hij doen.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” 2 Timotheüs 2:13 (STV)

Juist daarom verdient God niet tijdelijke, oppervlakkige of emotionele lof, maar blijvende aanbidding. Hij is trouw wanneer mensen falen. Hij is waarachtig wanneer mensen liegen. Hij is onveranderlijk wanneer alles beweegt.

 

De apologetische spits

Waarom is God onvolprezen? Omdat geen enkel alternatief Hem kan vervangen.

Een mensgerichte levensbeschouwing kan misschien spreken over moraal, maar niet verklaren waarom goed en kwaad werkelijk gezag hebben. Een puur materialistisch wereldbeeld kan materie beschrijven, maar geen uiteindelijke zin geven. Religie zonder Christus kan vroom klinken, maar lost het probleem van schuld niet werkelijk op.

De Bijbel openbaart God als Schepper, Rechter, Verlosser en Koning. Hij is heilig genoeg om zonde te oordelen, wijs genoeg om Zijn raad te volvoeren, liefdevol genoeg om zondaars te redden, en machtig genoeg om alles tot Zijn doel te brengen.

Daarom is God onvolprezen. Niet omdat gelovigen dat graag zeggen, maar omdat de werkelijkheid ervan getuigt, de Schrift het openbaart en Christus het bevestigt.

 

Samenvattend

De vraag is uiteindelijk niet of God onze lof waard is. De vraag is of onze lof ooit groot genoeg kan zijn. En het antwoord van de Schrift is helder: nee. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Zijn genade is onmetelijk. Zijn wijsheid is onnaspeurlijk. Zijn heerlijkheid is eeuwig.

Daarom zal de gelovige Hem prijzen, niet omdat hij alles begrijpt, maar omdat hij Hem heeft leren kennen in Christus.

“Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” 1 Timotheüs 1:17 (STV)

 

 

Kapstok prediking is bijvoorbeeld dit

Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Over genezing, geloof en het gevaar van losse bewijsverzen

Soms klinkt een boodschap op het eerste gehoor krachtig, Bijbels en vol geloof. Er worden bekende woorden gebruikt: “Het is volbracht,” “door Zijn striemen bent u genezen,” “Jezus heeft de prijs betaald.” Wie zou daar bezwaar tegen willen maken? Het zijn immers Bijbelse woorden. En toch kan daar een groot probleem zitten.>Niet elke boodschap waarin Bijbelteksten voorkomen, is daarmee  automatisch ook Bijbelse prediking. Een tekst kan heel eenvoudig gebruikt worden als kapstok: men hangt er een leerstelling aan op die niet  uit de tekst zelf voortkomt. De tekst wordt niet uitgelegd, maar gebruikt als springplank voor een vooraf gekozen boodschap. Inlegkunde wordt zo iets ook wel genoemd.
Een kort fragment over genezing  uit een preek van Johan Toet laat goed zien hoe dat dan gaat. De boodschap komt hierop neer:

“U bent genezen. Door Zijn striemen bent u genezen. Het is voltooid verleden tijd.

Dat klinkt nogal autoritair. Maar is het ook Bijbels verantwoord?

kapstokprediking
Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Wat is kapstokprediking?

Kapstokprediking hebben we het over wanneer een Bijbeltekst niet zorgvuldig in zijn verband wordt gelezen, maar wordt gebruikt om een thema te dragen dat er gedeeltelijk of helemaal overheen wordt gelegd.
Er wordt dan bijvoorbeeld gewerkt met bekende woorden of zinnen:

“Door Zijn striemen bent u genezen.”
“Het is volbracht.”
“Jezus is de Bevrijder.”
“De duivel is de overweldiger.”

