De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring
Waarom de verabsolutering van de Statenvertaling geen Schriftgetrouwheid is, maar een denkfout
Er bestaat een vorm van vroomheid die zich voordoet als trouw aan Gods Woord, maar die in werkelijkheid wordt gedreven door angst voor correctie. De “Statenvertaling-alleen”denkfout spreekt in hoofdletters over eerbied, en soms met grote woorden en grove beschuldigingen over “corrupte , valse Bijbels” maar sluit tegelijkertijd de ogen voor feiten. Het credo is eenvoudig en onwrikbaar:
De Statenvertaling is norm. Afwijking is gevaar. Onderzoek is verdacht.
Dit denken is niet onschuldig. Het is systematisch, polemisch en misleidend. En het steunt op één fundamentele verwarring die telkens opnieuw wordt verzwegen:
>>>het onderscheid tussen Schriftkritiek en tekstkritiek<<<
De fatale verwarring: Schriftkritiek ≠ tekstkritiek
Het debat rond de Statenvertaling wordt bewust vervuild door twee totaal verschillende zaken op één hoop te gooien.
Tekstkritiek vraagt:
Wat heeft de oorspronkelijke auteur geschreven?
Schriftkritiek vraagt:
Is wat de auteur geschreven heeft wel waar, betrouwbaar of gezaghebbend?
Dat verschil is niet subtiel. Het is principieel.
Tekstkritiek veronderstelt het gezag van de Schrift. Deze zoekt niet naar afbraak, maar naar herstel. En corrigeert kopiisten, geen profeten. Maar probeert de tekst terug te brengen naar haar oorspronkelijke vorm.
Schriftkritiek daarentegen ondergraaft dat gezag. Hiermee stelt men de inhoud zelf ter discussie.
Wie deze twee gelijkstelt, bedrijft geen theologie, maar retorische manipulatie.
SV-alleen denken leeft van die verwarring
SV-alleen denken kan alleen bestaan zolang tekstkritiek wordt voorgesteld als Schriftkritiek. Daarom wordt elk beroep op oudere handschriften, elke voetnoot, elke tekstvariant onmiddellijk geframed als “aanval op de Bijbel”.
Dat is geen toeval. Dat is strategie.
Zodra men toegeeft dat tekstkritiek iets anders is dan Schriftkritiek, stort het hele SV-alleen bouwwerk in. Want dan blijkt ineens dat moderne tekstuitgaven niet de Schrift aantasten, maar doorgaans trachten haar zo zuiver mogelijk te achterhalen.
Daarom moet het onderscheid vaag blijven. Angst werkt beter dan argumenten.
De Textus Receptus: hulpmiddel, geen norm
De Textus Receptus is geen geïnspireerde tekst, maar een historische reconstructie, samengesteld met de beperkte middelen van de zeventiende eeuw. Dat was toen legitiem. Maar het was nooit bedoeld als eindstation.
Sindsdien zijn er veel oudere handschriften ontdekt. Die negeren is geen geloofsdaad, maar een keuze — een bewuste weigering om te luisteren naar beter en ouder bewijsmateriaal.
Wie zegt:
“Wij houden vast aan de Textus Receptus, ook als oudere handschriften iets anders laten zien”
zegt impliciet:
Het doet er niet toe wat de apostelen geschreven hebben, zolang onze vertrouwde tekst maar intact blijft. Dat is geen eerbied voor de Schrift. Dat is verplaatsing van gezag.
De ironie: SV-alleen denken bedrijft zelf Schriftkritiek
Hier wordt het pijnlijk.
Door vast te houden aan een specifieke editie — ongeacht betere gegevens — verschuift het gezag: niet langer de oorspronkelijke tekst is norm, maar een latere tekstvorm.
De vraag is dan niet meer:
Wat schreef Paulus? maar: Wat staat er in de Statenvertaling?
Dat is precies wat Schriftkritiek doet: het gezag losmaken van de oorspronkelijke openbaring en verankeren in iets anders.
SV-only denken beschuldigt anderen van Schriftkritiek, maar praktiseert haar zelf.
“Weglaten” als angstwoord
Het woord weglaten is het favoriete wapen in dit debat. Het suggereert roof, verminking, verlies. Maar in werkelijkheid gaat het meestal om het herkennen en verwijderen van latere toevoegingen.
Meer woorden betekent niet meer waarheid.
Meer vroom klinkende zinnen betekent niet meer inspiratie.Tekstkritiek vraagt niet:Wat klinkt het mooist? maar: Wat verklaart het ontstaan van de andere varianten? Wie dat weigert te vragen, heeft de waarheid ingeruild voor ‘wat men gewend is’
Een geloof dat voetnoten vreest, is geen sterk geloof
SV-alleen denken doet alsof Gods Woord alleen kan overleven binnen één Nederlandse vertaling uit 1637. Alsof Gods voorzienigheid ophield bij de Statenvertalers.
Dat is geen hoge Schriftopvatting. Dat is Gods woord benauwd inpassen.
Een geloof dat bang is voor handschriften,bang is voor wetenschap, bang ook voor correctie, is geen geloof dat rust in de waarheid, maar een geloof dat zichzelf, koste wat-kost, moet beschermen.
Noem het bij de naam
Tekstkritiek is geen vijand van de Schrift.
Tekstkritiek is een dienaar.
Schriftkritiek is geen synoniem van tekstkritiek.
Dat gelijkstellen is intellectueel oneerlijk.
SV-alleen denken is geen onschuldige voorkeur, maar een systeem dat leeft van verwarring, angst en verabsolutisering van traditie.
Wie werkelijk buigt voor Gods Woord, buigt niet voor één vertaling,niet voor één editie, niet voor één tijdperk
De vraag moet zijn, zonder angst en zonder in een verdedigingsreflex te schieten:
Wat staat er werkelijk geschreven?
Alles minder is geen trouw, maar verhard en blind traditionalisme. Om niet te zeggen overspannen complotdenken.
zie ook:
De claims van de “checklist vervalste Bijbels” van sv1637.org gecheckt – Bijbelse basis
De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis
Waar komt de term “Textus Receptus” vandaan? – Bijbelse basis
Een betrouwbare Bijbel: tekstoverlevering – Bijbelse basis
Wat is ‘King James Onlyism’? – Bijbelse basis
Zijn moderne Bijbels vervalst? – Bijbelse basis