Op zichzelf zijn dat geen verkeerde woorden. Het probleem zit in de manier waarop ze verbonden worden. De vraag is niet alleen: komen deze woorden ergens in de Bijbel voor? De vraag is: worden ze gebruikt zoals de Bijbel ze gebruikt?
Dat is een cruciaal verschil.
De tekst wordt niet uitgelegd, maar ingezet.
In de gelinkte video wordt Jesaja 53 of 1 Petrus 2:24 gebruikt om te stellen dat de gelovige nu al lichamelijk genezen is. Het argument is: Christus heeft geleden, dus genezing is al voltooid. Niet iets wat Hij nog moet doen, maar iets wat al vaststaat.
Maar 1 Petrus 2:24 zegt:

“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 STV

De context gaat niet over een vermeende garantie op lichamelijke gezondheid in dit leven. Petrus spreekt over zonde, gerechtigheid, lijden, navolging en geestelijk herstel. De genezing waarover hij spreekt, staat in direct verband met het dragen van onze zonden en het leven voor de gerechtigheid.
Dat betekent niet dat God niet lichamelijk geneest. Natuurlijk kan Hij dat. De Schrift getuigt daar duidelijk van. Maar het is iets anders om te zeggen: God kan genezen, dan om te zeggen: iedere gelovige is nu al lichamelijk genezen, omdat het voltooid verleden tijd is.
Dat laatste legt de tekst meer op dan hij zegt.
“Het is volbracht” wordt breder getrokken dan de tekst toelaat
Ook de woorden van de Heere Jezus aan het kruis worden in dit soort prediking vaak gebruikt als totaalclaim voor alles wat de gelovige nu zou moeten bezitten: vergeving, overwinning, voorspoed, gezondheid, bevrijding, herstel.
Maar wanneer Christus zegt: “Het is volbracht,” spreekt Hij over het werk dat de Vader Hem gegeven had om te doen. Zijn offer is volkomen. De schuld is betaald. De verzoening is tot stand gebracht.
Dat is heerlijk en onaantastbaar.
Maar de Bijbel leert óók dat de volle uitwerking van Christus’ werk nog toekomstig is. Paulus schrijft:

“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
Romeinen 8:23 STV

Let op die woorden: wij verwachten nog de verlossing van ons lichaam. De gelovige is werkelijk verlost, maar leeft nog in een sterfelijk lichaam. Daarom worden gelovigen ziek. Daarom worden gelovigen zwak. Daarom sterven gelovigen nog.
Wie zegt dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze voltooid bezit is als vergeving van zonden, schuift de toekomstige heerlijkheid naar het heden.
Ziekte wordt te simpel demonisch genoemd
Een ander ernstig probleem is de uitspraak dat ziekte demonisch is. In het fragment wordt gezegd dat ziekte met de zondeval gekomen is, en vervolgens: “maar het is gewoon demonisch… ziekte is demonisch.”

Dat is veel te kort door de bocht.
De Bijbel laat inderdaad zien dat sommige ziektegevallen verbonden kunnen zijn met demonische gebondenheid. Maar de Bijbel zegt nergens dat alle ziekte demonisch is.
Timotheüs had lichamelijke zwakheden. Paulus schrijft hem:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
1 Timotheüs 5:23 STV

Paulus zegt niet:

“Timotheüs, je moet de demon van maagklachten uitwerpen.”

Hij geeft praktisch, lichamelijk advies.
Ook lezen we:

“Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
2 Timotheüs 4:20 STV

Dat moet opvallen. Paulus, door wie God bijzondere wonderen had gedaan, liet een medewerker ziek achter. Als genezing altijd al als zichtbaar bezit geclaimd moest worden, is dit moeilijk te verklaren.
De Schrift is nuchterder dan veel genezingsprediking.

De pastorale schade is groot

Dit soort prediking klinkt misschien moedig, maar kan voor zieke gelovigen buitengewoon belastend zijn.
Want als gezegd wordt: “U bent genezen”, wat moet iemand dan met zijn pijn, diagnose, beperking of chronische ziekte?
Als gezegd wordt: “Ziekte is demonisch”, wat doet dat met iemand die al lijdt?
Als gezegd wordt: “Genezing is volbracht”, wat blijft er dan over wanneer genezing uitblijft?
Dan komt de druk bijna vanzelf bij de zieke terecht. Heeft hij wel genoeg geloof? Spreekt hij wel goed? Begrijpt hij zijn positie in Christus wel? Staat hij misschien open voor demonische invloed?
Zo verandert een boodschap die bevrijdend wil zijn in een last. De zieke wordt niet vertroost met Christus, maar geconfronteerd met een ideaalbeeld waaraan hij blijkbaar niet voldoet.
Dat is niet hoe de Schrift spreekt.
Paulus zelf bad driemaal of de doorn in zijn vlees van hem weggenomen mocht worden. Gods antwoord was niet:

“Paulus, claim je genezing.”

Gods antwoord was:

“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 STV

Dat is geen ongeloof. Dat is werkelijkheid.

Het verschil tussen gekocht en toegepast

Hier ligt een belangrijk onderscheid. Christus heeft door Zijn werk de totale verlossing verworven. Uiteindelijk zal er geen ziekte, geen dood, geen rouw en geen pijn meer zijn. Dat is zeker.
Maar wat Christus gekocht heeft, wordt niet allemaal op hetzelfde moment toegepast.

De vergeving van zonden ontvangt de gelovige nu.
De Heilige Geest woont nu in de gelovige.
De aanneming tot kinderen is nu werkelijkheid.
Maar de verlossing van het lichaam wordt nog verwacht.
De opstanding is toekomstig.
De volledige bevrijding van ziekte en dood hoort bij de komende heerlijkheid.
Daarom zegt de Bijbel niet dat wij nu al leven alsof de nieuwe hemel en nieuwe aarde volledig zijn aangebroken. Wij leven in de verwachting daarvan.

Kapstokprediking mist Bijbelse verhoudingen

Het probleem met deze boodschap is niet dat er helemaal geen waarheid in zit. Dat maakt het juist ingewikkeld.
Het is waar dat Christus heeft betaald.
Het is waar dat ziekte door de zondeval in de wereld gekomen is.
Het is waar dat de duivel een verderver is.
Het is waar dat Jezus macht heeft over ziekte, dood en demonen.
Het is waar dat God kan genezen.

Maar uit die waarheden wordt een conclusie getrokken die de Schrift niet trekt: dus is iedere gelovige nu al lichamelijk genezen en is ziekte demonisch.
Dat is kapstokprediking. Bijbelwoorden worden opgehangen aan een systeem, in plaats van dat het systeem wordt getoetst aan de Bijbel.

Hoe zou gezonde prediking hierover klinken?

Gezonde Bijbelse prediking zou ongeveer zo spreken:
Christus heeft volkomen betaald.
De zondeval heeft gebrokenheid, ziekte en dood gebracht.
God kan genezen, en wij mogen Hem daarom vrijmoedig bidden om genezing.
Soms geneest God onmiddellijk. Soms gebruikt Hij middelen. Soms geeft Hij genade om te dragen.

Een zieke gelovige is niet minder verlost.

Een chronisch zieke broeder of zuster is niet automatisch onder demonische invloed.
Onze hoop ligt niet in een claim op een pijnvrij leven nu, maar in Christus Zelf en in de toekomstige verlossing van ons lichaam.
Dat is minder spectaculair, maar Bijbels. En pastoraal.

Conclusie: laat de tekst spreken

De grote les is deze: een Bijbeltekst mag nooit een kapstok worden voor een boodschap die wij er graag aan willen hangen. De tekst moet zelf spreken. In zijn verband. In de lijn van heel de Schrift.
Wanneer “door Zijn striemen bent u genezen” wordt losgemaakt van zonde en gerechtigheid, ontstaat scheefgroei. Wanneer “Het is volbracht” wordt gebruikt als garantie voor directe lichamelijke genezing, wordt de toekomstige heerlijkheid naar het heden getrokken. Wanneer ziekte zonder onderscheid demonisch wordt genoemd, worden kwetsbare gelovigen geestelijk belast.
De Schrift geeft een rijkere, nuchtere en troostvollere boodschap.
Christus heeft werkelijk overwonnen.
God kan werkelijk genezen.
Maar de gelovige zucht nog steeds in een sterfelijk lichaam.
En juist daar klinkt het Evangelie helder: niet dat wij nu al geen zwakheid meer kennen, maar dat Christus’ genade genoeg is, zelfs midden in zwakheid.

Zie ook

Kapstok prediking – Bijbelse basis

Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis

 

Geverifieerd door MonsterInsights